Nieuwe wetgeving op vlak van BPA (Bisfenol A) ‘Verordening (EU) 2024/3190 betreffende het gebruik van bisfenol A (BPA) en andere bisfenolen en bisfenolderivaten in levensmiddelencontactmaterialen’ is gepubliceerd. Het betreft een verbod van BPA op materialen die met levensmiddelen in contact komen. Dit heeft de Europese Commissie bekend gemaakt nadat uit een rapport van de EFSA van april 2023 is gebleken dat Europeanen een veel te hoge dosis aan deze chemische stof binnen krijgen.
Bisfenol A (BPA) is een veelgebruikte chemische stof in voedselverpakkingen zoals coatings voor metalen blikken en herbruikbare plastic flessen. Het is het onderwerp van nieuwe regelgeving van de Europese Commissie. Per 20 januari 2025 is het gebruik van BPA in materialen die met voedsel in contact komen verboden. Dit besluit volgt op strengere wetenschappelijke evaluaties door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), die concludeerde dat BPA schadelijk kan zijn voor het immuunsysteem en andere gezondheidsrisico’s met zich meebrengt.
BPA wordt al tientallen jaren toegepast vanwege functionele voordelen, zoals het versterken van kunststoffen en het voorkomen van corrosie in blikken. Onderzoek heeft echter aangetoond dat BPA kan migreren naar voedsel, wat risico’s voor de gezondheid oplevert. In 2023 stelde de EFSA vast dat de huidige blootstellingsniveaus via voedsel te hoog zijn voor alle leeftijdsgroepen, wat leidde tot een aanscherping van de regelgeving.
De schadelijke effecten van BPA omvatten verstoring van het immuunsysteem en een mogelijke rol bij auto-immuunziekten zoals reumatoïde artritis en psoriasis. Daarnaast vallen ook andere bisfenolen met vergelijkbare gezondheidsrisico’s onder het verbod.
Bisfenol A (BPA) en de zouten ervan mogen niet meer worden gebruikt in materialen die met voedsel in contact komen. Daarnaast mogen producten die BPA bevatten niet langer op de EU-markt worden gebracht. Er zijn echter enkele uitzonderingen voor specifieke toepassingen. Deze toepassingen worden vastgelegd in een aparte lijst (bijlage II) en zijn onderworpen aan strikte voorwaarden.
Materialen die met andere bisfenolen of bisfenolderivaten zijn vervaardigd, mogen geen BPA-residuen bevatten. Bovendien is niet alleen BPA verboden, maar ook andere gevaarlijke bisfenolen en hun derivaten. Het gebruik van deze stoffen in voedselcontactmaterialen is alleen toegestaan als hiervoor een specifieke uitzondering wordt verleend.
Wanneer een gevaarlijk bisfenol toch gebruikt moet worden, is een speciale goedkeuring nodig via een aanvraagprocedure bij de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Daarnaast moeten bedrijven de EU informeren over mogelijke alternatieven voor BPA en andere bisfenolen, hoewel kleine bedrijven hiervan zijn vrijgesteld.
Om naleving van de regelgeving te garanderen, worden strikte tests uitgevoerd om te controleren of producten BPA-vrij zijn. De EU heeft hiervoor specifieke testmethoden vastgesteld. Verder moeten bedrijven via een conformiteitsverklaring (Declaration of Compliance) kunnen aantonen dat hun producten voldoen aan de regelgeving. Deze documentatie moet beschikbaar zijn voor controle door de bevoegde autoriteiten.
Kort gezegd: BPA wordt volledig verboden in voedselcontactmaterialen, evenals andere gevaarlijke bisfenolen, tenzij er een goedgekeurde uitzondering is. Bedrijven moeten bewijzen dat ze voldoen aan de regels en actief op zoek gaan naar alternatieven.
Deze nieuwe verordening wijzigt Verordening (EU) 10/2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, bijlage I: de EU-lijst van toegelaten stoffen welke opzettelijk mogen worden gebruikt bij de vervaardiging van lagen van kunststof in materialen en voorwerpen van kunststof. Hier worden geschrapt: nr. 151 (2,2-bis(4-hydroxyfenyl)propaan) en nr. 154 (4,4′-dihydroxydifenylsulfon).
Deze stoffen mogen alleen nog worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof waarvoor nog geen veilige alternatieven beschikbaar zijn. Deze goedkeuring moet aangevraagd worden en is steeds van tijdelijke aard.
Verordening (EU) 2018/213 betreffende het gebruik van bisfenol A in vernissen en coatings voor levensmiddelencontact wordt volledig ingetrokken.
Afgewerkte wegwerpproducten die met voedsel in contact komen en BPA bevatten, mogen nog tot 20 juli 2026 worden verkocht. Voor bepaalde producten geldt een langere overgangsperiode tot 20 januari 2028. Dit geldt voor:
Deze producten mogen nog een jaar na de overgangsperiode worden gevuld en verzegeld met voedsel. Ze mogen vervolgens worden verkocht totdat de voorraden op zijn.
Herbruikbare producten die in contact komen met voedsel en BPA bevatten, mogen nog tot 20 juli 2026 voor het eerst op de markt worden gebracht.
Voor professionele voedselproductieapparatuur geldt een langere termijn: deze mag tot 20 januari 2028 nog voor het eerst op de markt komen.
Alle herbruikbare producten die onder deze overgangsregels vallen, mogen daarna nog tot 20 januari 2029 verkocht blijven worden.
Op 31 december 2024 is de wijziging van de Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen gepubliceerd, die betrekking heeft op metalen en legeringen in contact met levensmiddelen. De wijziging verlaagt de maximumgehalten voor stoffen zoals arseen, cadmium en koper. Deze aanpassingen zijn gedaan om, volgens de Benelux beschikking, de Nederlandse warenwet op dit vlak in lijn te brengen met de wetgeving binnen de Benelux. De regeling is bij de publicatie in werking getreden.
Er is geen specifieke EU-wetgeving voor metalen als voedselcontactmateriaal, maar Verordening (EG) Nr. 1935/2004 stelt algemene regels: materialen mogen de gezondheid niet schaden of voedsel veranderen.
In Nederland gelden eisen voor metalen verpakkingen in de Warenwetregeling Verpakkingen en gebruiksartikelen, waarin toegestane stoffen en migratielimieten staan. België regelt dit via het Koninklijk Besluit van 17 februari 2021 met specifieke limieten per metaal.
De Raad van Europa heeft een technische gids opgesteld (laatste herziening 2024), met testmethoden en afgiftelimieten. Meer dan 20 metalen, zoals chroom, koper en lood hebben ook grenswaarden.
Artikelen op de Normec Kennisbankpagina zoals ‘Voedselcontactmaterialen: Aluminium, Melamine en rubbers’ en ‘Voedselcontactmaterialen’ gaan hier uitgebreid op in.
Concreet houdt de wijziging in dat de specifieke migratielimieten werden bijgesteld voor bepaalde metalen die vrij kunnen komen uit materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in aanraking komen. Door deze wijziging wordt de regelgeving binnen de Benelux-landen geharmoniseerd, wat niet alleen de consumentenbescherming versterkt, maar ook de interne markt ten goede moet komen door uniforme normen voor producenten en distributeurs.
Een nieuw onderdeel wordt toegevoegd: fabrikanten moeten kunnen aantonen dat hun producten voldoen aan de eisen door middel van een verklaring van overeenstemming. (DOC) met een schriftelijke verklaring volgens welke voldoet aan de eisen van bijlage I van de Warenwet verpakkingen en gebruiksartikelen. De eis voor een verklaring van overeenstemming is alleen van toepassing als dit in het hoofdstuk voor het betreffende materiaal is opgenomen.
Voor contactmaterialen zijn er nationale en Europese richtlijnen welke overzichtelijk gemaakt worden bij het Belgische FAVV en het Nederlandse RIVM. Verder is het goed om te weten dat het Duitse BfR (Duitse Federale Instituut voor Risicobeoordeling) in een gratis database aanbevelingen publiceert voor contactmaterialen die niet onderhevig zijn aan deze wettelijke bepalingen.
Aluminium is een veelgebruikt voedselcontactmateriaal, denk aan verpakkingen van levensmiddelen, pannen, aluminiumfolie en kookgerei. De gewenste maximale inname van aluminium wordt door diverse bevolkingsgroepen benaderd of overschreden. Het is belangrijk om aluminium van een goede kwaliteit te gebruiken als het wordt toegepast als voedselcontactmateriaal. Informatie aan consumenten over voedselcontactmaterialen van aluminium kan bijdragen aan het verkleinen van de inname.
Aluminium komt van nature voor in de aardkorst. In levensmiddelen is aluminium ook aanwezig; in plantaardige grondstoffen is het gehalte gewoonlijk laag (< 5 mg/kg). In zeevruchten, slachtafval, kruiden en chocolade kan 5 tot 10 mg/kg aangetroffen worden. In gefermenteerde grondstoffen als thee en cacaobonen kan het gehalte hoger zijn dan 10 mg/kg. Blootstelling aan aluminium vindt ook plaats via additieven (bepaalde kleurstoffen), geneesmiddelen, voedingssupplementen en door afgifte van aluminium uit voedselcontactmateriaal.
De ‘voorlopige toelaatbare wekelijkse inname’ (PTWI: provisional tolerable weekly intake) zoals vastgesteld door de European Food Safety Authority (EFSA) van 1 mg/kg lichaamsgewicht per week wordt door diverse bevolkingsgroepen benaderd of overschreden. Reden om de inname te proberen te verkleinen. Instanties zitten niet op één lijn wat de PTWI waarde voor aluminium betreft: JECFA (Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives) stelde een PTWI van 2 mg/kg lichaamsgewicht per week voor.
Aluminium wordt veelvuldig gebruikt als voedselcontactmateriaal, onder andere door de zeer goede barrièrefunctie, het lage gewicht en de goede recyclebaarheid. Veelal wordt het toegepast in combinatie met andere materialen of voorzien van een coating of als samengesteld materiaal. Ongecoat aluminium wordt gebruikt voor kookgerei en folie. Het materiaal wordt niet aangetast door neutraal, vettig of droog voedsel. Het wordt wel aangetast door zeer zoute, zure en alkalische voedingsmiddelen (pH-waarde < 4,5 of > 8,5). Verder wordt het gecombineerd met andere materialen, voornamelijk met interne coatings van plastic, met (interieur) beschermende lakken (bijvoorbeeld blikken, buizen en deksels) of als meerlaagse materialen, composietfilms. Alleen een coating die werkt als functionele barrière zal de afgifte van aluminium tegengaan.
Bij de overgang van aluminium vanuit voedselcontactmateriaal naar levensmiddel is er geen sprake van migratie. Migratie is namelijk een fysisch proces waarbij moleculen (vanuit bijvoorbeeld kunststoffen) overgaan naar een levensmiddel, waarbij de kunststof zelf intact blijft. Bij de afgifte van aluminium aan levensmiddelen is er sprake van een chemisch proces, een elektrochemische reactie die vocht en zuurstof vereist. Het materiaal beschadigt door deze reactie, het lost op in het levensmiddel. De mate van afgifte van aluminium is met name afhankelijk van de pH-waarde en zoutconcentratie van het levensmiddel. Voor de afgifte van aluminium hanteert de Raad van Europa een “SRL” (Specific Release Limit) als maximale grenswaarde. Deze term is overgenomen in de Belgische wetgeving (KB 17 februari 2021: — Koninklijk besluit betreffende materialen en voorwerpen van metaal en legering die bestemd zijn om in aanraking te worden gebracht met voedingsmiddelen) waar ze spreken van een specifieke vrijgave limiet. In de Warenwet wordt desondanks toch over SML (Specifieke Migratie Limiet) gesproken.
Op Europees niveau is geen wetgeving opgesteld specifiek gericht op metalen als voedselcontactmateriaal. Wel is kaderverordening (EG) Nr. 1935/2004 inzake voedselcontactmaterialen van toepassing. Hierin staan algemene regels: elk voedselcontactmateriaal mag de gezondheid van consumenten niet schaden en mag geen onaanvaardbare wijzigingen veroorzaken in de samenstelling van een levensmiddel of in de sensorische eigenschappen. Daarnaast moet voedselcontactmateriaal geproduceerd worden volgens goede productiemethoden (GMP) zoals vastgelegd in Verordening (EG) Nr. 2023/2006.
In Nederland zijn eisen voor metalen verpakkingen en gebruiksartikelen vastgelegd in hoofdstuk IV van de bijlage van Warenwetregeling Verpakkingen en gebruiksartikelen. In dit hoofdstuk is aangegeven welke uitgangsstoffen en hulpstoffen gebruikt mogen worden voor de productie van metalen verpakkingsmaterialen en worden migratielimieten vastgelegd. In België is dit opgenomen in het Koninklijk besluit betreffende materialen en voorwerpen van metaal en legering die bestemd zijn om in aanraking te worden gebracht met voedingsmiddelen van 17 februari 2021. Hierin staan de specifieke vrijgave limieten voor diverse metalen gedefinieerd.
De Raad van Europa heeft een document opgesteld over metalen en legeringen: ’Metals and alloys used in food contact materials and articles’. Deze technische gids is gebaseerd op Resolutie CM/Res(2013)9 ‘on metals and alloys used in food contact materials and articles’. De technische gids bevat gedetailleerde informatie over testomstandigheden en analysemethoden voor metalen en legeringen die in contact komen met levensmiddelen. De in de gids genoemde specifieke afgiftelimiet (SRL) voor aluminium dat vrijkomt uit metalen en legeringen is bijvoorbeeld 5 mg/kg. Deze limiet is in Nederland opgenomen in de Warenwetregeling Verpakkingen en gebruiksartikelen sinds 1 juli 2022 en in België in het KB van 17 februari 2021. Ook voor meer dan 20 andere metalen zijn grenswaarden opgenomen, zoals bijvoorbeeld voor chroom, koper, lood en vanadium. Daarnaast is gedetailleerde informatie te vinden over testomstandigheden en analysemethoden voor metalen en legeringen die in contact komen met levensmiddelen. De technische gids is gepubliceerd in 2013 en wordt momenteel (2023) herzien. Zowel de technische gids als Resolutie CM/Res(2013)9 van de Raad van Europa worden door de meeste Europese nationale autoriteiten erkend.
Informatie over de chemische samenstelling van aluminium als voedselcontactmateriaal is daarnaast te vinden in diverse normen zoals EN 541:2007 (gewalste producten voor blikken, sluitingen en deksels), EN 601:2004 (gietstukken), EN 602:2004 (kneedproducten, halffabricaten), EN 573-3:2019+A1:2022 (geknede producten), EN 14287:2004 (bijzondere eisen fabricage verpakkingen en verpakkingselementen) (zie www.nen.nl). In deze normen wordt bijvoorbeeld aangegeven dat aluminiumlegeringen met een te hoog gehalte koper, lood en tin niet (in apparatuur) voor de levensmiddelenindustrie gebruikt mogen worden en welke maximale gehalten gehanteerd worden.
Bij materialen of gebruiksartikelen van ongecoat aluminium, zoals keukengerei of levensmiddelenverpakkingen, is het raadzaam consumenten advies te geven om de inname van aluminium zo laag mogelijk te houden. Bijvoorbeeld het vermelden dat het materiaal niet geschikt is voor zure, alkalische en zoute levensmiddelen of dat het materiaal alleen geschikt is voor het bewaren van levensmiddelen in de koelkast. Verhitting zorgt namelijk voor een toename van de afgifte van aluminium.
Keukengerei van polyamide- of melamine kunststof uit China of Hong Kong.
Specifiek voor producten afkomstig uit China of Hongkong is er regelgeving omdat gebleken is dat deze producten geregeld niet aan migratie-eisen bleken te voldoen:
Verordening nr. 284/2011 tot vaststelling van specifieke voorwaarden en gedetailleerde procedures voor de invoer van keukengerei van polyamide- of melamine kunststof van oorsprong of verzonden uit de Volksrepubliek China en de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China
Documenten die toelichting geven op de importprocedure en de testmethoden:
Rubber wordt veelvuldig toegepast in de levensmiddelenindustrie en maakt daarbij vaak voor een korte of langere tijd contact met levensmiddelen. Denk aan lopende banden, slangen, afdicht sealen, opslagcontainers, elastiekjes om groente samen te houden of (wegwerp) handschoenen en schorten.
Het Duitse BfR maken een onderscheid tussen verschillende soorten rubber. Op deze soortenindeling baseren zij de huidige 3 aanbevelingen:
BfR Aanbeveling XXI geeft aan dat BfR ook werkt aan een vierde rubber, namelijk XXI/3 : consumptiegoederen gemaakt van verknoopte thermoplastische elastomeren.
Voor de verschillende soortenindeling houdt men vervolgens rekening met de indeling van 4 categorieën op basis van de contacttijd met levensmiddelen.
De BfR-aanbevelingen XXI/1 en XXI/2 bevatten beide
Belangrijk om te weten is dat de stoffen uit tabel 2 zullen worden geschrapt, tenzij men hiervoor vóór 1 juli 2023 bij het BfR een verklaring van belang voor het voortzetten van het gebruik van de betreffende stoffen had ingediend. De volgende stap is het indienen van een verzoekschrift voor die stoffen bij het BfR om ze in de aanbevelingen te houden. Dit met een deadline van 1 juli 2026.
Bij internationale handel is het van belang om op de hoogte te zijn van de wetgeving in de desbetreffende landen. Voldoet het product bij export aan de eisen van het land van bestemming en voldoet het product bij import aan de eisen van de EU, aangevuld met nationale eisen. Het is vaak geen eenvoudige materie. Hoe begin je hieraan en waar kan je de informatie vinden.
We lichten bronnen toe die de Europese Unie aanbiedt waardoor je kunt zoeken naar internationale wetgeving en we geven tips over hoe je in de wetgeving kunt zoeken. Alvast kort samengevat:
De N-Lex portal biedt een overzicht met officiële wetgevingswebsites van landen buiten de EU en een korte beschrijving hiervan. Het geeft hiermee toegang tot de algemene wetgeving. Neem zeker een kijkje bij de zoektips voor deze algemene wetgeving.
De N-Lex portal biedt ook toegang tot nationale wetgevingsdatabanken van EU-lidstaten. Door een land uit de lijst of op de kaart te kiezen komt men meer te weten over het rechtsstelsel van dat land en zijn er linken voorzien naar de nationale wetgeving. Het is hier ook mogelijk om via trefwoorden wetgeving van meerdere landen met elkaar te vergelijken. Lees hier zoektips in de wetgeving.
Naast EU-regelgeving biedt EUR-Lex de koppelingen naar nationale implementatie van EU-richtlijnen van lidstaten. Wanneer er een omzetting is, is er op de pagina van de specifieke richtlijn een overzicht te raadplegen van alle nationale omzettingsmaatregelen die de EU-lidstaten voor een bepaalde richtlijn hebben vastgesteld. Het overzicht is te raadplegen door in de menubalk links op het scherm op “Nationale omzetting” te klikken.
Met de vertaaltool is de titel en, indien beschikbaar, de tekst van de nationale maatregelen in elke officiële EU-taal te vertalen.
Via de hoofdpagina van EUR-Lex is het ook mogelijk om te kiezen voor ‘omzetting nationaal recht’. Op deze pagina kan de uitgebreide zoekmachine ‘zoeken in nationale omzettingsmaatregelen’ geraadpleegd worden.
Hoe zoek je op specifieke onderwerpen?
Wetgeving verschilt per land in structuur en taal. Voor complexe vraagstukken kun je gebruik maken van:
De voedselveiligheidsautoriteiten op Europees niveau behoren tot het Alert and Cooperation Network (ACN). Dit netwerk verzorgt de uitwisseling van administratieve informatie en de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van officiële controles in de agrovoedingsketen. Via de pagina van het ACN zijn ook alle websites van deze voedselveiligheidsautoriteiten te vinden. Deze kunnen een leidraad vormen voor de nationale wetgeving omtrent voedselveiligheid.
Via de ‘My trade assistant’ tool Access2Markets van de Europese Commissie is de nodige informatie te vinden om goederen te exporteren of importeren van en naar de EU. Er staat ook nuttige informatie op over handel tussen EU-lidstaten. Voer in deze tool de volgende gegevens in:
Na het invoeren van deze gegevens, krijg je de volgende informatie:
Op de pagina Export levensmiddelen en consumentenproducten wordt informatie verstrekt met betrekking tot export vanuit Nederland. De website van de NVWA biedt de tool ‘exportassistent’ aan waar specifieke informatie kan worden geraadpleegd voor onder andere:
Via de pagina Import van levensmiddelen en consumentenproducten worden de eerste stappen duidelijk gemaakt en er zijn specifiek pagina’s voor:
De website van het FAVV maakt de pagina import en export een onderverdeling tussen:
Import
Voor import wordt er algemene informatie voorzien omtrent invoer uit derde landen, handel dierlijke producten, handel levensmiddelen en handel plantaardige producten. Er wordt omschreven wie waarvoor verantwoordelijk is en waar je rekening mee moet houden. Er worden verwijzingen gemaakt naar de bijpassende wetgeving.
Export naar derde landen
Voor export wordt per onderwerp algemene informatie voorzien en wordt er in het ‘land specifieke gedeelte’ ingegaan op welke certificaten vereist worden vanuit dat land van bestemming. Wanneer er praktische zaken zijn waarmee rekening gehouden moet worden, dan wordt dit ook in het ‘land specifieke gedeelte’ toegelicht. De onderwerpen zijn als het volgt verdeeld:
Verplaatsingen binnen de Europese Unie
Algemene informatie en benodigde documentatie voor verplaatsingen binnen de EU zijn onderverdeeld in de volgende categorieën:
Omzendbrieven “Internationale zaken”
Dit is de link naar het overzicht van de omzendbrieven met betrekking tot internationale zaken.
Hierbij een overzicht van de een aantal databanken (Vind de volledige lijst op de N-Lex portal):
Wet- en regelgeving is ook op Europees vlak voortdurend onderhevig aan verandering. In dit artikel vind je een aantal veranderingen welke we in 2025 verwachten.
Deze wijziging heeft betrekking op de lijst van landen die geen lid zijn van de EU die bepaalde levensmiddelen in de EU mogen invoeren, die gebaseerd is op een goedgekeurd residubewakingsprogramma en naleving van hygiënevoorschriften. Deze gewijzigde lijst:
De wijziging was reeds verwacht in het vierde kwartaal van 2024.
Dit initiatief vereist dat de EU-landen volledige genoom sequencing analyses uitvoeren en – bij onderzoek naar door voedsel overgedragen uitbraken van infectieziekten die van gewervelde dieren op de mens kunnen worden overgedragen (zoönoses) – verslag uitbrengen over de resultaten van de analyse, in overeenstemming met Richtlijn 2003/99/EG inzake de bewaking van zoönoses.
Het zal onderzoek naar door voedsel overgedragen uitbraken vergemakkelijken en helpen bij het vinden van de oorzaak ervan. Daardoor kunnen het aantal gevallen bij mensen en het terugroepen/uit de handel nemen van levensmiddelen worden beperkt, wat de consumenten en exploitanten van levensmiddelenbedrijven in de EU ten goede komt.
Deze wijziging wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2025.
Deze verordening heeft tot doel de kwaliteitscontrole uit hoofde van Verordening (EU) 10/2011 betreffende materialen van kunststof die met levensmiddelen in contact komen te verbeteren door:
De verordening voegt ook regels voor kwaliteitscontrole toe aan Verordening (EG) 2023/2006 betreffende goede fabricagemethoden. Deze wijziging was verwacht in kwartaal vier van 2024. Lees er meer over in het artikel ‘Aankomende wijzigingen wetgeving voor Voedselcontactmaterialen’.
Na uitstel van de werkzaamheden tot wijziging van Verordening (EU) 2022/1616 betreffende gerecycleerde kunststoffen was de verwachting dat de EU-Commissie in de zomer van 2024 een besluit zou nemen om de werkzaamheden aan deze verordening te hervatten. De aanpassingen zullen zich richten op het corrigeren van redactionele fouten en het verbeteren van certificeringssystemen voor kwaliteitsborging. Belangrijke elementen in de regelgeving zijn de eisen voor recyclingprocessen, de registratie van nieuwe technologieën en de voorwaarden voor het gebruik van gerecycleerde kunststoffen in voedselcontactmaterialen.
De huidige regelgeving vereist dat gerecycleerde kunststoffen worden geproduceerd met goedgekeurde technologieën of nieuwe technologieën die wachten op goedkeuring. Recyclers moeten voldoen aan administratieve verplichtingen zoals registratie in een EU-register en naleving van specifieke documentatie- en labelingseisen. De autorisatie van nieuwe recyclingprocessen wordt gecoördineerd met de Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) en de Europese Commissie, die uiteindelijk beslist over de goedkeuring van nieuwe technologieën of specifieke processen.
Daarnaast zal het bestaande EU-register voor recyclers worden uitgebreid met meer gegevens, zoals geautoriseerde processen, recyclingregelingen en nieuwe technologieën. Dit register ondersteunt transparantie en naleving van de verordening door betrokken bedrijven en toezichthouders.
Hervatting was reeds verwacht in kwartaal twee of drie van 2024.
Met dit initiatief worden de hygiënevoorschriften voor visserijproducten gewijzigd (bijlage III bij Verordening (EG) 853/2004). Het voorstel houdt in dat hele, aan boord van schepen in pekel ingevroren vissen, die momenteel bestemd moeten zijn voor de conservenindustrie of voor verwerking in inrichtingen in het kader van Verordening (EG) 852/2004, nu voor rechtstreekse menselijke consumptie kunnen worden bestemd volgens strikte invriesprocedures aan boord van daartoe erkende schepen.
Deze wijziging was verwacht in kwartaal vier van 2024.
Deze uitvoeringshandeling wijzigt de lijst van producten van dierlijke oorsprong waarop officiële controles aan grenscontroleposten moeten worden uitgevoerd en de bijbehorende codes van de gecombineerde nomenclatuur.
Deze wijziging wordt verwacht in het tweede kwartaal van 2025.
Dit initiatief beoogt de huidige methoden voor de bemonstering en analyse van plantaardige en dierlijke producten te actualiseren. Doel van deze methoden is na te gaan of de producten de maximumgehalten aan residuen van bestrijdingsmiddelen niet overschrijden. De bestaande voorschriften van Richtlijn 2002/63/EG zullen in een uitvoeringsverordening – krachtens artikel 34, lid 6, van Verordening (EU) 2017/625 – worden opgenomen en Richtlijn 2002/63/EG zal worden ingetrokken.
De update wordt verwacht in het eerste kwartaal van 2025.
Deze handeling heeft betrekking op producten uit niet-EU-landen die als biologisch zijn gecertificeerd en die als producten met een hoog risico worden beschouwd vanwege hun betrokkenheid bij ernstige, kritieke of herhaalde niet-naleving die een risico inhoudt voor de integriteit van de productie ervan. Ze bevat een lijst van deze (biologische en omschakelings-)producten met een hoog risico en nadere gegevens over het land van oorsprong en het vereiste aantal overeenstemmingscontroles, materiële controles en bemonsteringspercentages voor zendingen.
Dit wordt verwacht in het vierde kwartaal van 2025.
Dit initiatief wijzigt de lijst van producten en stoffen die in de biologische productie mogen worden gebruikt. Deze lijst moet regelmatig worden herzien.
Verwacht in het eerste kwartaal van 2025.
De verordening zal gedetailleerde regels bevatten voor de biologische productie van insecten (met uitzondering van bijen) die in diervoeders of levensmiddelen worden gebruikt. Er zal worden bepaald waar de insecten vandaan moeten komen, hoe ze moeten worden gevoederd en hoe ze moeten worden gehouden en gedood.
Verwacht in het vierde kwartaal van 2025.
Per 1 januari zal de ‘Verlaging van maximumgehalten van de som van 3-MCPD en vetzuuresters van 3-MCPD in zuigelingen-, peuter– en medische voeding’ van kracht worden. Lees er alles over in het artikel: ‘Recente wijzigingen voor Contaminanten Verordening (EU) 2023/915’
Het doel van dit initiatief is de controle op de naleving van de EU-voorschriften inzake dierenwelzijn tijdens officiële vleeskeuringen in slachthuizen te vergemakkelijken. Het verduidelijkt bijvoorbeeld hoe inspecteurs de staart van varkens en de poten van vleeskuikens moeten controleren om het welzijn van die landbouwhuisdieren na te gaan. Het actualiseert ook de regels inzake gezondheidsmerken, die na een overgangsperiode in werking zullen treden en de regels inzake het slachten op het bedrijf van dieren zoals runderen, varkens en struisvogels.
Deze wijziging was reeds verwacht in het vierde kwartaal van 2024.
Raadpleeg de kennisupdate voor meer specifieke branche en product gebonden Europese en nationale wetswijzigingen.
Nieuwe wetgeving op het vlak van BPA (Bisfenol A) wordt verwacht. Deze zal betrekking hebben op materialen die met levensmiddelen in contact komen. Dit heeft de Europese Commissie aangekondigd nadat uit een rapport van de EFSA van april 2023 is gebleken dat Europeanen een veel te hoge dosis aan deze chemische stof binnen krijgen. Tot op heden is er geen officieel voorstel ingediend, maar er zijn wel enkele verduidelijkingen gegeven.
Sinds 2015 zijn er op basis van destijds gevoerd onderzoek al diverse wetgevingsmaatregelen getroffen. Echter laat het meest recente onderzoek zien dat bisfenol A een veel groter risico voor onze gezondheid vormt dan eerder werd gedacht. Al bij zeer lage blootstelling blijkt BPA-beschadigingen aan te brengen aan het immuunsysteem. Het verstoort de werking van het hormoonsysteem, vermindert vruchtbaarheid en zorgt voor allergische huidreacties.
BPA wordt met name gebruikt in plastic voedsel- en drankverpakkingen. Ook ingeblikt voedsel zorgt voor een grote mate van blootstelling voor alle leeftijdsgroepen.
Momenteel is er voor voeding vastgesteld hoeveel BPA maximaal vanuit de verpakking mag migreren naar voeding. In Verordening (EU) nr. 10/2011 is een migratielimiet vastgesteld van 0,05 mg BPA per kg levensmiddel en in Verordening (EU) 2018/213 staat dat dit ook geldt voor vernissen of coatings die op materialen of voorwerpen worden aangebracht. Er kan bij EU-lidstaten ook nationale wetgeving zijn, zo geldt er in Frankrijk een verbod op BPA in voedselcontactmaterialen.
Concreet geeft de wetgeving een verbod op het opzettelijk gebruik van BPA in voedselcontactmaterialen aan. Denk aan kunststoffen, vernissen en coatings, inkten, kleefstoffen en rubber in verpakkingsmaterialen en huishoudelijke artikelen zoals keuken- en tafelgerei en in voedselverwerkende apparatuur.
Het verbod betreft dus enkel opzettelijk gebruikt, onbedoelde aanwezigheid van BPA valt niet onder het verbod.
Als bewijslast wordt een verklaring van overeenstemming gevraagd die wordt afgegeven door bedrijven uit de toeleveringsketen.
Goedkeuring hiervan is gekomen per juni 2024 met een vaste overgangsperiode van 18 maanden na de inwerkingtreding van het verbod.
Vitaminen en mineralen mogen door fabrikanten aan levensmiddelen worden toegevoegd en het vaststellen van aanvaardbare bovengrenzen voor vitamines en mineralen is bedoeld om overdosering te voorkomen. Vaak is mogelijke overdosering enkel een gevaar voor voedingssupplementen en verrijkte voedingsmiddelen (zoals ontbijtgranen en margarines). Met reguliere voeding worden de bovengrenzen voor vitamines en mineralen zelden overschreden.
Ondanks de Richtlijn 2002/46/EG kunnen de verschillende lidstaten eigen maximale niveaus bepalen, daardoor is het bijzonder complex voor bedrijven die hun producten in verschillende landen verkopen en is er nood aan harmonisatie.
Sinds enkele jaren geeft de Europese Commissie aan dat er geharmoniseerde Europese maximale gehalten voor vitaminen en mineralen zullen worden vastgesteld in voedingssupplementen tegen 2024. Tot de tijd dat het zover is, geldt de nationale wetgeving. Voor Nederland is dit Warenwetbesluit voedingssupplementen en voor België het KB in de handel brengen van nutriënten en van voedingsmiddelen waaraan nutriënten werden toegevoegd.
De EFSA is bezig met het onderzoeken en presenteert de aanvaardbare bovengrenzen van belangrijke micronutriënten één voor één. Hierbij een overzicht van wat reeds gepubliceerd is en van welke micronutriënten we nog aanvaardbare bovengrenzen mogen verwachten. Het volledige up to date overzicht is hier te raadplegen.
Dit is een premiumartikel. Premiumartikelen maken deel uit van het Normec Foodcare Kenniscentrum abonnement. Alle kennis en ervaring vanuit elke expertise komt samen in de Kennisbank. Je vindt hier alle relevante informatie over diverse productgroepen en wetgeving. Benieuwd? Lees wat het Normec Foodcare Kenniscentrum jou kan bieden.
Wet- en regelgeving is ook op Europees vlak voortdurend onderhevig aan verandering. In dit artikel vind je een aantal veranderingen welke in 2024 hebben plaats gevonden.
Voor verordening (EG) nr. 853/2004 heeft een uitgebreide wijziging plaats gevonden van bijlagen II en III. In dit artikel kom je er alles over te weten: ‘Wijzigingen Verordening (EG) 853/2004’
Vitaminen en mineralen in levensmiddelen en voedingssupplementen zijn belangrijk voor de gezondheid. Sommige zijn echter schadelijk als ze in grote hoeveelheden worden ingenomen. In dit artikel kom je er alles over te weten: ‘Eenduidige aanvaardbare bovengrens vitaminen en mineralen (EU)’
Het EU-voedselveiligheidsbeleid stelt eisen aan materialen die met levensmiddelen in contact komen (zoals voedselverpakkingen, keuken- en tafelgerei, en apparatuur voor de verwerking van levensmiddelen). Deze eisen zijn geactualiseerd. Producenten van verpakkingsmateriaal die de betrokken stoffen gebruiken moeten hiermee in orde zijn tegen 01 februari 2025. Lees er hier verder over: “Aandachtspunten bij wijzigingen in de kunststofverordening”
Dit initiatief verbiedt het gebruik van BPA in materialen die met levensmiddelen in contact komen, waaronder kunststof en gecoate verpakkingen. Aanleiding is de publicatie van het advies van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid, waarin wordt gewezen op een punt van zorg voor de menselijke gezondheid. Lees er hier verder over: “Nieuwe wetgeving voor BPA in voedselcontactmaterialen”
De Europese Commissie komt met een voorstel om lidstaten te verplichten om de voedselverspilling te verminderen. Het weggooien van voedingsmiddelen moet in de verwerking en productie met 10% afnemen voor 2030. Ook bij consumenten en Retail moet de voedselverspilling afnemen met 30% (per hoofd van de bevolking), in vergelijking met 2020. De Commissie wil dat er wettelijke, bindende doelstellingen komen om voedselverspilling in te perken. Hiermee hoopt ze dat voedselverspilling in alle lidstaten daadwerkelijk afneemt. Het voorstel van de Europese unie is op 5 juli 2023 aangenomen. Het is aan de lidstaten om hier zelf een invulling aan te geven. Nederland en België waren hier reeds vooruitstrevend mee aan de slag.
Zo heeft Nederland de ‘Theory of change’ met een versnellingsagenda gepubliceerd en geeft daarin aan dat in 2025 de opschalingsfase volop in gang dient te zijn. Deze fase houdt in:
Vlaanderen heeft het Actieplan voedselverlies en biomassareststromen circulair 2021-2025 lopende. Hierin wordt gewerkt aan concrete acties in drie kringlopen, waarvan de eerste kringloop volledig inspeelt op voedselverlies en voedselreststromen. Het stelt een beleid voor de periode 2021-2025 voor, voor het inperken van voedselverlies en het circulair inzetten van biomassa en biomassareststromen. Het actieplan focust op drie kringlopen:
Er staan drie krachtlijnen centraal welke de basis vormen van het beheer van elke kringloop.
Krachtlijn 1: Meer preventie, minder verlies; oa. Samenwerking binnen productieketens stimuleren, Vanuit de keten voedselverlies terugdringen bij de consument, Sociaal circulair ondernemen opschalen, Start-ups rond voedselverlies ondersteunen, Thuiskringlopen stimuleren.
Krachtlijn 2: Beter sorteren en inzamelen; Selectieve inzameling van keuken- en levensmiddelenafval bij bedrijven verbeteren.
Krachtlijn 3: Meer hoogwaardige valorisatie; De circulariteit en duurzaamheid van de recyclagemarkt verhogen en de toegevoegde waarde van de afzetmarkt verhogen.
De doelstellingen van dit Actieplan voor eind 2023, 2025 en 2030 zijn gebaseerd op:
Het streven is om de hele keten 30 % van de voedselverliezen te laten voorkomen, herverwerken als voedsel of hoogwaardiger valoriseren ten opzichte van 2015. Dit kan o.a. door: schenking van voedseloverschotten via de voedselbank, sociale organisaties, … of preventie en valorisatie acties in de ganse voedselketen (van producent tot en met consument). Reststromen uit groen-, natuur-, bos- en landschapsbeheer en houtreststomen worden optimaal gemobiliseerd en hoogwaardig gevaloriseerd.
Door dit initiatief worden bedrijven verplicht om beweringen over de ecologische voetafdruk van hun producten/diensten te onderbouwen aan de hand van standaardmethoden. Hierdoor moeten dergelijke beweringen in de hele EU betrouwbaar, vergelijkbaar en controleerbaar worden en wordt “greenwashing” (onterecht een milieuvriendelijk imago uitdragen) bestreden. Zo kunnen commerciële afnemers en investeerders duurzamere keuzes maken en zal het consumentenvertrouwen in groene keurmerken en de informatie hierover toenemen. Het advies is uitgebracht door de Europese commissie, een geplande goedkeuringsdatum is er tot op heden nog niet. Lees er hier verder over: ‘Duurzaamheidclaims en eerlijke handelspraktijken: De Europese nieuwe richtlijn’ .
De nieuwe Verordening (EU) 2024/1401 wijzigt de vorige Verordening (EU) 2022/2104 betreffende de handelsnormen voor olijfolie. Richtlijn (EU) 2024/1438 welke op 13 juni 2024 in werking is getreden wijzigt de volgende richtlijnen voor honing, vruchtensappen, jams en verduurzaamde melk. Lees er alles over in artikel: ‘Gewijzigde wetgeving olijfolie, honing, sappen, jams en melk’
Recent is de nieuwe Verordening (EU) 2024/1143 betreffende geografische aanduidingen voor wijn, gedistilleerde dranken en landbouwproducten, evenals gegarandeerde traditionele specialiteiten en facultatieve kwaliteitsaanduidingen voor landbouwproducten gepubliceerd. Deze verordening legt de regels vast voor beschermde oorsprongsbenamingen en beschermde geografische aanduidingen voor deze producten. Lees er alles over in het artikel: ‘Nieuwe wetgeving voor Europese geografische aanduidingen ’
De Drinkwaterrichtlijn (EU) 2020/2184 van de Europese Unie betreft de kwaliteit van water bestemd voor menselijke consumptie en bevat strikte regels om de volksgezondheid te beschermen en de kwaliteit van drinkwater te waarborgen. Lees er alles over in het artikel: ‘De drinkwaterrichtlijn en nieuwe wetgeving voor drinkwatercontactmaterialen’
In 2024 is Verordening (EG) nr. 2073/2005 inzake microbiologische criteria voor levensmiddelen op verschillende punten bijgewerkt. De belangrijkste wijzigingen zijn:
Listeria: De Europese Unie gaat de Listeria criteria in lijn brengen met de Internationale Codex Alimentarius. De wijziging heeft enkel betrekking op food categorie 1.2 Kant-en-klare levensmiddelen die als voedingsbodem voor Listeria monocytogenes kunnen dienen. Lees er verder over in het artikel: Wijziging VO(EU) 2073/2005: Listeria definitief gepubliceerd.
Analysemethoden voor naleving: De regels van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2463 specificeren standaard en alternatieve methoden om te testen of aan de microbiologische criteria wordt voldaan. Officiële laboratoria moeten referentiemethoden uit de verordening gebruiken om uniformiteit en betrouwbaarheid in alle lidstaten te garanderen en een consistente handhaving te bevorderen.
Overgangsperiode: Deze updates, gepubliceerd in 2024, zullen volledig van toepassing zijn tegen juli 2026, waardoor exploitanten van levensmiddelenbedrijven de tijd hebben om hun processen aan te passen.
In mei en juli 2024 zijn er meerdere wijzigingen doorgevoerd. Per 1 januari zal de ‘Verlaging van maximumgehalten van de som van 3-MCPD en vetzuuresters van 3-MCPD in zuigelingen-, peuter– en medische voeding’ van kracht worden. Lees er alles over in het artikel: ‘Recente wijzigingen voor Contaminanten Verordening (EU) 2023/915’
De Europese wetgeving rond alle afgeleiden van de plant Cannabis sativa L., zijnde cannabis, hennep en wiet in voedingsmiddelen biedt een kader waar lidstaten op voortbouwen, maar onderling hebben ze enkele belangrijke verschillen in interpretatie en uitvoering van deze regels. Hieronder een samenvatting van de Europese basisregels en de verschillen tussen de Belgische, Nederlandse, Franse en Duitse aanpak.
De EU biedt een algemeen juridisch kader dat lidstaten moeten naleven. De belangrijkste regelgeving omvat:
Hennep die minder dan 0,2% THC bevat, mag worden geteeld (volgens EU-verordeningen zoals die voor landbouwproducten). Voedingsmiddelen mogen slechts verwaarloosbare hoeveelheden THC bevatten (vaak <0,05 mg/kg, maar dit is niet EU-breed gestandaardiseerd).
CBD is door de Europese Commissie aangemerkt als Novel food. Voedingsmiddelen en supplementen met CBD mogen alleen worden verkocht als er een goedgekeurde Novel food-aanvraag is. Producenten moeten toxicologische studies indienen om de veiligheid aan te tonen.
Voedingsmiddelen met hennepbestanddelen vallen onder de Verordening (EG) 178/2002, die bepaalt dat producten veilig moeten zijn en geen gevaar mogen opleveren.
Claims over gezondheidsvoordelen van hennep of CBD zijn verboden tenzij deze expliciet zijn goedgekeurd door de EFSA (Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid).
Hoewel landen de Europese basisregels volgen, zijn er verschillen in de nationale aanpak van hennep, THC en CBD:
Nederland: THC in voedingsmiddelen is toegestaan tot een limiet van 0,05 mg/kg, in lijn met EU-richtlijnen. Hennepproducten zoals zaden en hennepzaadolie zijn legaal, mits het THC-gehalte verwaarloosbaar is.
België: België heeft ook een maximale limiet van 0,05 mg/kg THC in voedingsmiddelen, maar de Belgische autoriteiten zijn doorgaans strenger in de controle en handhaving. Gebruik van hennepbloemen of -bladeren (met eventueel lage THC-gehaltes) in voedingsmiddelen is doorgaans niet toegestaan.
Frankrijk: Frankrijk hanteert praktisch een nultolerantiebeleid voor THC in levensmiddelen. Dit betekent dat het gehalte aan THC in een product uiterst laag moet zijn, vaak zelfs onder detectieniveau.
Duitsland: De limieten voor THC worden vastgesteld op basis van specifieke voedingscategorieën. Voor “ready-to-eat” producten ligt de grens vaak op <0,005% THC. Duitsland heeft strenge toxicologische richtlijnen en drempels voor THC-opname via levensmiddelen.
Nederland: CBD mag niet in voedingsmiddelen worden verwerkt zonder een goedgekeurde Novel food-aanvraag. Toch worden CBD-producten in de praktijk vaak verkocht in de vorm van voedingssupplementen of olie, mits ze geen THC bevatten. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) gedoogt soms het gebruik van CBD-producten zolang ze veilig zijn en correct worden geëtiketteerd, hoewel dit niet expliciet is toegestaan.
België: In België is het gebruik van CBD in voedingsmiddelen en supplementen strikt verboden, tenzij een Novel food-goedkeuring is verleend (wat tot nu toe niet is gebeurd). De Belgische autoriteiten (FAVV) controleren hier strenger op dan in Nederland. CBD-producten worden soms verkocht in België, maar dit gebeurt vaak in een grijze zone. Producten die als voedingssupplement worden verkocht, moeten voldoen aan de specifieke Belgische supplementenwetgeving en mogen geen CBD bevatten.
Frankrijk: CBD mag in levensmiddelen worden gebruikt, maar alleen als deze afkomstig is van goedgekeurde hennepvariëteiten (zaden en stengels). Dit sluit bloemen en bladeren vaak uit, tenzij zeer specifiek verwerkt.
Duitsland: CBD in levensmiddelen blijft in Duitsland grotendeels verboden, tenzij expliciet goedgekeurd als Novel food. Sommige CBD-producten worden beschouwd als geneesmiddelen en vallen onder farmaceutische wetgeving.
Nederland: Het gebruik van hennepzaad, hennepzaadolie, en hennepmeel is toegestaan zolang ze geen detecteerbare THC bevatten. Dit wordt algemeen geaccepteerd en de producten zijn gemakkelijk verkrijgbaar.
België: Vergelijkbaar met Nederland is het gebruik van hennepzaad en -olie toegestaan, maar de Belgische overheid is strikter in de naleving en controle op THC-gehaltes.
Frankrijk: Frankrijk staat het gebruik van hennepzaad en hennepzaadolie toe in levensmiddelen, maar handhaaft strikte limieten op THC-gehaltes in voedingsproducten. THC in levensmiddelen moet praktisch niet-detecteerbaar zijn.
Duitsland: In Duitsland is het gebruik van hennepzaad en hennepzaadolie in levensmiddelen toegestaan, mits de hennep afkomstig is van goedgekeurde variëteiten en aan THC-limieten voldoet. De limieten voor THC zijn streng en afhankelijk van het type voedingsmiddel. Voor olie geldt vaak een maximum van 0,005% THC (zeer laag).
Nederland: De NVWA houdt toezicht op THC-gehaltes en voedselveiligheid, maar voert in de praktijk minder strenge controles uit op producten die CBD bevatten, zolang er geen gezondheidsrisico is. Er is sprake van enige gedoogcultuur met betrekking tot CBD-producten, wat overeenkomt met de bredere Nederlandse aanpak van softdrugs.
België: De FOD Volksgezondheid en het FAVV zijn strenger en treden sneller op tegen producten die niet voldoen aan de regels, met name bij CBD-producten. Er is een ‘vragen en antwoorden’ dossier gepubliceerd om het beleid toe te lichten. De handhaving in België richt zich op het voorkomen van illegale verkoop en distributie van voedingsmiddelen met CBD of andere cannabisbestanddelen.
Frankrijk: De Franse overheid voert streng toezicht uit, met duidelijke beperkingen op het gebruik van CBD en THC in levensmiddelen. Producenten moeten grondig bewijzen dat hun producten aan de regels voldoen. Cannabis (inclusief THC) is opgenomen in artikel R.5132-86 van de Code de la santé publique, waarin het wordt aangemerkt als een verdovende stof.
Duitsland: Duitsland heeft een strikt en uniform controlesysteem. Autoriteiten voeren uitgebreide controles uit op THC- en CBD-producten, vooral als deze in levensmiddelen worden verwerkt. Regelmatige inbeslagnames van illegale producten zijn niet ongewoon. Er is een vraag en antwoordpagina op de website van het BVL.
Gekleurde chocolade, vaak bestaande uit massieve, ongekleurde chocolade met decoratie van gekleurde chocolade, is een populaire traktatie. Vooral rond feestdagen zoals Sinterklaas en Kerst zie je de mooiste figuurtjes. Deze kleurrijke lekkernijen geven een speelse draai aan traditionele chocoladeproducten en trekken de aandacht van consumenten. Het is des te opmerkelijker dat het kleuren van chocolade wettelijk gezien niet is toegestaan. Hoe kan het dan dat de winkels er toch mee vol liggen? In dit artikel onderzoeken we de achtergrond van deze regelgeving en de praktijk rondom gekleurde chocolade.
Volgens de Europese en nationale Nederlandse en Belgische regelgeving moet chocolade voldoen aan strikte normen. In de Europese Richtlijn 2000/36/EG inzake cacao- en chocoladeproducten voor menselijke consumptie worden onder andere de verkoopbenaming, omschrijving en kenmerken van verschillende cacao- en chocoladeproducten beschreven.
Naast deze Europese richtlijn is er in Nederland het Warenwetbesluit Cacao en Chocolade, waaraan voldaan moet worden. Dit besluit beschrijft de eisen waaraan cacao- en chocolaproducten moeten voldoen en welke toevoegingen zijn toegestaan. De basis ingrediënten van chocolade zijn cacaoboter, cacaomassa, suiker en melk, afhankelijk van het soort (puur, melk, wit). De regels zijn bedoeld om de kwaliteit en consistentie van chocoladeproducten te waarborgen, zodat consumenten weten wat ze kopen.
In België zijn de eisen voor cacao- en chocoladeproducten vastgelegd in het Koninklijk Besluit van 19 maart 2004 inzake cacao- en chocoladeproducten voor menselijke consumptie. Op enkele verschillen na, komt dit in grote lijnen overeen met het Nederlandse Warenwetbesluit. Nationale wetgeving kan dus wel per lidstaat verschillen.
Naast de specifieke regelgeving voor cacao- en chocoladeproducten moet ook voldaan worden aan algemene levensmiddelenregelgeving, zoals verordening 1333/2008 inzake levensmiddelenadditieven. Deze verordening legt de voorwaarden en beperkingen vast voor het gebruik van additieven in voedsel. Onder het kopje snoepgoed valt categorie 05.1 Cacao- en chocoladeproducten als omschreven in Richtlijn 2000/36/EG. In deze verordening is duidelijk vindbaar dat het toevoegen van kleurstoffen aan de categorie cacao- en chocoladeproducten niet is toegestaan.
Ondanks de wetgeving is gekleurde chocolade een veelvoorkomend fenomeen. Producenten lijken er vooralsnog, ondanks de risico’s, voor te kiezen om deze gekleurde chocolade op de markt te brengen. In benamingen en ingrediëntenlijsten zul je de gekleurde chocolade niet direct terugvinden: ingrediënten worden uitgeschreven en de gekleurde chocolade wordt vermeld als gekleurde decoratie, zodat het accent niet op chocolade ligt. Ook wordt er op die manier geprobeerd onderscheid te maken tussen de ongekleurde chocolade en de gekleurde chocoladedecoratie. Het lijkt uiteindelijk geen verschil te maken, decoratie of niet, het blijft gekleurde chocolade.
Op dit moment lijkt er nog geen oplossing of alternatief te zijn voor het dichten van het gat tussen wens en wetgeving. Er zijn alternatieven voor het gebruik van gekleurde chocoladedecoratie, zo mag suikerwerk gekleurd worden; de rode Sint-mijter kan gemaakt worden van roodgekleurde musketzaadjes. Maar dit zal een andere smaakbeleving zijn en ook het mondgevoel verandert. Een extra laagje van alleen kleurstof aanbrengen op de chocolade, dus zonder menging, lijkt ook niet toegestaan. Een additief op zichzelf, kleurstof in dit geval, is geen eigen levensmiddelencategorie en kan zodoende ook niet worden beschouwd als decoratie of coating.
De consument reageert over het algemeen positief op gekleurde chocolade. Het biedt een visueel aantrekkelijke optie. Feestdagen zijn het perfecte moment voor deze kleurrijke traktaties en veel mensen beschouwen het als een luxeproduct passend bij de feestelijke sfeer. Hierdoor is de vraag naar dergelijke producten de afgelopen jaren gestegen, wat de beschikbaarheid in winkels en online heeft vergroot.
Gekleurde chocolade blijft een intrigerend onderwerp, waarbij de wettelijke voorschriften in conflict staan met de wensen van consumenten en de creativiteit van producenten. Terwijl de wetgeving gericht is op het waarborgen van kwaliteit en veiligheid, blijkt er een grote vraag naar deze kleurrijke producten te bestaan. De toekomst van gekleurde chocolade lijkt afhankelijk van veranderingen in de wetgeving of nieuwe productinnovaties. Tot die tijd lachen de gekleurde sinten, kerstmannen en paashazen ons tegemoet en moeten we er als consument zijnde wellicht maar gewoon van genieten.