header oranje fruit en groenten

Verdere ban op PFAS in de EU 

Het beperkingsproces voor PFAS (per- en polyfluoralkylstoffen) binnen Europa is gericht op het minimaliseren van de uitstoot en ophoping van deze stoffen in het milieu. PFAS staan bekend om hun lange overlevingsduur in het milieu, bioaccumulatie en mobiliteit. Voor de voedingsmiddelenindustrie is het een grote zorg dat PFAS veelvuldig wordt toepast in voedselcontactmaterialen wanneer water- of vetafstoting gewenst is. Monitoring van het gevaar door PFAS in de voedselketen vindt reeds enkele jaren plaats. Recentelijk is er ook een Europese maatregel aangenomen om het gebruik van de PFAS-subgroep PFHxA in onder andere papier en karton voor voedselcontact (zoals pizzadozen) te beperken 

 

Algemeen doel van het regelgevingsinitiatief voor PFAS 

De autoriteiten van Denemarken, Duitsland, Nederland, Noorwegen en Zweden hebben in januari 2023 een beperkingsdossier ingediend bij ECHA (Europees Agentschap voor chemische stoffen). Het doel is het vervangen van PFAS waar mogelijk en het minimaliseren van emissies door strikte voorwaarden, met behoud van de mogelijkheid om bepaalde toepassingen tijdelijk toe te staan als er geen alternatieven beschikbaar zijn. 

De voorgestelde maatregelen worden geëvalueerd op risicovermindering, evenredigheid en uitvoerbaarheid, waarbij de wetenschappelijke comités van ECHA (RAC en SEAC) een belangrijke rol spelen in de beoordeling en advisering. 

Actuele ontwikkelingen 

RAC en SEAC hanteren een sectorale aanpak bij de beoordeling van het beperkingsdossier vanwege de brede reikwijdte van PFAS-toepassingen. Tot op heden zijn voorlopige conclusies getrokken over vijf sectoren: consumentenproducten en mengsels, cosmetica, skiwas, metaalplating en metaalproducten, aardolie en mijnbouw.  

Deze conclusies worden opgenomen in het uiteindelijke geconsolideerde advies, dat naar de Europese Commissie wordt gestuurd. Binnenkort wordt er specifiek over voedselcontactmaterialen gesproken. Dit nieuws wordt dan via de kennisbank geüpdatet.  

Raadpleging van stakeholders

Een zes maanden durende openbare raadpleging in 2023 leverde meer dan 5600 reacties op. Hieruit kwamen nieuwe inzichten naar voren over onder andere gevaren en risico’s van PFAS, specifieke toepassingen in de EU, beschikbaarheid en geschiktheid van alternatieven en sociaaleconomische impact van de beperkingsvoorstellen. 

Voorbeelden van nieuw geïdentificeerde specifieke toepassingen van PFAS waar mogelijk alternatieven voor gezocht dienen te worden zijn afdichtingsmaterialen zoals toepassingen in pijpleidingen, kleppen en pakkingen, technisch textiel zoals hoogwaardige membranen en technisch textiel voor buitengebruik, medische toepassingen zoals geneesmiddelenverpakkingen, hulpstoffen en druktoepassingen zoals onderdelen en verbruiksgoederen voor drukapparatuur. 

Beoordeling van mogelijke beperkingen

Het voorstel wat naar de Europese Commissie is gestuurd omvat twee beperkingsopties voor alle sectoren: 

  1. Volledig verbod: zonder uitzonderingen. 
  1. Verbod met tijdsgebonden uitzonderingen: om de overgang naar alternatieven te ondersteunen. 

De raadpleging benadrukte de noodzaak van aanvullende opties voor sectoren waar een volledig verbod onevenredige gevolgen kan hebben. Voorbeelden zijn medische hulpmiddelen en industriële toepassingen zoals PFAS-gebruik in batterijen, brandstofcellen en halfgeleiders.  Deze opties worden vergeleken met de initiële voorstellen en getoetst op praktische uitvoerbaarheid en milieu-impact. 

Tijdlijn 

De beoordeling zal in 2025 verder worden uitgewerkt, gevolgd door een openbare raadpleging over het SEAC-ontwerpadvies. ECHA geeft aan ernaar te streven om de Europese Commissie zo snel mogelijk van een hoogwaardig advies te voorzien, waarna lidstaten een besluit nemen over de beperking. 

Bemonsteringsprocedures en analysemethoden aangepast voor controle op mycotoxine en plantentoxine in levensmiddelen

Dit is een premiumartikel. Premiumartikelen maken deel uit van het Normec Foodcare Kenniscentrum abonnement.  Alle kennis en ervaring vanuit elke expertise komt samen in de Kennisbank. Je vindt hier alle relevante informatie over diverse productgroepen en wetgeving. Benieuwd? Lees wat het Normec Foodcare Kenniscentrum jou kan bieden.

Bij Verordening (EU) 2023/915 (Bijlage I) zijn maximumgehalten aan bepaalde plantentoxinen, mycotoxinen en moederkorensclerotiën in levensmiddelen vastgesteld.  In Verordeningen (EU) 2015/705 en nr. 401/2006  werden bemonsteringswijzen en analysemethoden vastgesteld voor mycotoxinen en plantentoxinen die voor de officiële controle op het gehalte in levensmiddelen moesten worden gebruikt. Deze worden nu vervangen door Publicatieblad EU L, 2023/2782 van 15 december 2023  voor mycotoxinen-gehalte en door Publicatieblad EU L, 2023/2783 van 15 december 2023 voor plantentoxinen-gehalte.  

Mycotoxinen

Mycotoxinen zijn toxinen (gifstoffen) die, onder bepaalde omstandigheden, geproduceerd worden door schimmels.  Zowel mensen als dieren kunnen vergiftigd worden door mycotoxinen. Onder mycotoxinen vallen aflatoxine, ochratoxine A, patuline,  DON (deoxynivalenol), moederkoren (ergotalkaloiden), zearalenon (ZEA), phomopsine, T-2 en HT-2, citrinine en fumonisinen.  Omdat mycotoxinen veelal stabiele stoffen zijn, en dus grotendeels niet worden afgebroken door productieprocessen, kunnen deze vervolgens via de voedselketen in de voeding van mensen terechtkomen.

In veel grondstoffen kunnen mycotoxinen voorkomen, bijvoorbeeld in granen en graanproducten (meel en bloem), noten, zaden, pitten, gedroogde (zuid)vruchten, peulvruchten en appels.   

Planttoxines

Plantengifstoffen (fytotoxinen) zijn natuurlijke gifstoffen. Ze komen van nature voor in bepaalde planten. Plantengifstoffen kunnen voorkomen in verschillende onderdelen van de plant, zoals de bladeren, stengels, vruchten, wortels en knollen. De voornaamste zijn Erucazuur Tropaanalkaloïden, cyanogene glycosiden, Pyrrolizidine alkaloiden (PA’s) en Opiumalkaloïden. Mensen kunnen plantengifstoffen binnenkrijgen via een aantal verdachte producten zoals:

  • Onrijpe aardappelen of uitlopers van oude aardappelen
  • Vruchten zoals vlierbessen en pitten van steenvruchten, appels en peren
  • Lijnzaad, bittere amandelen en exotische knolgewassen (zoals cassave)
  • Honing, kruidenthee, frisdrank en snoepjes met kruidenextracten en voedingssupplementen
  • Plantaardige oliën, hennepzaad
  • Groenten uit de look familie, zoals sjalot, bieslook en prei

Risk Safety Data Sheets

In de Risk Safety Data Sheets van Normec Foodcare Kenniscentrum is specifiek terug te vinden welke toxine voor welke productgroep een gevaar vormt. Raadpleeg ze via deze links. 

Mycotoxines

Planttoxines

Wetgeving

Bij Verordening (EU) 2023/915 (Bijlage I) zijn maximumgehalten aan bepaalde plantentoxinen, mycotoxinen en moederkorensclerotiën in levensmiddelen vastgesteld.  In Verordeningen (EU) 2015/705 en nr. 401/2006 werden bemonsteringswijzen en analysemethoden vastgesteld voor mycotoxinen en plantentoxinen die voor de officiële controle op het gehalte in levensmiddelen moesten worden gebruikt. Deze worden nu vervangen door Publicatieblad EU L, 2023/2782 van 15 december 2023  voor mycotoxinen-gehalte en door Publicatieblad EU L, 2023/2783 van 15 december 2023 voor plantentoxinen-gehalte.  

Categorieën betreffende monsternamemethodes 

In Bijlage I van (EU) 2023/2782 en (EU) 2023/2783 worden de producten ingedeeld in categorieën met specifieke monsternamemethodes. Bij producten waarvoor geen specifieke bemonsteringsprocedure is vastgesteld, worden criteria vastgesteld om te bepalen welke bemonsteringsprocedure in dergelijke gevallen moet worden toegepast. Deze staan beschreven in artikel 2 van beide verordeningen. 

Kort gezegd houdt dit in dat in het geval van een levensmiddel dat niet kan worden ingedeeld in een levensmiddelencategorie de bemonsteringsprocedure wordt bepaald op basis van de deeltjesgrootte van dat levensmiddel of de gelijkenis van dat levensmiddel met een product dat kan worden ingedeeld in een van de levensmiddelencategorieën in bijlage I. 

In het geval dat een levensmiddel niet kan worden ingedeeld in een levensmiddelencategorie en het toxine gelijkmatig in dat levensmiddel is verdeeld, wordt het levensmiddel bemonsterd volgens de bemonsteringsprocedure die is vastgelegd in deel B van de bijlage bij Verordening (EG) nr. 333/2007.

Een overzicht van verdere wijzigingen 

  • De bemonsteringswijzen voor de verschillende voedingsmiddelen moeten worden toegepast bij de controle op alle mycotoxinen in plaats van specifiek genoemde mycotoxinen in die voedingsmiddelen.  
  • De bemonsteringswijze voor voedingssupplementen moet geactualiseerd worden en voorzien in een bemonsteringswijze voor gedroogde kruiden, kruidenthee en theesoorten.  
  • Officiële controles kunnen worden uitgevoerd op levensmiddelen waarvoor geen specifiek maximumgehalte voor mycotoxinen of plantentoxinen en geen specifieke bemonsteringsprocedure is vastgesteld. Het is daarom passend criteria vast te stellen om te bepalen welke bemonsteringsprocedure in dergelijke gevallen moet worden toegepast. 
  • Er worden algemene prestatiecriteria vastgesteld voor de analysemethoden voor plantentoxinen. De prestatiecriteria voor de analyse van mycotoxinen worden geactualiseerd.  
  • Voor Ericazuur werden de bemonsteringswijzen en prestatiecriteria voor de analysemethoden reeds vastgelegd in (EU) 2015/705. Deze zal worden ingetrokken en vervangen door (EU) 2023/2783. 

De verordeningen zijn van toepassing met ingang van 1 april 2024. Analysemethoden voor plantentoxinen die vóór de inwerkingtreding van de verordening zijn gevalideerd, mogen tot en met 1 juli 2028 in gebruik blijven. Bemonsteringswijzen voor mycotoxine-gehalte die vóór de inwerkingtreding van de verordening zijn gevalideerd, mogen tot 1 januari 2029 in gebruik blijven.

Interessante links: 

Je las een premiumartikel van het Normec Foodcare Kenniscentrum. Smaakt het naar meer? Bekijk dan de mogelijkheden van het Kenniscentrum abonnement. Hiermee heb je direct toegang tot alle kennis.

Strengere normen voor acrylamide op komst 

Sinds april 2018 heeft de EU regelgeving voor het beperken van het gehalte acrylamide in levensmiddelen zoals frites, chips, crackers, brood, ontbijtgranen, koffie en babyvoeding. Aanvullend heeft de Europese Commissie in 2019 in een aanbeveling autoriteiten opgeroepen het acrylamide gehalte te monitoren. Er wordt gewerkt aan nieuwe wetgeving. Wat te verwachten? 

Evaluatie van de richtwaarden 

Voor acrylamide zijn geen maximumgehalten vastgelegd in wetgeving. In Verordening (EU) 2017/2158  staan wel richtwaarden en voorschriften hoe producenten een zo laag mogelijk gehalte acrylamide kunnen bereiken. De bijbehorende guidance geeft een nadere uitleg over de te nemen maatregelen die de vorming van acrylamide tegen gaan en voor welke producten en producenten de verordening van toepassing is.  

Aan de hand van een aanbeveling in 2019 (Aanbeveling (EU) 2019/1888) zijn autoriteiten diverse levensmiddelen gaan analyseren op het acrylamide gehalten, omdat er onvoldoende gegevens waren over het gehalte in diverse levensmiddelen. Mede op basis van deze gegevens zijn in juni 2021 niet alleen nieuwe richtwaarden, maar ook maximum gehalten voorgesteld voor de producten benoemd in verordening. De voorgestelde richtwaarden zijn strenger of gelijk gebleven aan de  huidige richtwaarden en zijn samen met de maximumgehalten te vinden in deze tabel. Bovendien zijn nieuwe producten waarvoor richtwaarden moeten gaan gelden toegevoegd, zoals cacaopoeder, zwarte olijven, rösti en andere gefrituurde aardappelproducten en chips gebaseerd op fruit en groenten.  

Status 

Meningen over het (deels) aanscherpen van de richtwaarden en het instellen van maximale limieten verschillen. Waar FoodDrinkEurope (vertegenwoordiger van producenten) bijvoorbeeld maximale limieten niet nodig vindt, vindt de non-gouvermentele organisatie SAFE (Safe Food Advocacy Europe, vertegenwoordiger van onder andere consumentenorganisaties) de huidige regelgeving niet ver genoeg gaan.  

Ook de lidstaten van de EU zijn het nog niet met elkaar eens, blijkt uit de notulen van het Regulier overleg Warenwet (ROW) d.d. 28 juni 2022. In november staat acrylamide weer op de agenda van het ROW.  

Vooralsnog is in 2022 geen nieuwe regelgeving over acrylamide te verwachten, maar mogelijk lukt het de EU-lidstaten in 2023 overeenstemming te bereiken en een verordening op te stellen. Producenten van producten waarin acrylamide gevormd wordt, doen er goed aan rekening te houden met strengere richtwaarden, richtwaarden voor meer soorten producten en mogelijk maximale limieten voor acrylamide in de toekomst.