header oranje fruit en groenten

Wijziging van Warenwetregelgeving: schadelijke stoffen in voedingssupplementen en kruidenpreparaten 

Het Nederlandse Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft onlangs een internetconsultatie gehouden over aanpassingen in de Warenwetregelgeving betreffende voedingssupplementen en kruidenpreparaten. Deze voorgestelde wijzigingen zijn bedoeld om schadelijke stoffen in deze producten beter te herkennen en te reguleren, zodat de veiligheid van consumenten wordt gewaarborgd. 

Wat is de aanleiding van deze wijzigingen?

Voedingssupplementen en kruidenpreparaten mogen geen stoffen bevatten die schadelijk zijn voor de gezondheid. Daarom is het belangrijk om te bepalen welke stoffen mogelijk een risico vormen en maatregelen te nemen om het gebruik ervan te beperken of te verbieden. Met deze aanpassingen kan de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) beter toezicht houden en sneller reageren op nieuwe inzichten over de veiligheid van bepaalde stoffen. 

Wat verandert er? 

Warenwetbesluit Kruidenpreparaten: Er komt een nieuwe regel die het mogelijk maakt om via een ministeriële regeling bepaalde planten en schimmels te verbieden of onder voorwaarden toe te staan. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat er een maximale dosering wordt vastgesteld of dat er een gebruiksadvies wordt verplicht. Hierdoor kan sneller worden ingespeeld op nieuwe wetenschappelijke inzichten over mogelijke gezondheidsrisico’s. In het concept worden in bijlage 1 de verboden planten en schimmels genoemd. Materiaal wat geheel of gedeeltelijk van deze planten of schimmels afkomstig is mag niet worden toegepast in kruidenpreparaten. In bijlage 2 staan de planten en schimmels vernoemd waarvan materiaal enkel onder voorwaarden is toegestaan. Bij planten en schimmels (of delen daarvan) welke in bijlage 3 genoemd zijn is er een gebruiksadvies op het etiket verplicht.  

Warenwetbesluit Voedingssupplementen: Een nieuw artikel maakt het mogelijk om specifieke stoffen in voedingssupplementen te verbieden of alleen onder bepaalde voorwaarden toe te staan. Ook hier kunnen regels worden ingesteld over maximale hoeveelheden of gebruiksadviezen, zodat supplementen veiliger worden voor consumenten. Er zijn in het concept in bijlage 1 stoffen genoemd welke niet meer mogen voorkomen in voedingssupplementen en in bijlage 2 stoffen welke slechts onder voorwaarden worden toegelaten.  

De bijlages zijn reeds inzichtelijk in het ontwerp. Volg deze link en download de ‘relevante informatie’.  

Wat is de status van de wijzigingen? 

De internetconsultatie was open tot 24 maart 2025. In deze periode konden bedrijven, deskundigen en andere belanghebbenden hun mening geven over de voorgestelde veranderingen. Het is nog niet bekend of de regels nog worden aangepast op basis van deze feedback of wanneer de definitieve wijzigingen ingaan. 

Meer schimmels in grondstoffen door klimaatverandering 

Het Europees Milieuagentschap (EMA) en de Europese autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) waarschuwen dat door de opwarming van de aarde het risico toeneemt dat mensen in contact komen met mycotoxinen in voedsel.  

Wat zijn Mycotoxines en waarom stijgt het risico? 

Mycotoxinen zijn schadelijke stoffen welke door schimmels gevormd worden en ze komen voor in voedingsmiddelen zoals tarwe, maïs en gerst. De stoffen worden door planten opgenomen tijdens de groei of na de oogst en blijven in het voedsel, zelfs na wassen, koken of verwerken. Mensen krijgen ze vervolgens binnen via deze granen en producten daarvan zoals brood, pasta, bier, maar ook via fruit en zelfs besmet water. Ze kunnen ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken, zoals hormonale verstoringen, een verzwakt immuunsysteem, lever- en nierschade, miskramen, schade aan ongeboren kinderen en zelfs kanker.  

Vocht en warmte bevordert de groei van schimmels, daardoor beïnvloedt klimaatverandering het gedrag en de verspreiding van schimmels. In Europa ziet men wereldwijd de grootste stijging in temperatuur en neemt het risico op blootstelling aan mycotoxinen toe. In de Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara is het nu al een groot probleem. Als de besmetting daar nog toeneemt, kan dat tot grote oogstverliezen leiden. 

Bovendien kunnen verhoogde neerslag, overstromingen en bodemerosie mycotoxinen van de bodem naar rivieren en grondwater verplaatsen. Dit vergroot de kans op besmetting van voedsel en diervoeder en verhoogt het risico dat mycotoxinen in drinkwater terechtkomen. Extreme weersomstandigheden, zoals zware regenval of langdurige droogte, verhogen ook de stress op planten, waardoor gewassen (vooral maïs) kwetsbaarder worden voor schimmelinfecties en besmetting met mycotoxinen. 

Daarnaast kan de toename van schimmels die mycotoxinen produceren ook onbedoelde risico’s voor de volksgezondheid en duurzaamheid met zich meebrengen door een groter gebruik van bestrijdingsmiddelen zoals fungiciden.  

Huidige situatie en mogelijkheden voor de toekomst 

Uit studies blijkt dat ongeveer 25 procent van de gewassen de EU-limieten voor mycotoxinen overschrijdt. Volgens gegevens van de EU wordt 14 procent van de volwassen Europese bevolking blootgesteld aan het mycotoxine deoxynivalenol (DON) in gevaarlijke hoeveelheden. Andere schadelijke mycotoxinen die belangrijk zijn voor de gezondheid zijn aflatoxinen, fumonisine, zearalenon en ochratoxine A 

Er wordt al gekeken naar de invloed van milieufactoren zoals neerslag, zonuren en temperatuur op het risico van mycotoxinen. Dit toezicht kan worden uitgebreid naar voedsel, diervoeder, dieren en mensen. Het EMA stelt ook andere mogelijke acties voor om besmetting met mycotoxinen te verminderen, zoals het kweken van gewassen die resistent zijn tegen schimmelinfecties, het toepassen van goede landbouwpraktijken (zoals vruchtwisseling om de bodemvruchtbaarheid te verbeteren en schimmeloverdracht te minimaliseren) en het gebruik van biologische bestrijdingsmethoden en voorspellende modellen. 

Hoe worden technologische trends als cloudmigratie en AI ingezet in de voedingsmiddelenindustrie?

Technologische systemen om bedrijven te ondersteunen als ERP (Enterprise Resource Planning), QMS (Quality Management Systems) zijn reeds geruime tijd in gebruik. Technologische trends die op dit moment in trek zijn, zijn bijvoorbeeld: cloudmigratie en AI-toepassingen.  

Cloudmigratie 

Cloudmigratie biedt verschillende voordelen voor bedrijven, zoals verhoogde efficiëntie, schaalbaarheid en kostenbesparing. Tegelijkertijd brengt de overstap naar de cloud ook uitdagingen met zich mee, waaronder beveiligingsrisico’s en afhankelijkheid van externe aanbieders. 

Mogelijkheden van cloudmigratie 
  • Flexibiliteit en schaalbaarheid: Cloudoplossingen maken het mogelijk om IT-capaciteit dynamisch aan te passen op basis van de bedrijfsbehoeften. Dit is vooral relevant voor waar seizoensgebonden pieken in productie en distributie een flexibele IT-infrastructuur vereisen. 
  • Kostenbesparing: Door over te stappen op de cloud kunnen bedrijven de kosten van lokale IT-infrastructuur, zoals servers en onderhoud, verlagen. Daarnaast bieden veel cloudproviders een pay-per-use-model, waardoor bedrijven alleen betalen voor wat ze daadwerkelijk gebruiken. 
  • Verbeterde samenwerking en toegankelijkheid: Cloudplatforms maken realtime samenwerking mogelijk tussen verschillende afdelingen en locaties. Dit kan de coördinatie tussen productie, logistiek en verkoop verbeteren en besluitvorming versnellen. 
  • Geavanceerde data-analyse en automatisering: Cloudtechnologie ondersteunt het gebruik van big data en kunstmatige intelligentie (AI) om productieprocessen te optimaliseren, vraagvoorspellingen te verbeteren en de supply chain efficiënter te maken. 
  • Betere disaster recovery en uptime: Veel cloudproviders garanderen hoge beschikbaarheid en implementeren back-up- en hersteloplossingen om gegevensverlies te voorkomen en de continuïteit van bedrijfsprocessen te waarborgen. 
Mogelijke nadelen en uitdagingen 
  • Beveiligings- en privacy-risico’s: Gevoelige bedrijfsgegevens, zoals recepturen en klantinformatie, worden opgeslagen op externe servers, wat een risico kan vormen bij datalekken of cyberaanvallen. Hoewel cloudproviders geavanceerde beveiligingsmaatregelen implementeren, blijft databeheer een gedeelde verantwoordelijkheid tussen de provider en het bedrijf. 
  • Afhankelijkheid van externe leveranciers: De overstap naar een cloudomgeving betekent dat bedrijven afhankelijk worden van cloudproviders voor prestaties, kosten en ondersteuning. Veranderingen in servicevoorwaarden of prijsmodellen kunnen onverwachte gevolgen hebben voor de bedrijfsvoering. 
  • Migratiekosten en complexiteit: Hoewel cloudmigratie op de lange termijn kosten kan besparen, kan de initiële overstap duur en tijdrovend zijn. Dit omvat kosten voor systeemaanpassing, training van medewerkers en de integratie met bestaande IT-systemen. 
  • Vertraging door internetafhankelijkheid: Werken in de cloud vereist een stabiele internetverbinding. Onderbrekingen in de netwerkverbinding kunnen de toegang tot cruciale systemen beperken en productieprocessen verstoren. 
  • Regelgeving en compliance: In de voedingsmiddelenindustrie gelden strikte regelgeving en standaarden met betrekking tot voedselveiligheid en traceerbaarheid. Cloudoplossingen moeten voldoen aan nationale en internationale regelgeving, wat extra controles en nalevingseisen met zich meebrengt. 

AI (Kunstmatige intiligentie) 

AI biedt veel mogelijkheden, van geavanceerde procesoptimalisatie tot het verbeteren van voedselveiligheid en consumentgerichte productontwikkeling. Tegelijkertijd brengt de toepassing van AI ook uitdagingen met zich mee, zoals hoge implementatiekosten, afhankelijkheid van data en ethische vraagstukken. 

Mogelijkheden van AI 
  • Procesoptimalisatie en efficiëntie: AI kan productieprocessen analyseren en optimaliseren door middel van geavanceerde voorspellende modellen. Dit helpt bij het verminderen van energieverbruik, het efficiënter inzetten van grondstoffen en het minimaliseren van productieverlies. 
  • Voorspellend onderhoud: Door AI-gestuurde analyses van sensordata kunnen bedrijven storingen in machines voorspellen voordat ze optreden. Dit voorkomt onverwachte stilstand, verlaagt onderhoudskosten en verlengt de levensduur van apparatuur. 
  • Kwaliteitscontrole met computer vision: AI kan beeldherkenningstechnologie gebruiken om defecten en afwijkingen in producten sneller en nauwkeuriger te detecteren dan menselijke inspecteurs. Dit verbetert de productkwaliteit en vermindert verspilling. 
  • Verbeterde voedselveiligheid en traceerbaarheid: AI kan helpen bij het monitoren van voedselveiligheidsnormen door het analyseren van temperatuurgegevens, opslagomstandigheden en transportomstandigheden. Daarnaast kan AI de traceerbaarheid van producten verbeteren door supply chain-data in realtime te analyseren. 
  • Voorspellende vraaganalyse en voorraadbeheer: AI kan markttrends, seizoensinvloeden en consumentengedrag analyseren om de vraag naar bepaalde producten beter te voorspellen. Dit helpt bedrijven bij een efficiënter voorraadbeheer en vermindert voedselverspilling. 
  • Productinnovatie en consumentgerichtheid: AI kan consumentendata analyseren om nieuwe smaken, ingrediënten en productformules te ontwikkelen die beter aansluiten op veranderende consumententrends, zoals de groeiende vraag naar plantaardige en duurzame voedingsmiddelen. 
  • Supply chain en logistieke optimalisatie: AI kan helpen bij het optimaliseren van transport- en distributieroutes, het voorspellen van leveringsvertragingen en het beheren van leveranciersrelaties, wat leidt tot een efficiëntere toeleveringsketen. 
Uitdagingen en mogelijke nadelen van AI 
  • Hoge implementatiekosten: De ontwikkeling en implementatie van AI-oplossingen vergen aanzienlijke investeringen in technologie, infrastructuur en personeelstraining. Voor kleinere bedrijven kan dit een financiële drempel vormen. 
  • Afhankelijkheid van data: AI-algoritmen functioneren optimaal wanneer ze worden gevoed met grote hoeveelheden nauwkeurige en relevante data. Een gebrek aan kwalitatieve data of inconsistenties in datasets kan de effectiviteit van AI beperken. 
  • Complexiteit en integratieproblemen: AI moet worden geïntegreerd in bestaande productie- en logistieke systemen, wat technische en organisatorische uitdagingen met zich mee kan brengen. Verouderde IT-infrastructuur kan de implementatie vertragen of bemoeilijken. 
  • Ethische en privacyvraagstukken: Het gebruik van AI in de voedingsmiddelenindustrie roept ethische vragen op, zoals de verwerking van consumentengegevens en de transparantie van AI-beslissingen. Bedrijven moeten ervoor zorgen dat zij voldoen aan regelgeving rondom gegevensbescherming en ethisch verantwoord gebruik van AI. 
  • Risico op baanverlies: Automatisering door AI kan leiden tot een afname van de behoefte aan menselijke arbeid in bepaalde processen, wat impact kan hebben op werkgelegenheid in de sector. 
  • Vertrouwen en acceptatie: Zowel binnen bedrijven als bij consumenten kan er weerstand bestaan tegen AI-technologieën. Transparantie over hoe AI wordt ingezet en welke voordelen het biedt, is essentieel om vertrouwen en acceptatie te vergroten. 
Hoe te beginnen met AI?  

AI komt pas echt tot zijn recht wanneer bedrijven een sterke digitale basis hebben. Betrouwbare AI-resultaten zijn afhankelijk van hoogwaardige data – wat erin gaat, bepaalt wat eruit komt.  Daarom is het cruciaal om eerst te investeren in solide software, efficiënte processen en een goed geïntegreerd IT-systeem. Sommige technologieaanbieders leveren complete pakketten waarin AI al is geïntegreerd. Toch is het belangrijk om alert te blijven op ‘AI-washing’ – bedrijven die AI promoten zonder de noodzakelijke digitale fundamenten op orde te hebben.  Om AI succesvol toe te passen, moet je als bedrijf dus eerst de technologische basis versterken en vervolgens strategisch gebruikmaken van geavanceerde AI-oplossingen. 

Dierenwelzijnswetgeving: Europa, België en Nederland toegelicht 

Dierenwelzijnswetgeving wordt op zowel Europees als nationaal niveau gereguleerd, waarbij Europese richtlijnen en verordeningen de basis vormen voor nationale wetten in lidstaten zoals België en Nederland. 

Europese Unie 

De EU-wetgeving omtrent dierenwelzijn is een van de strengste ter wereld en de komende jaren wordt nog meer regelgeving verwacht om het welzijn van dieren verder te verbeteren. De diverse richtlijnen en verordeningen omvatten onder andere regels voor de bescherming van dieren tijdens transport, bij slacht, in veehouderijsystemen, maar ook in ongediertebestrijding. Lidstaten zijn verplicht deze Europese normen te implementeren in hun nationale wetgeving, maar hebben de vrijheid om strengere maatregelen te nemen indien gewenst. 

De EU erkent dieren als “voelende wezens” en heeft bindende regelgeving en richtlijnen om dierenleed te minimaliseren. 

Wettelijke basis 

Belangrijke EU-wetten en -regels zijn onder andere: 

Dierenwelzijn in de veehouderij 

De EU heeft minimumnormen voor de bescherming van dieren in de veehouderij. Dit omvat: 

  • Huisvesting: Dieren moeten voldoende ruimte, voeding en verzorging krijgen. Het is verboden legkippen in batterijkooien te houden. Het routinematig couperen van staarten bij varkens is beperkt en het houden van kalveren in individuele hokken is beperkt tot de eerste acht levensweken. 
  • Transport van dieren (Verordening 1/2005):  De EU-regels over dierentransport zijn bedoeld om stress en letsel te minimaliseren. Enkele belangrijke regels zijn: 
    • Maximale transportduur is 8 uur voor de meeste dieren. Langere reizen zijn toegestaan onder strikte voorwaarden (rustpauzes, ventilatie, water). 
    • Voldoende ruimte en ventilatie, geschikt vervoer, met minimale stress voor de dieren en verbod op transport van zieke of gewonde dieren. 
  • Slacht en doding van dieren (Verordening 1099/2009): Dieren moeten vóór de slacht worden verdoofd om onnodig lijden te voorkomen. Uitzondering voor religieuze slacht: In sommige lidstaten is ritueel slachten zonder verdoving toegestaan, maar er zijn strengere regels en toezicht. Sommige landen verplichten cameratoezicht in slachthuizen. 
  • Dierproeven (Richtlijn 2010/63/EU): Alleen als er geen alternatief is en met zo min mogelijk pijn en stress voor de dieren. Experimenten moeten ethisch worden beoordeeld. Sinds 2013 mogen in de EU geen cosmetische producten worden verkocht die op dieren zijn getest. 
  • Huisdieren en illegale handel: Sommige EU-landen verplichten chipregistratie van huisdieren. De EU werkt ook aan strengere controles op de handel in pups en exotische dieren. 
  • Dierenwelzijn en Europese strategieën: EU “Farm to Fork”-strategie (2020-2024) heft als doel Duurzame landbouw en betere dierenwelzijnsnormen’’ en door het Burgerinitiatief “End the Cage Age” heeft de EU in 2021 besloten om kooihuisvesting geleidelijk te verbieden tegen 2027. 
  • Handhaving en sancties: De EU controleert of lidstaten de wetten naleven. Als een lidstaat de regels niet naleeft, kan de EU sancties opleggen. 

België 

In België is dierenwelzijn een regionale bevoegdheid, wat betekent dat Vlaanderen, Wallonië en Brussel elk hun eigen regelgeving hebben. De drie gewesten stellen dus elk specifieke maatregelen en accenten in hun dierenwelzijnswetgeving, afgestemd op regionale prioriteiten en inzichten. Doordat de regels variëren per regio, kan dit leiden tot bijvoorbeeld verschillen in toegestane diersoorten, vergunningsplichten, enz. 

Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste initiatieven per gewest. 

Vlaanderen: 

In Vlaanderen geldt de Dierenwelzijnscodex, die diverse bepalingen omvat. Voor de wijzigingen per 1 januari 2025 lees hier verder.  

  • Strenge straffen: Overtredingen kunnen leiden tot gevangenisstraffen tot 5 jaar en boetes tot 100.000 euro, oplopend tot 1,6 miljoen euro bij herhaling. 
  • Erkenning van dieren: Dieren worden erkend als levende wezens met gevoel en intrinsieke waarde. 
  • Verbod op elektrische halsbanden: Vanaf 2027 zijn elektrische halsbanden voor honden en katten verboden, met uitzondering van bepaalde situaties zoals bij de Civiele Bescherming en Politie. 
  • Dierenpolitie: Elke politiezone is verplicht een Dierenpolitie in te stellen. 
  • Beschutting voor buiten gehouden dieren: Vanaf 2029 is het verplicht om natuurlijke of kunstmatige beschutting te voorzien voor dieren die buiten worden gehouden. 
  • Verbod op lijmvallen: Het gebruik van lijmvallen en verdrinkingsvallen tegen ratten en muizen is verboden. 
  • Onverdoofd slachten: Er is een verbod op onverdoofd slachten. 
  • Verbod op paardencarrousels: Het inzetten van paardachtigen voor kermissen en soortgelijke evenementen is verboden. 
  • Kooisystemen voor legkippen: Nieuwe kooisystemen zijn reeds verboden met een volledig verbod vanaf 2036.
Wallonië: 

Wallonië heeft de ‘Code wallon du Bien-Être animal’ ingevoerd, met onder andere de volgende maatregelen: 

  • Erkenning van dieren: Dieren worden expliciet erkend als levende wezens met gevoelsvermogen en bewustzijn. 
  • Verbod op batterijkooien: Nieuwe bedrijven die leghennen in kooien houden zijn verboden; bestaande bedrijven moeten uiterlijk in 2028 stoppen. 
  • Kermispony’s: Vanaf 2023 zijn pony’s op kermissen reeds verboden. 
  • Strenge sancties: Er kunnen gevangenisstraffen tot 10 à 15 jaar en geldboetes tot 10 miljoen euro worden opgelegd voor ernstige dierenmishandeling. 
  • Verbod op walvisachtigen in gevangenschap: Het houden van dolfijnen en andere walvisachtigen is verboden. 
  • Cameratoezicht in slachthuizen: Installatie van CCTV-camera’s in slachthuizen is verplicht. 
  • Verbod op levend plukken: Het levend plukken van dieren voor dons is verboden. 
  • Verbod op lijmvallen: Het gebruik van lijmvallen is verboden. 
  • Verbod op permanent vastbinden: Dieren permanent vastbinden is verboden. 
  • Strategie voor proefdiergebruik: Er wordt gewerkt aan een strategie voor de afbouw van proefdiergebruik. 
  • Vergunning voor het houden van dieren: Vanaf 1 juli 2022 is een vergunning vereist om een gezelschapsdier te verwerven.
Brussels Hoofdstedelijk Gewest: 

Het Brussels Gewest heeft recentelijk het eerste Brussels Dierenwelzijnswetboek goedgekeurd , met onder andere: 

  • Verbod op het houden van bepaalde dieren: Het houden van amfibieën en wilde dieren is verboden. 
  • Verbod op dierenmarkten: De verkoop en tentoonstelling van levende dieren op markten is verboden. 
  • Vergunning voor het houden van dieren: Voor bepaalde diersoorten is een vergunning vereist na het volgen van een erkende opleiding of het slagen voor een examen. 
  • Uitbreiding identificatieplicht: Alle dieren kunnen onderworpen worden aan een verplichte identificatie. 
  • Strengere sancties: Het niet-verlenen van hulp aan een dier in nood wordt strafbaar gesteld. 
  • Regeling bij echtscheiding: Bij echtscheidingen wordt het belang van het dier mee in overweging genomen voor de toewijzing van de zorg. 
  • Gezamenlijke begrafenis: Het wordt mogelijk om samen met het huisdier begraven te worden. 
  • Principe van non-regressie: Het beschermingsniveau voor dieren mag niet verminderd worden. 

Nederland 

Nederland hanteert de ‘Wet dieren’ en het ‘Besluit houders van dieren’ als belangrijkste wettelijke kaders voor dierenwelzijn. De wet dieren werd in 2013 ingevoerd en heeft als doel het welzijn van dieren te bevorderen en dierenleed te voorkomen. Beide wetten stellen regels voor het houden, verzorgen en behandelen van dieren, en omvatten specifieke welzijnseisen voor verschillende diersoorten. Nederland werkt ook aan een positieflijst voor zoogdieren, die bepaalt welke diersoorten als huisdier gehouden mogen worden. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) ziet toe op de naleving van deze regels.  

Belangrijkste aspecten van de Wet dieren 

  • Erkenning van dierenwelzijn: Dieren worden erkend als wezens met gevoel en een intrinsieke waarde. Eigenaren en houders zijn verplicht om dieren op een verantwoorde manier te verzorgen. 
  • Verbod op dierenmishandeling en verwaarlozing: Het is verboden om dieren pijn of onnodig lijden toe te brengen. Dieren moeten voldoende voeding, water, verzorging en onderdak krijgen. 
  • Regels voor het houden van dieren: Dieren moeten gehuisvest worden op een manier die past bij hun soortspecifieke behoeften. Er gelden eisen voor de grootte en inrichting van hokken en stallen. 
  • Positieflijst voor huisdieren: Niet alle diersoorten mogen als huisdier gehouden worden. De overheid stelt een lijst op van diersoorten die wél toegestaan zijn. 
  • Regels voor landbouw- en proefdieren: Specifieke welzijnseisen voor veehouderij, zoals minimale ruimte voor varkens en kippen en strikte regelgeving voor dierproeven, waarbij alternatieven zoveel mogelijk gestimuleerd worden. 
  • Slacht en transport van dieren: Er gelden regels voor het transporteren van dieren om stress en verwondingen te voorkomen. Dieren mogen alleen geslacht worden onder verdoving, behalve bij religieuze slacht (onder voorwaarden). 
  • Handhaving en sancties: De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleert naleving. Overtredingen kunnen leiden tot boetes, gevangenisstraffen en een houdverbod voor dieren. 
Recente wijzigingen en toekomstplannen:  
  • Striktere regels voor veehouderij: Nederland werkt aan strengere eisen voor de leefomstandigheden van vee. 
  • Nieuwe positieflijst: Vanaf 2024 is de lijst met toegestane huisdieren vernieuwd. 
  • Afbouw van dierproeven: Nederland streeft naar een vermindering van dierproeven. 
  • Verbod op bepaalde ingrepen: Staart couperen bij honden en het knippen van snavels bij kippen zijn verboden. 

Nuttige info:

EU: 
België: 
Nederland: 

Vlaamse Codex Dierenwelzijn (en ongediertebestrijding) gewijzigd per 1 januari 2025 

De Vlaamse Codex Dierenwelzijn, die op 1 januari 2025 in werking treedt, vervangt de Dierenwelzijnswet van 1986 en introduceert diverse wijzigingen om het welzijn van dieren te verbeteren. Naast een modernisering van de bestaande wetgeving voert de Codex ook enkele strengere regels in. De meeste bepalingen gelden vanaf 1 januari 2025, maar sommige wijzigingen worden pas later van kracht. Zo krijgen bedrijven voldoende tijd om zich aan de nieuwe regels aan te passen. 

Wijzigingen in de Vlaamse CODEX Dierenwelzijn  

Wijzigingen vanaf 1 januari 2025: 
  • Verbod op het houden van in het wild gevangen dieren: Het is niet langer toegestaan om dieren die in het wild zijn gevangen als huisdier te houden. Uitzonderingen gelden voor onder andere asielen, wildopvangcentra en dierentuinen.  
  • Verbod op verkoop van dieren aan minderjarigen: Dieren mogen niet meer worden verkocht aan personen jonger dan 18 jaar zonder uitdrukkelijke toestemming van een ouder of voogd. 
  • Verbod op gebruik van lijmvallen: Het gebruik van lijmvallen voor de bestrijding van ratten en muizen wordt verboden.  
  • Verbod op thuis slachten van bepaalde dieren: Het thuis slachten van schapen, geiten en varkens is niet langer toegestaan, met uitzonderingen voor actieve landbouwers en personen met een vakbekwaamheidsgetuigschrift en een verdovingstoestel.  
  • Aanwijzing van verantwoordelijke voor dierenwelzijn binnen politie: Elke lokale politiezone moet een verantwoordelijke voor dierenwelzijn aanduiden als vast aanspreekpunt.  
  • Verbod op paardencarrousels: Het inzetten van paard achtige voor kermissen en soortgelijke evenementen is verboden. 
Wijzigingen op latere data: 
  • 1 januari 2026: Verbod op verkoop van dieren op markten: De verkoop van dieren op markten wordt verboden, met uitzonderingen voor jaarmarkten, beurzen en tentoonstellingen.  
  • 1 januari 2029: Verplichte beschutting voor buiten gehouden dieren: Dieren die buiten worden gehouden, moeten tegen deze datum voorzien zijn van adequate natuurlijke of kunstmatige beschutting.  
  • 1 januari 2036: Verbod op kooisystemen voor legkippen: Het houden van legkippen in kooisystemen wordt volledig verboden. Nieuwe bedrijven mogen vanaf 2024 geen kooisystemen meer gebruiken; bestaande bedrijven moeten uiterlijk in 2036 zijn omgeschakeld. 
  • Verbod op elektrische halsbanden: Vanaf 2027 zijn elektrische halsbanden voor honden en katten verboden, met uitzondering van bepaalde situaties zoals bij de Civiele Bescherming en Politie.
Andere belangrijke bepalingen: 
  • Erkenning van dieren als wezens met gevoel en intrinsieke waarde: De codex erkent expliciet dat dieren levende wezens zijn met gevoel en een intrinsieke waarde.  
  • Verbod op doden van dieren voor folkloristische evenementen: Het doden van dieren tijdens folkloristische praktijken of evenementen wordt verboden.  
  • Verplichte camerabewaking in slachthuizen: Alle slachthuizen moeten voorzien zijn van camerabewaking om toezicht te houden op het naleven van dierenwelzijnsregels. 
  • Strengere straffen: Overtredingen kunnen leiden tot gevangenisstraffen tot 5 jaar en boetes tot 100.000 euro, oplopend tot 1,6 miljoen euro bij herhaling. 

Parasieten in voedsel: waar komen ze voor en hoe voorkom je besmetting?  

Parasieten in voedsel vormen een vaak onderschat risico voor de gezondheid. Goede hygiëne, zorgvuldige voedselverwerking en het vermijden van rauw of onvoldoende verhit voedsel helpen besmetting te voorkomen. Vooral zwangere vrouwen en mensen met een verzwakt immuunsysteem moeten extra voorzichtig zijn. Veel infecties door voedselparasieten blijven onopgemerkt. Door globalisering en internationale handel neemt het aantal besmettingen toe. Sommige parasieten hebben een lange incubatietijd, soms zelfs jaren, waardoor de bron moeilijk te achterhalen is. In dit artikel bespreken we de belangrijkste voedselparasieten, de gezondheidsrisico’s en hoe je besmetting kunt voorkomen.

Wat zijn parasieten? 

Parasieten zijn micro-organismen die een gastheer nodig hebben om te overleven en zich voort te planten. Sommige parasieten veroorzaken ziektes, terwijl anderen onschadelijk zijn. Ze nestelen zich in verschillende delen van het lichaam, zoals de darmen, lever, longen, huid of bloed. Parasieten worden ingedeeld in ectoparasieten (zoals vlooien en teken) en endoparasieten, die zich in het lichaam bevinden. Alleen endoparasieten vormen een risico voor voedselveiligheid. 

Endoparasieten en Symptomen 

Endoparasieten zijn onderverdeeld in protozoa en wormen (nematoden, lintwormen en zuigwormen). Besmetting kan plaatsvinden via contact met uitwerpselen, vervuild water of slechte hygiëne. Dit kan maag- en darmklachten veroorzaken, zoals diarree, misselijkheid en gewichtsverlies. De ernst van de symptomen hangt af van het type parasiet en de weerstand van de persoon. 

Protozoa 

Protozoa worden steeds via de fecale-orale route overgedragen en kunnen als cyste langdurig buiten een gastheer overleven. Denk aan vervuild irrigatiewater of uitwerpselen van dieren op de akkers.   

  • Cryptosporidium: Veroorzaakt cryptosporidiose met waterige diarree. Verspreiding gebeurt via besmet water of voedsel. De cysten van Cryptosporidium zijn zeer resistent tegen weersinvloeden en ontsmettingsmiddelen, zoals chloor. Besmetting vindt vaak plaats door het inslikken van besmet water (bijvoorbeeld uit zwembaden) of het eten van groenten besproeid met besmet water. Ook besmet vlees of zuivel kunnen een bron van infectie zijn. Besmetting kan worden voorkomen door groente en fruit goed te wassen en vooral door goede hygiëne tijdens voedselbereiding. In 2024 was er een grote uitbraak in Engeland door besmet leidingwater, veroorzaakt door een beschadigde klep in het leidingsysteem. Cryptosporidium staat in de top 14 van beruchte ziekmakers in voedsel.
  • Toxoplasma gondii: Komt voor in rauw vlees en kattenuitwerpselen. De infectie is meestal mild, maar gevaarlijk voor zwangere vrouwen en mensen met een verzwakt immuunsysteem. Preventie kan door het invriezen van vlees. Toxoplasma gondii staat eveneens in de top 14 van beruchte ziekmakers in voedsel.
  • Cyclospora cayetanensis: Komt voor in tropische gebieden en wordt verspreid via dierlijke ontlasting en besmet water. Het komt vaak via besmette groenten en fruit in het darmkanaal terecht. Sommige dieren, zoals duiven, kunnen het overbrengen door contact met besmette uitwerpselen of water, waardoor de aanwezigheid van deze dieren nabij waterbronnen een risicofactor is. In 2024 was er een uitbraak in de VS waarbij 60 mensen gastro-enteritis opliepen door besmette groenten en fruit. Goed wassen van fruit en groenten kan besmetting voorkomen.
  • Entamoeba histolytica: Komt voor in de tropen en subtropen en veroorzaakt amoebiasis, waarbij de darmwand wordt beschadigd. Besmetting gebeurt via vervuild voedsel of water.
  • Giardia lamblia: Wordt overgedragen via besmet water, voedsel, of door slechte hygiëne van mens tot mens. Het veroorzaakt diarree en spijsverteringsproblemen. Giardia lamblia staat ook in de top 14 van beruchte ziekmakers in voedsel. Een goede hygiëne, zoals handen wassen voor het eten en na toiletbezoek, is essentieel om besmetting te beperken. Water filteren of koken gedurende enkele minuten helpt ook om besmetting te voorkomen.
Cestoden (lintwormen) 
  • Echinococcus spp. (honden- en vossenlintworm): Overdracht vindt plaats via besmette dieren of voedsel. Deze parasiet kan cysten in organen veroorzaken, wat ernstige gevolgen heeft. Wordt vaak door vossen overgedragen. Besmetting kan worden voorkomen door groenten en fruit grondig te wassen. In 2023 waarschuwde de NVWA plukkers in Zuid-Limburg voor besmetting van laaghangend zacht fruit, en adviseerde hen dit voor consumptie grondig te wassen.
  • Diphyllobothrium latum (brede lintworm): Overdracht gebeurt via rauwe vis of schaaldieren die besmette vis hebben gegeten. Deze parasiet kan buikklachten en bloedarmoede veroorzaken. Voorkomen kan door vis en visetende schaaldieren voldoende te verhitten.
  • Taenia spp. (runder- en varkenslintworm): Deze parasiet komt voornamelijk voor in warmere gebieden. Taenia solium kan cysten in de hersenen veroorzaken. De parasiet verspreidt zich via rauw of onvoldoende verhit vlees. Besmetting kan worden voorkomen door fruit en groenten goed te wassen en door goede handhygiëne na toiletbezoek.
Nematoden (rondwormen) 
  • Ascaris lumbricoides (spoelworm): Besmetting vindt plaats via groenten die op vervuilde grond groeien. Vaak is besmetting asymptomatisch, maar het kan buikklachten veroorzaken. Preventie: Zorg voor goede sanitaire voorzieningen en verhit voedsel voordat je het consumeert.
  • Anisakis (haringworm): Deze parasiet komt voor in rauwe vis zoals haring en zalm. Het kan hevige maag- en darmklachten veroorzaken. Preventie: Invriezen of koken doodt de larven.
  • Toxocara spp.: Besmetting vindt plaats via honden- en kattenuitwerpselen. De parasiet kan organen aantasten. Preventie: Goede handhygiëne voorkomt besmetting.
  • Trichinella spiralis: Komt voor in varkens- en wildvlees. Deze parasiet kan spiercysten veroorzaken, wat leidt tot ernstige klachten. Het risico op besmetting is zeer klein in Nederland en België door de strenge controle op slachtvee, maar bij wild vlees blijft het risico bestaan. Besmetting gebeurt door het eten van onbehandeld of onvoldoende verhit vlees, zoals varkensvlees, worst, paardenvlees, of wilde dieren (zoals everzwijn) dat besmet is met de wormlarven. In 2024 was er een uitbraak in Argentinië, veroorzaakt door besmet varkensvlees.
Trematoden (zuigwormen) 

Trematoden zijn parasitaire platwormen die lever- en galwegaandoeningen kunnen veroorzaken, vaak met ernstige gezondheidsgevolgen op de lange termijn. De meeste infecties komen voor in Zuidoost-Azië, maar ook in Amerika en Europa neemt het aantal infecties toe. Wetenschappers voorspellen dat het aantal voedselgerelateerde trematodeninfecties wereldwijd tot 2030 stabiel blijft. Deze parasieten, zoals lever-, long- en darmbotten, worden overgedragen via besmette vis, schaaldieren of planten en kunnen ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken. In 2021 waren er wereldwijd 44,5 miljoen infecties, met 85% van de gevallen in China, Thailand, Zuid-Korea en Vietnam. 

De bestrijding is moeilijk door de complexe levenscyclus van de parasieten en culturele eetgewoonten. In lage-inkomenslanden ontbreekt effectieve monitoring, wat de impact onderschat. Wetenschappers benadrukken het belang van educatie, vooral bij kinderen, om gedragsverandering en preventie te bevorderen. Trematodeninfecties blijven een onderschat volksgezondheidsprobleem. 

Drie belangrijke soorten trematoden zijn: 

  • Clonorchis sinensis: Komt voor in Oost-Azië en infecteert de galwegen na consumptie van rauwe of onvoldoende verhitte zoetwatervis. Kan op lange termijn leiden tot galstenen, levercirrose en verhoogd risico op galwegkanker. 
  • Opisthorchis viverrini: Voorkomend in Zuid-Oost Azië, wordt overgedragen via onvoldoende verhitte vis. Het kan leiden tot ernstige galwegproblemen, zoals ontstekingen, galstenen en een verhoogd risico op cholangiocarcinoom (galwegkanker).
  • Fasciola hepatica: Treft vooral herkauwers, maar ook mensen kunnen besmet raken via besmette waterplanten (zoals waterkers). De parasiet migreert naar de lever en kan leiden tot geelzucht, bloedarmoede, gewichtsverlies en leververgroting. Was waterkers grondig voor consumptie, hoewel dat niet altijd voldoende is om besmetting te voorkomen. Het is beter om de herkomst van de waterkers te achterhalen, bijvoorbeeld door te controleren of dieren niet bij de waterkersvelden kunnen komen. Vermijd ook het eten van rauwe vis.

Kruiden en specerijen: belangrijkste risico’s en wetgeving rondom voedselveiligheid en etikettering

Kruiden en specerijen zijn onmisbare smaakmakers in de voedingsmiddelenindustrie. Dankzij hun veelzijdige toepassingen voegen ze geur, kleur en smaak toe binnen uiteenlopende sectoren. Voor veel levensmiddelenbedrijven is het essentieel om op de hoogte te blijven van de geldende wetgeving en de mogelijke risico’s die kruiden en specerijen met zich meebrengen. In dit artikel bespreken we de belangrijkste aandachtspunten en verwijzen we naar relevante bronnen voor aanvullende informatie.

Risico’s voor de voedselveiligheid 

Ondanks de strikte wetgeving zijn er verschillende risico’s verbonden aan kruiden en specerijen met betrekking tot de voedselveiligheid: 

Fraude en adulteratie 

Er zijn gevallen bekend waarbij kruiden en specerijen zijn vermengd met goedkope vulstoffen of niet-eetbare stoffen om kosten te besparen. Dit kan leiden tot gezondheidsrisico’s en misleiding van consumenten. Lees er verder over in het artikel ‘Fraude in de handel in kruiden en specerijen’. 

Microbiologische gevaren 

Kruiden en specerijen kunnen besmet raken met bacteriën, vooral bij teelt, oogst of verwerking onder onhygiënische omstandigheden. Dergelijke besmettingen kunnen leiden tot ernstige voedselinfecties. Gedroogde kruiden en specerijen brengen andere risico’s met zich mee dan verse kruiden:

  • Gedroogde kruiden: risico op Clostridium botulinum, Clostridium perfringens en Salmonella.
  • Verse kruiden: verhoogd risico op Bacillus cereus, Listeria, hepatitis A/E, en de Noro- en Sapo-virussen.

Beide typen zijn gevoelig voor Bacillus spp. en E. coli.

Lees verder over microbiologische gevaren in het artikel ‘Microbiologische gevaren’ en de ‘Risk Safety Sheets’ op de Normec Kennisbank.  

Chemische gevaren 
  • Pesticidenresiduen: Bij de teelt van kruiden en specerijen kunnen pesticiden worden gebruikt. Als de residuen van deze pesticiden boven de toegestane limieten liggen, kan dit schadelijk zijn voor de gezondheid van consumenten. Deze wettelijke limieten zijn beschreven in Verordening (EU) 396/2005 maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen. Deze wetgeving wordt regelmatig gewijzigd en aangevuld. Blijf op de hoogte van deze zaken via de Normec ‘kennisupdate’. 
  • Mycotoxines: Schimmels zoals Aspergillus kunnen mycotoxines produceren, zoals aflatoxinen, die giftig en kankerverwekkend kunnen zijn. Mycotoxines kunnen zich ontwikkelen bij slechte opslagcondities, zoals hoge vochtigheid en temperatuur. De wettelijke limieten zijn beschreven in Verordening (EU) 915/2023 betreffende maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen. Deze wetgeving wordt regelmatig gewijzigd en aangevuld. Blijf op de hoogte van deze zaken via de Normec ‘kennisupdate’. 
  • Verontreiniging met zware metalen: Kruiden en specerijen kunnen verontreinigd raken met zware metalen zoals lood, cadmium en arsenicum door vervuilde grond, water of industriële uitstoot. Deze metalen kunnen zich ophopen in het lichaam en schadelijke effecten hebben op de gezondheid. De wettelijke limieten zijn beschreven in. Deze wetgeving wordt regelmatig gewijzigd en aangevuld. Blijf op de hoogte van deze zaken via de Normec ‘kennisupdate’. 
  • Productspecifieke gevaren: Kruiden kennen onafhankelijk van elkaar ook chemische gevaren. Denk bijvoorbeeld aan glycyrrhizine bij zoethout en erucazuur bij mosterdzaad of Safrol bij kaneel peper en nootmuskaat.  

Deze wettelijke limieten van pesticides, mycotoxines en zware metalen zijn beschreven in Verordening (EU) 396/2005 maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en Verordening (EU) 915/2023 betreffende maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen. Beide verordeningen worden regelmatig gewijzigd en aangevuld. Blijf op de hoogte van deze zaken via de Normec ‘kennisupdate’. 

Lees verder over deze gevaren in het artikel ‘Chemische gevaren’ en in de ‘Risk Safety Sheets’ op de Normec Kennisbank. 

Allergenen en kruisbesmetting 

Kruiden en specerijen kunnen onbedoeld sporen van allergenen bevatten, zoals noten of gluten, wat een risico vormt voor mensen met voedselallergieën. Op de kennisbank is veel informatie te vinden over allergenen. Begin hiervoor bij het artikel ‘allergenenmanagement’. De etikettering van kruiden en specerijen wordt in Europa, Nederland en België gereguleerd door een combinatie van Europese verordeningen en nationale wetgeving. 

Wetgeving voor voedselveiligheid 

De wetgeving rondom kruiden en specerijen in Europa, Nederland en België is gericht op het waarborgen van voedselveiligheid en consumentenbescherming. Hoewel er op Europees niveau geen specifieke wetgeving voor kruiden en specerijen bestaat, zijn er diverse algemene verordeningen en nationale regelingen die de productie, handel en consumptie van deze producten reguleren. 

Europese wetgeving voor voedselveiligheid 

Binnen de Europese Unie vallen kruiden en specerijen onder de algemene levensmiddelenwetgeving. De Verordening (EG) nr. 178/2002, ook wel de Algemene Levensmiddelenverordening genoemd, legt de basisprincipes vast voor voedselveiligheid en traceerbaarheid. Deze verordening verplicht bedrijven om de herkomst van hun producten te kunnen aantonen, zodat onveilige producten snel van de markt kunnen worden gehaald. Daarnaast stelt Verordening (EG) nr. 852/2004 eisen aan de hygiëne bij de productie en verwerking van levensmiddelen, waaronder kruiden en specerijen. Deze verordening verplicht bedrijven om een voedselveiligheidsplan op te stellen volgens de HACCP-principes (Hazard Analysis and Critical Control Points). Verder zijn er specifieke verordeningen die maximale residulimieten voor pesticiden en contaminanten in levensmiddelen vaststellen, waaraan ook kruiden en specerijen moeten voldoen. Deze zijn beschreven in Verordening (EU) 396/2005 maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en  Verordening (EU) 915/2023 betreffende maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen. 

Belgische wetgeving voor voedselveiligheid 

In België wordt de handel in specerijen en specerijproducten voornamelijk gereguleerd door het KB van 31 augustus 2021 betreffende de fabricage van en de handel in voedingsmiddelen die uit planten of uit plantenbereidingen samengesteld zijn of deze bevatten 

Zo worden schadelijke specerijen en specerijproducten verboden verklaard en zijn er straffen voorzien voor inbreuken op de bepalingen van het besluit.  

Voor roken bestemde kruidenproducten, zoals kruidenmengsels zonder tabak die via verbranding worden geconsumeerd, gelden specifieke regels. Deze producten worden in België gelijkgesteld aan tabaksproducten, wat betekent dat ze onderworpen zijn aan vergelijkbare beperkingen, zoals een verbod op roken in gesloten openbare ruimten, reclameverboden en verkoopbeperkingen aan minderjarigen. 

Nederlandse wetgeving voor voedselveiligheid 

In Nederland vallen kruiden en specerijen onder de Warenwet. Het Warenwetbesluit Specerijen en Kruiden definieert deze producten als eetwaren, zijnde delen van planten die aromatisch smaken of ruiken dan wel een scherpe smaak bezitten, en die bestemd zijn om aan eet- en drinkwaren te worden toegevoegd. Dit besluit bevat specifieke eisen omtrent de samenstelling en etikettering van kruiden en specerijen. Zo worden er maximale gehaltes aan as en zand en minimale gehaltes aan vluchtige olie vastgesteld voor verschillende kruiden en specerijen. Daarnaast bepaalt het besluit dat het verboden is om met bepaalde aanduidingen andere specerijen en kruiden te verhandelen dan die waaraan die aanduidingen zijn voorbehouden. 

Voor kruidenpreparaten, zoals voedingssupplementen met kruiden, geldt het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten. Dit besluit stelt dat kruidenpreparaten zonder voorafgaande toestemming op de markt mogen worden gebracht, mits ze geen schadelijke stoffen bevatten. Bovendien is het gebruik van sommige kruiden en stoffen expliciet verboden.  

Etiketteren 

De Europese regels m.b.t. etiketteren 

Het is essentieel dat de etikettering duidelijk, leesbaar en onuitwisbaar is, en dat de informatie niet misleidend is voor de consument. De verantwoordelijkheid voor correcte etikettering ligt bij de exploitant die het levensmiddel onder zijn naam of handelsmerk op de markt brengt, of bij de importeur in geval van geïmporteerde producten. 

De basis voor de etikettering van levensmiddelen binnen de Europese Unie wordt gevormd door Verordening (EU) nr. 1169/2011 betreffende de verstrekking van voedselinformatie aan consumenten. Deze verordening stelt algemene eisen aan de etikettering van alle levensmiddelen, inclusief kruiden en specerijen. Belangrijke verplichte vermeldingen zijn onder andere: 

Naam van het product, lijst van ingrediënten, allergeneninformatie, netto hoeveelheid, houdbaarheidsdatum, bijzondere bewaar- en gebruiksvoorwaarden, naam en adres van de verantwoordelijke exploitant, land van oorsprong of plaats van herkomst, gebruiksaanwijzing, voedingswaardevermelding (Niet verplicht voor kruiden en specerijen, tenzij er specifieke nutritionele claims worden gemaakt).  

Voor mengsels van kruiden en specerijen geldt dat, indien geen enkel ingrediënt in gewicht overheerst, de componenten in willekeurige volgorde kunnen worden opgesomd, voorafgegaan door een vermelding zoals “in wisselende verhouding”. Bovendien mogen kruiden en specerijen die minder dan 2% van het totale gewicht uitmaken, worden aangeduid met termen als “gemengde specerijen” of “kruiden”.  

Op de Normec kennisbank is veel informatie vinden rond etiketteren. Begin bij het artikel ‘Etiketteren – Voedselinformatie’. 

Belgische aanvullende regels m.b.t. etiketteren 

In België wordt de etikettering van kruiden en specerijen voornamelijk gereguleerd door Verordening (EU) nr. 1169/2011, zoals hierboven beschreven. De informatie op het etiket moet in een voor de gemiddelde consument begrijpelijke taal worden verstrekt, rekening houdend met het taalgebied waar het product wordt aangeboden. Dit betekent dat de etikettering in België moet voldoen aan de taalwetten die van toepassing zijn in de verschillende gewesten.  

Nederlandse aanvullende regels m.b.t. etiketteren  

In Nederland is het Warenwetbesluit Specerijen en Kruiden van toepassing. Dit besluit definieert specerijen en kruiden als eetwaren, zijnde delen van planten die aromatisch smaken of ruiken dan wel een scherpe smaak bezitten, en die bestemd zijn om aan eet- en drinkwaren te worden toegevoegd. Het besluit bevat specifieke eisen omtrent de samenstelling en etikettering van deze producten, waaronder maximale gehaltes aan as en zand en minimale gehaltes aan vluchtige olie voor verschillende kruiden en specerijen.  

Claims 

Het voeren van gezondheidsclaims op kruidenpreparaten is toegestaan, mits de claims niet misleidend zijn en met objectieve gegevens kunnen worden onderbouwd, conform Verordening (EG) nr. 1924/2006 over voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen.  Lees verder over claims in het artikel ‘Etiketteren – Claims’. 

De NVWA heeft een handboek uitgebracht waar de Europese wetgeving rondom voedings- en gezondheidsclaims wordt toegelicht, aangevuld met de Nederlandse wetgeving. Lees verder over dit type claims in het artikel ‘Handboek Voedings- en gezondheidsclaims’ 

Vernieuwde richtlijn voor aanvaardbare bovengrens van Vitaminen en Mineralen

De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) heeft haar richtlijn voor veilige hoeveelheden vitaminen en mineralen herzien. De oorspronkelijke richtlijnen uit 2000 zijn verbeterd op basis van nieuwe kennis en ervaringen. De vernieuwde richtlijn, die de risicobeoordeling toelicht, is in november 2024 gepubliceerd en was sinds 2022 in een testfase.

Vitaminen en mineralen  

Vitaminen en mineralen (nutriënten) zijn belangrijk voor de gezondheid, maar te veel ervan kan schadelijk zijn. Nutriënten mogen door fabrikanten aan levensmiddelen worden toegevoegd en het vaststellen van aanvaardbare bovengrenzen voor vitamines en mineralen is bedoeld om overdosering te voorkomen. Overdosering is vaak alleen een risico bij voedingssupplementen en verrijkte voedingsmiddelen, zoals ontbijtgranen en margarines. Via reguliere voeding worden de bovengrenzen voor vitamines en mineralen zelden overschreden.

Het vaststellen van de Tolerable upper intake level (UL) 

Tot op heden bepaalden de verschillende lidstaten zelf hun maximale niveaus voor vitaminen en mineralen. In Nederland zijn de veilige bovengrenzen vastgelegd in het Warenwetbesluit voedingssupplementen en in België in het KB in de handel brengen van nutriënten en van voedingsmiddelen waaraan nutriënten werden toegevoegd.  

Hoewel Verordening (EU) 1925/2006 voorschriften voor de toevoeging van vitaminen en mineralen en Richtlijn 2002/46/EG een geharmoniseerde lijst van deze nutriënten biedt, zorgden nationale verschillen voor complexiteit op de Europese markt. Dit maakte het lastig voor bedrijven die hun producten in meerdere landen verkopen, waardoor er behoefte was aan harmonisatie.

Daarom heeft de EFSA, in opdracht van de Europese Commissie, de richtlijnen voor veilige bovengrenzen (UL’s) van vitaminen en mineralen opnieuw geëvalueerd en haar richtlijnen geactualiseerd en gepubliceerd. 

Bij het vaststellen van een UL kijkt EFSA naar: 

  • Welke gezondheidsschade een stof kan veroorzaken. 
  • Bij welke hoeveelheid dit gebeurt. 
  • Hoeveel mensen gemiddeld binnenkrijgen. 
  • Het totale risico voor de bevolking. 

Kwetsbare groepen, zoals kinderen, krijgen extra aandacht. Als er te weinig data is, wordt een schatting gemaakt van een veilige hoeveelheid.  

UL’s van de belangrijke micronutriënten 

Van de belangrijke micronutriënten werden de afgelopen jaren geharmoniseerde Europese veilige bovengrenzen (UL) gepubliceerd. Deze UL’s zijn één voor één gepresenteerd op de website van het EFSA. De UL’s helpen beleidsmakers bepalen hoeveel van een voedingsstof veilig is in voeding en supplementen. Een samenvatting is ook beschikbaar via deze pagina van de EFSA.  

Gepubliceerde UL’s door de EFSA: 

Koper EFSA opinion – 17 January 2023 

  • Een (ADI) van 0,07 mg/kg lichaamsgewicht is vastgesteld.  

Selenium EFSA opinion  – 20 January 2023 

  • Een UL van 255 μg/dag is vastgesteld voor volwassen mannen en vrouwen (inclusief zwangere en zogende vrouwen). UL’s voor kinderen zijn afgeleid van de UL voor volwassenen met behulp van allometrische schaling (lichaamsgewicht 0,75). Seleniumhoudende supplementen bij peuters en kinderen moeten met voorzichtigheid worden gebruikt, op basis van individuele behoefte. 

Vit B6 EFSA opinion – 17 May 2023 

  • Een UL van 12 mg/dag is vastgesteld voor vitamine B6 voor volwassenen (inclusief zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven). UL’s voor zuigelingen en kinderen zijn afgeleid van de UL voor volwassenen met behulp van allometrische schaling: 2,2-2,5 mg/dag (4-11 maanden), 3,2-4,5 mg/dag (1-6 jaar), 6,1-10,7 mg/dag (7-17 jaar).  

Vit D EFSA opinion -08 August 2023 

  • Een UL van 100 μg vitamine D-equivalenten (VDE)/dag is vastgesteld voor volwassenen (inclusief zwangere en zogende vrouwen) en voor adolescenten van 11-17 jaar. Voor kinderen van 1-10 jaar is een UL van 50 μg VDE/dag vastgesteld op basis van hun kleinere lichaamsomvang.  

Foliumzuur/folaat EFSA opinion – 13 November 2023 

  • De UL’s voor foliumzuur die eerder door het Wetenschappelijk Comité voor de menselijke voeding zijn vastgesteld, worden voor alle bevolkingsgroepen gehandhaafd, d.w.z. 1000 μg/dag voor volwassenen, inclusief zwangere en zogende vrouwen, 200 μg/dag voor kinderen van 1-3 jaar, 300 μg/dag voor 4-6 jaar, 400 μg/dag voor 7-10 jaar, 600 μg/dag voor 11-14 jaar en 800 μg/dag voor 15-17 jaar. Voor zuigelingen van 4-11 maanden is een UL van 200 μg/dag vastgesteld. De UL’s gelden voor de gecombineerde inname van foliumzuur, (6S)-5-methyltetrahydrofoliumzuur glucosamine en l-5-methyltetrahydrofoliumzuur calciumzouten, onder de toegestane gebruiksvoorwaarden.  

Mangaan EFSA opinion – 08 December 2023 

  • Er waren onvoldoende gegevens om een duidelijke dosis-responsrelatie te bepalen. Omdat er geen geschikte gegevens waren voor het vaststellen van een UL, werd op basis van de gemiddelde inname van hoge consumenten een veilige inname vastgesteld van 8 mg per dag voor volwassenen (inclusief zwangere en zogende vrouwen). Voor andere groepen varieerde dit tussen 2 en 7 mg per dag. Deze veilige inname biedt minder zekerheid dan een UL, omdat de drempel v- oor schadelijke effecten niet precies is gedefinieerd. 

Ijzer EFSA Opinion – 12 June 2024 

  • Er werd vastgesteld dat een te hoge ijzerinname kan leiden tot orgaanschade, maar er kon geen UL worden vastgesteld. Het enige indicator dat een dosis-responsrelatie had, was het verschijnsel van zwarte ontlasting, wat duidt op grote hoeveelheden onverteerd ijzer in de darmen. Op basis van studies werd een veilige inname van 40 mg per dag voor volwassenen vastgesteld, en lagere veilige niveaus voor kinderen en adolescenten, variërend van 10 mg/dag (1–3 jaar) tot 35 mg/dag (15–17 jaar). Voor jonge baby’s (4–6 maanden) werd een veilige inname van 5 mg/dag vastgesteld voor ijzersupplementen. Deze veilige inname is beperkter dan een UL omdat de drempel voor schadelijke effecten niet precies is gedefinieerd. 

Vit A/betacaroteen EFSA Opinion – 06 June 2024 

  • Teratogeniciteit werd als het belangrijkste effect gekozen voor de UL van vitamine A. De UL voor voorgevormde vitamine A blijft 3000 μg RE/dag voor volwassenen, met lagere grenzen voor kinderen en jongeren (600 μg RE/dag voor baby’s en 2600 μg RE/dag voor jongeren van 15-17 jaar). Europese populaties overschrijden deze grens waarschijnlijk niet, zolang leverproducten niet vaker dan eens per maand worden geconsumeerd. Rokers wordt aangeraden β-caroteensupplementen te vermijden, en het gebruik ervan zou beperkt moeten blijven tot het voldoen aan de vitamine A-behoefte. Voor β-caroteen kon geen UL worden vastgesteld vanwege onvoldoende gegevens. 

Vit E EFSA Opinion – 02 August 2024 

  • Bloedstolling en het verhoogde risico op bloeden werden als de belangrijkste effecten beschouwd. De bestaande UL’s voor vitamine E, die door het Wetenschappelijk Comité voor Voeding waren vastgesteld, worden gehandhaafd: 300 mg/dag voor volwassenen, 100-260 mg/dag voor kinderen en 50-60 mg/dag voor baby’s. Deze UL’s gelden voor alle vormen van α-tocoferol, maar niet voor mensen die bloedverdunners gebruiken. Het is onwaarschijnlijk dat deze UL’s in Europa worden overschreden, behalve door regelmatige gebruikers van supplementen met hoge doses vitamine E. 

Herziening van de Plant Health Law (PHL): De EU basiswetgeving voor plantengezondheid 

De Europese regelgeving rond plantengezondheid is streng en continu in ontwikkeling om schadelijke organismen buiten de EU te houden. Met strikte importregels, controlemechanismen en bewustwordingscampagnes wordt de gezondheid van planten en de veiligheid van landbouwproducten binnen Europa gewaarborgd. Per 5 januari 2025 is Verordening (EU) 2024/3115 in werking met een herziening op de fytosanitaire basiswetgeving van de EU. 

Wat is de verordening plantengezondheid? 

De Europese Unie heeft regels opgesteld om schadelijke organismen die planten kunnen aantasten buiten Europa te houden en uitbraken snel te bestrijden. Deze regels zijn vastgelegd in Verordening (EU) 2016/2031, ook wel de ‘Plant Health Law’ (PHL) genoemd. Deze wet vormt de basis voor het plantengezondheidsbeleid binnen de EU en geldt sinds 12 december 2016. 

Doelstellingen van de wetgeving 

De wetgeving richt zich op vijf belangrijke pijlers: 

  • Prioritering van schadelijke organismen: Indeling en criteria voor plaagorganismen, vastgelegd in lijsten. 
  • Strengere importregels 
    • Verplichting van een fytosanitair certificaat voor alle planten, groenten, fruit en zaden die in de EU worden ingevoerd. 
    • Verbod op bepaalde risicovolle planten en producten totdat een risicoanalyse is uitgevoerd. 
  • Veilig transport binnen de EU 
    • Een geharmoniseerd plantenpaspoort voor verhandelde planten binnen de EU. 
    • Duidelijke verantwoordelijkheden voor overheden en bedrijven. 
  • Moderne bestrijding en beperking van plagen. 
  • Onderzoek en compensatie 
    • Financiering van onderzoeks- en surveillancetrajecten. 
    • Vergoeding van landbouwers bij schade door plaagorganismen. 

Aanpassing van de wetgeving in 2025 

Op 16 december 2024 is Verordening (EU) 2024/3115 gepubliceerd, die de fytosanitaire basiswetgeving van de EU herziet. De wet is op 5 januari 2025 in werking getreden en heeft als doel de bestrijding van gereguleerde plaagorganismen te verbeteren en de veiligheid van planten en plantaardige producten te garanderen. 

Belangrijke wijzigingen: 

  • Oprichting van een Team voor noodsituaties inzake plantengezondheid. 
  • Vaststellen van procedures voor identificatie en oplijsting van hoog-risicoplanten en uitzonderingen voor importregels. 
  • Duidelijkere maatregelen voor quarantaine-organismen die nog niet volledig beoordeeld zijn. 
  • Verlenging van de termijn voor meerjarige onderzoeksprogramma’s met jaarlijkse aanpassingsmogelijkheden. 
  • Uitzonderingen op de verplichting van een fysiek plantenpaspoort indien dit praktisch niet haalbaar is. 
  • Vereenvoudiging van rapportageverplichtingen via een elektronisch systeem. 

Controle en financiering 

De controle op plantengezondheid valt onder Verordening (EU) 2017/625, die ook dierengezondheid en voedselveiligheid regelt. Dit helpt om zowel de handel binnen de EU als de internationale handel veiliger te laten verlopen. 

Bewustwording bij het publiek 

Veel mensen zijn zich niet bewust van de risico’s die schadelijke organismen vormen voor voedselvoorziening, economie en biodiversiteit. Daarom moeten EU-lidstaten reizigers informeren over de gevaren van het meenemen van planten, voedsel en zaden uit risicogebieden. Dit sluit aan bij de ‘One World, One Health’-strategie. 

Aanvullende wetgeving en lijsten 

Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072 (‘Big Implementing Act’) 

Deze wet, van kracht sinds 14 december 2019, bevat gedetailleerde regels over: 

  • Lijsten van schadelijke organismen en quarantaineorganismen. 
  • Importverboden en fytosanitaire eisen voor planten en producten die de EU binnenkomen. 
  • Plantenpaspoorten voor de handel binnen de EU. 

Wat is een plantenpaspoort? 

Een plantenpaspoort is een verplicht document voor het verhandelen van planten binnen de EU. Dit geldt sinds 14 december 2019 en is bedoeld om traceerbaarheid en controle te verbeteren. 

  • Uitzonderingen gelden voor handel in grensgebieden, wetenschappelijke doeleinden en reizigersbagage.
  • Voor online handel is een plantenpaspoort altijd verplicht!

Prioritaire quarantaine-organismen 

De EU heeft een lijst met 20 prioritaire quarantaine-organismen die extra aandacht krijgen. Voorbeelden zijn de bacterie Xylella fastidiosa en de Aziatische boktor. Lidstaten moeten deze organismen actief monitoren en bestrijden. 

Hoog risico planten en importbeperkingen 

Bepaalde planten en plantaardige producten met een hoog risico mogen de EU niet binnenkomen zonder een voorafgaande risicobeoordeling. De lijst hiervan staat in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/2019. Sommige verboden kunnen later worden aangepast of opgeheven op basis van nieuwe wetenschappelijke inzichten. 

Huidige Belgische wetgeving over plantengezondheid 

De Wet van 2 april 1971 regelt de bestrijding van schadelijke organismen die planten en plantaardige producten aantasten. 

Het Koninklijk Besluit van 22 februari 2021 bevat beschermende maatregelen tegen quarantaineorganismen en brengt de federale wetgeving in overeenstemming met de Europese regels (Verordening (EU) 2016/2031 en Verordening (EU) 2017/625). Dit besluit bepaalt onder meer: 

  • Het gebruik van plantenpaspoorten en fytosanitaire certificaten. 
  • De controle op quarantaineorganismen door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). 
  • De toepassing van Europese uitvoeringsregels, zoals Uitvoeringsverordening (EU) 2019/2072, die lijsten van gereguleerde organismen vastlegt. 
  • De Wet van 17 maart 1993 regelt de financiering van de productie en bescherming van planten via een Begrotingsfonds. 

Deze wetgeving zorgt ervoor dat België voldoet aan de Europese eisen voor plantengezondheid en voedselveiligheid. 

Nederlandse implementatie van de wetgeving rond platgezondheid. 

In Nederland geldt het Specifiek interventiebeleid NVWA fytosanitaire wetgeving. Deze wetgeving beschrijft de klasseindeling en de interventies voor de specifieke overtredingen van de regelgeving met betrekking tot fytosanitaire wet- en regelgeving. 

Nuttige info:  

België: 
Nederland: 

Rauwe melk: Wijzigingen in Belgische en Nederlandse wetgeving per januari 2025 

Gewijzigde Belgische wetgeving op testen op antibioticaresiduen per 1 januari 2025. 

De Omzendbrief met betrekking tot de controle op de kwaliteit van de rauwe melk beschrijft alle verplichtingen m.b.t kwaliteitscontrole waar operatoren in dit gebied aan moeten voldoen. Met betrekking tot de sneltesten op antibioticaresiduen is er een wijziging geweest per januari 2025. 

Omzendbrief met betrekking tot ´Sneltesten en microbiologische inhibitortesten voor de detectie van remstoffen in rauwe melk schrijft voor aan welke eisen de toegestane testen welke gebruikt mogen worden moeten voldoen.  

Een lijst met toegestane sneltesten om deze remstoffen te detecteren alsook hun detectiecapaciteiten is gepubliceerd door het FAVV. Sneltesten kunnen een hoge gevoeligheid hebben en daardoor soms onterecht een niet-conform resultaat laten zien. Daarom mag, in het geval dat een sneltest een niet conform resultaat laat zien, de melk nog onderzocht a.d.h.v. een microbiologische inhibitortest. Indien dit ingezet wordt, is deze laatste steeds leidend in de beslissing welke genomen kan worden over de partij.   

De wijziging per 1 januari 2025 heeft betrekking op de eisen aan de sneltest. Deze zijn beschreven in bijlage 2 van de omzendbrief.   

Eerder moesten de sneltesten 85% van de in België geregistreerde antibiotica substanties  kunnen detecteren. Vanaf 1 januari is dat 100% en i.p.v. 12/14 moet de test nu 13/14 merkerresiduen op hun maximum residu limiet (MRL) kunnen aantonen in minimaal 95% van de gevallen. Wanneer het niet op MRL kan worden gedetecteerd, dient minimaal wel op 5xMRL aantoonbaar te zijn in minimaal 95% van de gevallen.  

De test mag maximaal 5% negatieve resultaten geven op positieve monsternames.  

Nederland: Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen 

In het Warenwetbesluit Bereiding en behandeling van levensmiddelen zijn wijzigingen doorgevoerd in verband met microbiologische eisen aan eet- en drinkwaren. Zo zijn er aanpassingen in artikel 4 m.b.t. pathogene micro-organismen die in eet- en drinkwaren afwezig moeten zijn in hoeveelheden die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid: 

  • Kweekbare Staphylococcus aureus vervangen door  «coagulase positieve staphylococcen (Staphylococcus aureus en andere soorten) en   
  • Shiga-toxine producerende E. coli (STEC) niet aantoonbaar is in 25 g of ml wordt toegevoegd. 

Ook is er een aanpassing van de beschrijving van de eet- en drinkwaren waarop dit overzicht pathogene micro-organismen van toepassing is.   

  • De onbewerkte- en rauwe eet- en drinkwaren zijn hier geschrapt. 
  • Een aanvulling m.b.t. de behandeling van de eindgebruiker: er wordt niet enkel meer over verhitting gesproken, maar ook een andere bewerking (bij normaal gebruik) kan worden meegenomen om pathogene micro-organismen reduceren tot niet-schadelijke hoeveelheden.   

Deze wijzigingen worden o.a. verder verwerkt in het Warenbesluit hygiëne van levensmiddelen. Lees hieronder verder hoe deze omzetting in praktijk wordt doorgevoerd door de wijzigingen in dit Warenbesluit. 

Nederland: Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen 

In het Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen zijn gewijzigde voorschriften voor rauwe melk en rauwe room bestemd voor rechtstreekse menselijke consumptie doorgevoerd:   

De benaming ‘rauwe koemelk’ wordt vervangen door ‘rauwe melk en rauwe room’.  

Gewijzigde voorschriften m.b.t. onder andere overdracht van de rauwe melk naar de klant en temperaturen waarop dit plaats kan vinden. Ter plaatse leveren aan de consument mag:   

  • ongekoeld binnen de twee uur na het winnen 
  • indien direct na winnen teruggekoeld en bewaard op maximum 4 °C  binnen 72 uur na het winnen. Let op: dit was eerder 6 °C en de maximum van 72 uur werd eerder niet gesteld 
  • diepgevroren: wanneer het binnen 24u op -18 °C is en bewaard blijft. En tijdens eventueel transport de -15 °C niet overstijgt 

Microbiologische criteria zijn aangepast. Over het algemeen moeten Pathogene micro-organismen afwezig zijn in eet- en drinkwaren en moeten deze voldoen aan de volgende criteria: 

  • Salmonella niet aantoonbaar is in 25 g of ml; 
  • Campylobacter niet aantoonbaar is in 25 g of ml; 
  • Het aantal Coagulase positieve Staphylococcen bedraagt niet meer dan 100.000 per g of ml; 
  • Het aantal kweekbare Clostridium perfringens bedraagt niet meer dan 100.000 per g of ml; 
  • Het aantal kweekbare Bacillus cereus bedraagt niet meer dan 100.000 per g of ml. 
  • Shiga-toxine producerende E. coli (STEC) is niet aantoonbaar in 25 g of ml (Deze laatste is nieuw toegevoegd.) 

Met uitzondering als microbiologische criteria zijn vastgesteld bij Verordening (EG) 2073/2005.  

Deze criteria voor pathogene micro–organismen zijn voor alle eet- en drinkwaren. Voor rauwe melk, welke later door de consument verhit wordt of een andere kiem reducerende behandeling krijgt, geldt dat er minimaal eenmaal per maand op Salmonella, Campylobacter en Shiga-toxine producerende E. coli (STEC) onderzocht moet worden. De frequentie van dit onderzoek kan worden gehalveerd als de resultaten gedurende zes maanden achter elkaar voldoen aan de criteria.  

Het is verplicht is om minimaal twee maal per maand het aeroob kiemgetal te laten analyseren bij 30°Caan het einde van de bewaartermijn. De bewaartermijn mag maximaal  72u na productie bedragen. De criteria hiervoor zijn:   

  • ≤ 25.000 per ml voor rauwe melk van runderen of buffels  
  • ≤ 50.000 per ml voor rauwe melk van kamelen, dromedarissen, paarden of ezels  
  • ≤ 100.000 per ml voor rauwe melk van geiten, schapen of overige diersoorten 

Er zijn verschillende aanpassingen m.b.t. verplichte vermelding op de consumentenverpakking: 

  • Indien het rauwe melk of rauwe biest betreft: RAUWE MELK / BIEST * GEBRUIKEN OP DE DAG VAN AANKOOP * GEEF SCHADELIJKE BACTERIËN GEEN KANS * KOKEN VOOR GEBRUIK AANBEVOLEN; 
  • Indien het rauwe room betreft: RAUWE ROOM * GEBRUIKEN OP DE DAG VAN AANKOOP * GEEF SCHADELIJKE BACTERIËN GEEN KANS * KOKEN VOOR GEBRUIK AANBEVOLEN.  
  • Indien de verpakking is voorzien van een datum van minimale houdbaarheid of een uiterste consumptiedatum. Is de vermelding «GEBRUIKEN OP DE DAG VAN AANKOOP» niet verplicht. 

In verband met de nieuwe voorschriften is de bijlage bij het Warenwetbesluit bestuurlijke boeten aangepast.