Per 1 april 2024 is in Nederland er een nieuwe reclamecode ingegaan voor Alcoholvrije Varianten van Alcoholhoudende Dranken. Deze reclamecode, ook wel de afgekort tot RvAVA, vervangt de Reclamecode voor Alcoholvrij en Alcoholarm Bier (RvAAB). Daarnaast is de Reclamecode voor Alcoholhoudende dranken (RvA) na 10 jaar hernieuwd. Waar moet je allemaal rekening mee houden?
Naast de vervanging van de RvAAB, legt deze nieuwe reclamecode ook de reclame-uitingen aan banden voor andere alcoholvrije dranken die:
Daarnaast is de nieuwe reclamecode van toepassing op alle op het Nederlandse publiek gerichte reclame voor alcoholvrije varianten van alcoholhoudende drank. De algemene strekking van deze nieuwe reclamecode is dat er in reclames geen alcoholhoudende drank getoond mag worden naast de alcoholvrije variant. De naam van een alcoholhoudende drank mag alleen worden genoemd als het duidelijk is dat het geadverteerde product hier een alcoholvrije variant van is (bijvoorbeeld: “alcoholvrije variant van [merk]”).
Bij het tonen van het alcoholvrije product moet direct duidelijk zijn dat het om een alcoholvrije variant van de alcoholhoudende drank gaat en niet om de alcoholhoudende drank zelf. Dit moet ook worden benadrukt bij het in beeld brengen van merknamen of logo’s van bedrijven die ook alcoholhoudende dranken in de markt zetten.
Een groot deel van de reclamecode richt zich op het verbod op het promoten van alcoholvrije varianten van alcoholhoudende producten onder jongeren. Reclame mag zich niet specifiek richten tot jongeren, of jongeren tonen die jonger zijn of lijken dan 18 jaar. In de praktijk betekent dit dat het product niet gepromoot mag worden in samenwerking met personen die jonger dan 25 jaar zijn of lijken.
Om te voorkomen dat de reclame veel jongeren bereikt, is het voor bedrijven niet toegestaan om zich tot een publiek te richten dat voor meer dan 25% uit jongeren bestaat. De reclamecode verbiedt dan ook het tonen van reclame voor alcoholvrije varianten van alcoholhoudende dranken in media die door jongeren veel bekeken of gelezen worden zoals jongerenzenders, – tijdschriften of -websites.
Bij reclamevoering op social media moet er bij het adverteren gebruik worden gemaakt van een 18+ filter wanneer deze beschikbaar is. Bij het ontbreken van een filter moet de adverteerder zorgen dat er geen reacties geplaatst of likes gegeven kunnen worden door minderjarigen. Ook is er vastgelegd dat de adverteerder geen interactie mag hebben met content creators onder de 18, door bijvoorbeeld op posts te reageren of deze te liken. Momenteel is het niet toegestaan om te adverteren op TikTok, vanwege het ontbreken van een leeftijdsfilter en het grote aantal jongeren wat op dit medium actief is.
Als laatste zijn er ook een paar bijzondere bepalingen van toepassing voor alcoholvrije varianten van alcoholhoudende dranken met een alcoholpercentage van 0,1% tot en met 0,5%. Deze bepalingen komen grotendeels overeen met de Reclamecode voor Alcoholhoudende dranken (RvA). Zo mag er voor deze producten geen reclame worden gemaakt gericht op zwangere vrouwen en mag er geen verband worden gelegd tussen actieve verkeersdeelname en deze dranken. Wanneer er op een vervoersmiddel reclame gemaakt wordt, moet er in duidelijk leesbare tekst worden gewaarschuwd voor verkeersdeelname na consumptie van de drank.
Ook de RvA is na 10 jaar hernieuwd. Deze code is van toepassing op dranken met een alcoholpercentage van 0,5% of meer en alcoholvrije dranken welke gepresenteerd worden met een alcoholhoudende drank of waarbij het niet voldoende duidelijk is dat het om een alcoholvrije variant gaat. Verschillende bepalingen zijn aangescherpt, zoals voor reclamevoering richting minderjarigen. Daarnaast is ook reclame op social media onder de aandacht gebracht en ook hierbij moet er indien mogelijk gebruikt worden gemaakt van een 18+ leeftijdsfilter en is het adverteren op TikTok niet toegestaan.
Meer weten? Lees verder op volgende pagina:
Om ervoor te zorgen dat levensmiddelen duidelijk en correct geëtiketteerd worden bestaat er wetgeving. De belangrijkste regeling is de Europese Verordening (EU) nr. 1169/2011 voor voedselinformatie aan consumenten met algemene regels voor de etikettering van levensmiddelen, waaronder ook verse, onbewerkte groenten en fruit. Hoe ziet deze regelgeving eruit?
In de Europese Verordening (EU) nr. 1169/2011 geldt een aantal uitzonderingen wat betreft de etikettering van verse, onbewerkte groenten en fruit. Zo hoeft er geen lijst van ingrediënten te worden aangebracht, is de vermelding van de datum van minimale houdbaarheid niet verplicht en mag de voedingswaardevermelding worden weggelaten.
Dan blijven er nog een aantal verplichte vermeldingen over vanuit verordening (EU) nr. 1169/2011 zoals de naam en adres van de exploitant, benaming/aanduiding, de netto hoeveelheid en vermelding van de productiepartijcode.
Andere wettelijke eisen zijn vastgelegd in handelsnormen welke gelden voor alle verse groenten en fruit die worden geïmporteerd in de EU, verhandeld worden in de EU of worden geëxporteerd naar een land buiten de EU (een zogenaamd derde land). Deze handelsnormen zijn vastgelegd in de EU-verordening 543/2011 en in de EU-verordening 1333/2011. In deze handelsnormen vinden we de aanduidingen terug, ofwel de informatie welke op de verpakking moet worden vermeld.
Er geldt een aantal algemene voorschriften voor verse groenten en fruit. Zo moeten op iedere verpakkingseenheid, op één kant, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar, de volgende gegevens staan:
Aanduidingen moeten juist zijn, mogen geen aanleiding geven tot misvatting en worden vermeld in één van de 24 officiële EU-talen.
Naast deze algemene eisen geldt er voor 11 producten een specifieke handelsnorm, met enkele aanvullende vereisten. Deze 11 producten zijn:
Deze producten zijn aangifteplichtig voor kwaliteit bij import en export. Hiervoor geldt bijvoorbeeld dat de klasse, variëteit, sortering of aantal stuks verplicht vermeld moet worden op de verpakking. Dit zijn vermeldingen die voor producten zonder specifieke handelsnorm wel vrijwillig zijn.
De aanduidingsvoorschriften zijn dus afhankelijk van het soort product (algemeen of specifiek), maar ook het soort verpakking is bepalend voor welke elementen er vermeld moeten worden en op welke manier. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen omverpakkingen (bijvoorbeeld een doos met losse appels), open verkoopverpakkingen (bijvoorbeeld een open doosje frambozen), voorverpakkingen (bijvoorbeeld een flowpack paprika’s) en stuksverpakkingen (bijvoorbeeld kropsla in folie).
De open verkoopverpakking, voorverpakking en stuksverpakking zijn consumentverpakkingen. We treffen deze aan in de supermarkt. Deze verpakkingen moeten dan ook volledig, juist en afzonderlijk worden aangeduid. Voor open verkoopverpakkingen en stuksverpakkingen geldt geen aanduidingsverplichting wanneer deze al correct en volledig op de omverpakking aanwezig is en andersom.
Er bestaat nog een categorie, namelijk producten waarvoor geen handelsnorm van toepassing is. Dit betreft onder andere verse kruiden, gedroogde en gefermenteerde producten en producten bestemd voor donatie. Deze producten zijn niet aangifteplichtig voor kwaliteit bij import en export.
Verwerkte groente- en fruitproducten en gerijpte bananen vallen niet onder artikel 76, lid 1 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en ook niet onder een specifieke handelsnorm. Omdat gebleken is dat de etikettering van de oorsprong van belang is voor de consument om deze in staat te stellen om weloverwogen keuzes voor duurzaam voedsel te maken, werd besloten dat de etikettering van de oorsprong ook verplicht moet worden voor producten die na eenvoudige processen als drogen of rijpen bestemd zijn voor rechtstreekse consumptie.
Daarom is de oorsprongsvermelding verplicht vanaf 1 januari 2025 voor gedroogde vijgen, rozijnen, krenten, gerijpte bananen. Vanaf deze datum geldt verplichte oorsprongsvermelding ook voor producten die als groenten en fruit worden aangemerkt en zijn vermeld in deel IX van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 die een bewerking hebben ondergaan die verder gaat dan de mate van bijsnijden als bedoeld in de geldende specifieke norm van de VN/ECE, of niet intact zijn in de zin van de algemene handelsnorm en klaar zijn om rechtstreeks vers of gekookt te worden geconsumeerd.
Meer weten? Lees hier verder:
In Verordening (EU) nr. 1169/2011 is vastgelegd welke voedselinformatie verplicht vermeld moet worden op etiketten van levensmiddelen. Alcoholische dranken moeten hier ook aan voldoen. Echter zijn niet alle verplichtingen van toepassing op alcoholische dranken. Daarnaast zijn er nog andere wetten waar je mee te maken kan hebben. Wat moet je verplicht vermelden op een etiket van een alcoholische drank?
Voor dranken met een alcoholpercentage van meer dan 1,2% moet het effectieve alcoholvolumegehalte worden vermeld. Deze vermelding moet in hetzelfde gezichtsveld worden geplaatst als de benaming en de netto-hoeveelheid.
Het gehalte moet worden aangegeven door een cijfer met ten hoogste 1 decimaal, gevolgd door “% vol.” Het woord “alcohol” of de afkorting “alc.” mag ervoor worden vermeld. Bijvoorbeeld: alcohol 4,5% vol.
Het alcoholgehalte wordt bepaald bij 20⁰ Celsius. De toleranties die bij de vermelding van het alcoholgehalte zijn toegelaten, zijn opgenomen in bijlage XII van Verordening (EU) nr. 1169/2011.
Niet verplicht te vermelden info
Naast het alcoholpercentage, wordt in artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 aangegeven welke vermeldingen verplicht zijn. Bijvoorbeeld de benaming, allergenen en de netto-hoeveelheid. In sommige gevallen mogen deze verplichte vermeldingen worden weggelaten (artikel 16). Zo is voor dranken met een alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2% het vermelden van de voedingswaarde en ingrediënten niet verplicht. Vanaf 8 december 2023 geldt voor wijn dat vermelding van de voedingswaarde en ingrediënten wel verplicht zijn.
Voor dranken met een alcoholgehalte van 10 of meer volumeprocent, is de vermelding van de datum van minimale houdbaarheid niet vereist. Voor dranken met minder dan 10 procent alcohol is dit wel verplicht. Het vermelden van het zwangerschapslogo is geen wettelijke verplichting. De alcoholbranche stimuleert het toepassen hiervan wel.
Specifieke wetgeving
Naast Verordening (EU) nr. 1169/2011, kun je bij de etikettering van alcoholische dranken te maken krijgen met verschillende andere wetten. In het Warenwetbesluit Gereserveerde aanduidingen zijn een aantal beschermde product aanduidingen vastgelegd. Zo is vastgesteld waaraan bier moet voldoen om de aanduiding bier te mogen gebruiken. Ook zijn er eisen gesteld aan bijvoorbeeld de aanduidingen alcoholvrij bier, alcoholarm bier, oud bruin, pils, bok of bock, vruchtenwijn, korenwijn, advocaat, vieux, brandewijn en likorette. Ook in België is specifieke wet- en regelgeving van kracht. Een overzicht van alle regels vind je op de website van VAD ( Vlaams expertisecentrum voor Alcohol en andere Drugs).
In Verordening (EU) nr. 1308/2013 en Verordening (EU) nr. 2019/33 zijn eisen vastgesteld met betrekking tot de productie en in de handel brengen van wijn. Hierin staan ook eisen aan de etikettering en presentatie.
In Verordening (EU) nr. 2019/787 worden regels worden regels vastgesteld voor de definitie, de aanduiding, de presentatie en de etikettering van gedistilleerde dranken. Hieronder vallen bijvoorbeeld rum, whisky en wodka. Ook worden er in de verordening eisen vastgesteld voor de bescherming van de geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken.
In Verordening (EG) nr. 1924/2006 is bepaald dat dranken met een alcoholgehalte van meer dan 1,2% niet voorzien mogen zijn van gezondheidsclaims. Voedingsclaims zijn alleen toegestaan als deze verwijzen naar een laag of verlaagd alcoholgehalte of naar een verlaagde energetische waarde.
In 2019 heeft de Europese gedistilleerd sector een ‘Memorandum of Understanding’ over de etikettering van sterke dranken aangeboden aan de Europese Commissie. Ze verklaren dat zij in de komende jaren de hoeveelheid energie (kJ/ kcal) en ingrediënten zullen gaan vermelden op de etiketten. Ook de bierindustrie heeft een Memorandum of Understanding ondertekend, waarbij ze verklaren dat in 2022 op alle bierflessen- en blikjes de energie-inhoud en ingrediënten worden vermeld.
In 2021 publiceert de Europese Commissie het Europees Kankerbestrijdingsplan. De Europese Commissie wil een verplichte vermelding van de ingrediënten en de voedingswaarde op etiketten van alcoholhoudende dranken vóór eind 2022 en gezondheidsinformatie en -waarschuwingen op etiketten vóór eind 2023. Dit is pas echt verplicht als het in de wetgeving is opgenomen, wat nu nog niet het geval is.
Wil je meer weten? Lees dan verder op volgende pagina’s:
Sinds 8 december 2023 zijn er nieuwe eisen in werking voor de etikettering van wijn en wijnproducten. De huidige etiketteringsvoorschriften voor wijnbouwproducten zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 1308/2013 en daarnaast zijn de wettelijke voorschriften uit Verordening (EU) nr. 1169/2011 van toepassing. Huidige voorschriften zijn aangevuld met nieuwe verplichte aanduidingen, zoals de vermelding van de ingrediënten en voedingswaardes. Maar wat moet er nu verplicht vermeld worden op wijnetiketten?
Een wijnetiket moet vanaf 8 december 2023 reeds de volgende informatie bevatten:
Daarnaast zijn de volgende aanduidingen facultatief:
Vanaf 8 december 2023 moet de ingrediëntenlijst vermeld worden. Denk hierbij aan ingrediënten zoals druiven, suikers, additieven en/of verpakkingsgassen. Het is mogelijk om specifieke groepen additieven te “bundelen”. Wordt er gebruik gemaakt van een verpakkingsgas, dan zijn er qua etikettering meerdere mogelijkheden. De voedingswaardevermelding is verplicht en moet vermeld worden op grond van Verordening (EU) nr. 1169/2011.
De etiketteringsvoorschriften voor gearomatiseerde wijnbouwproducten, zoals opgenomen in Verordening (EU) nr. 251/2014, zijn ook aangevuld met de voedingswaardevermelding en lijst van ingrediënten. Dit wordt geregeld in de gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2024/585.
Wijn en/of gearomatiseerde wijn die voldoen aan de etiketteringsvoorschriften die van toepassing waren vóór 8 december 2023 en die vóór die datum zijn geproduceerd, mogen verder in de handel worden gebracht zolang de voorraad strekt.
Het is mogelijk om voor wijnetiketten informatie via een QR-code te vermelden, bijvoorbeeld in het geval van ruimtegebrek. Voor de voedingswaardevermelding geldt dat enkel de energetische waarde vermeldt moet worden op het label, uitgedrukt met het symbool ‘E’ en voor de ingrediënten moeten enkel de allergenen vermeld staan. De volledige voedingswaardevermelding en ingrediëntenlijst dienen vervolgens elektronisch vermeld te staan. De producent kan hiervoor gebruikmaken van een U-label, waarbij de informatie via een QR-code te lezen is. Het U-label is speciaal voor de wijnsector ontwikkeld. Deze nieuwe regels gelden voor wijnen die na 8 december worden geproduceerd en geëtiketteerd.
De etiketteringsvoorschriften voor wijnbouwproducten zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 1308/2013, met Verordening (EU) nr. 2021/2117 tot wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Tot aanvullingen zijn verschillende gedelegeerde Verordeningen van toepassing, zoals de gedelegeerde Verordeningen (EU) nr. 2019/33 en (EU) nr. 2019/934. Daarnaast zijn de wettelijke voorschriften uit Verordening (EU) nr. 1169/2011 van toepassing. Etiketteringsvoorschriften voor gearomatiseerde wijnbouwproducten zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 251/2014.
Voor andere alcoholische dranken is het voorlopig nog niet verplicht om voedingswaarden en ingrediënten te vermelden.
Wil je meer weten? lees dan verder op onze info pagina’s over:
Zonder de juiste informatie mogen levensmiddelen niet worden verhandeld. Productspecificaties vormen hierin een belangrijk onderdeel. Zowel specificaties van de grondstoffen die je inkoopt, als de eindproductspecificaties van de producten die je produceert. Wat komt er kijken bij het beheren van deze specificaties?
In artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 staan de verantwoordelijkheden beschreven die exploitanten van levensmiddelenbedrijven hebben ten aanzien van het aanleveren van voedselinformatie. Zo moet een leverancier die een grondstof levert – en die door de klant verder wordt verwerkt – ervoor zorgen dat de klant voldoende informatie heeft om aan alle wettelijk verplichte vermeldingen op het etiket te kunnen voldoen. Wat op een productspecificatie wordt vermeld, kan erg verschillen en is mede afhankelijk van de eisen van de klant en de specifieke afspraken die hierover zijn gemaakt tussen beide partijen. Productspecificaties bevatten onder andere vaak de volgende informatie:
Klanten vragen steeds vaker om aanvullende informatie aan te leveren. Zo kan bijvoorbeeld gevraagd worden om van elk ingrediënt het percentage en land van herkomst aan te geven. Afhankelijk van de wens van de klant, kan het efficiënt zijn om deze informatie standaard in de productspecificatie op te nemen.
In een productspecificatie neem je minimaal de volgende fysische, chemische en microbiologische parameters op:
Deze normen mogen aangevuld worden met andere voor het product relevante parameters. Bijvoorbeeld de parameters die gecontroleerd worden bij het vaststellen of verifiëren van de houdbaarheidstermijn van het product.
Ook grenswaarden/maximum gehalten moeten kritisch bekeken worden. Enkele aandachtspunten:
Van alle grondstoffen moeten productspecificaties van de leverancier aanwezig zijn. Deze grondstofspecificaties vormen de bron voor het opstellen van de eindproductspecificatie. Als een nieuwe grondstofspecificatie wordt aangeleverd, moet deze eerst worden goedgekeurd. Zo moet er bijvoorbeeld worden gecontroleerd of alle gegevens aanwezig zijn, of deze voldoen aan de wetgeving en aan de klanteisen. Tip: maak duidelijke afspraken met leveranciers over de eisen waar het product en de specificatie aan moeten voldoen.
Aan de hand van de grondstofspecificaties en het recept, kan een eindproductspecificatie worden opgesteld. Door gebruik te maken van specificatie software is dit proces volledig te digitaliseren. Hierbij worden ingevoerde gegevens zoals voedingswaarden en ingrediënten automatisch omgezet tot een eindproductspecificatie. Controleer regelmatig of de aanwezige grondstof- en eindproductspecificaties up-to-date zijn. Misschien moeten ze vervangen worden door een vernieuwde versie? Een aangepaste grondstofspecificatie of receptuur kan invloed hebben op één of meerdere eindproductspecificaties. Een duidelijk versiebeheer is hierbij heel belangrijk.
Retailers en groothandels gebruiken verschillende systemen om hun specificaties te beheren. Zij vragen hun leveranciers om alle gegevens aan te leveren in dit systeem. Hierbij heeft iedere retailer zijn eigen eisen en protocollen. Tijd en kennis zijn nodig om de informatie in de systemen juist te kunnen invoeren en onderhouden.
Heb je vragen of loop je tegen problemen aan? Vraag een Specificatiebeheer specialist om hulp. Onze specialisten hebben ruime ervaring met diverse specificatiesystemen en klantinformatiesystemen en weten waar je op moet letten om aan de wensen van de afnemers te voldoen. Wij kunnen hierin assisteren, maar ook het gehele beheer van al jouw recepturen, grondstof- en eindproductspecificaties uit handen nemen.
Op product etiketten is veel informatie over allergenen te vinden. Soms worden “vrij-van” allergenenclaims zoals “glutenvrij” of “vrij van lactose” vermeld. Claims zijn vrijwillige uitingen op een verpakking. Met een claim wordt een bepaalde eigenschap van een product benadrukt, in dit geval de allergeenvrije status. Aan welke richtlijnen moet je als bedrijf voldoen als je zo’n allergenenclaim wilt voeren? En wat houdt een “vrij-van” vermelding in voor de productiepraktijk?
Het gebruik van de claim “glutenvrij” is verbonden aan eisen zoals gesteld in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 828/2014. Hierin staat onder andere omschreven dat glutenvrije producten een maximumgehalte van 20mg/kg (of ppm) aan gluten mogen bevatten. Er mag dus geen vermelding “glutenvrij” en geen glutenvrij-logo worden geplaatst wanneer meer dan 20mg/kg gluten detecteerbaar is.
Indien een product een glutenbevattend ingrediënt bevat, moet hiervan te allen tijden melding gemaakt worden in de ingrediëntendeclaratie conform Verordening (EU) nr. 1169/2011. Het kan dus voorkomen dat een product een “glutenvrij” claim draagt, terwijl de ingrediëntenlijst een glutenbevattend graan aanduidt als allergeen. Om verwarring te voorkomen, is het in dat geval aan te raden een aantekening te maken bij de “glutenvrij”-vermelding.
Het gebruik van vrij-van claims anders dan gluten, is niet verbonden aan wetgeving. Claims zoals “melk-vrij” en “lactose-vrij” zijn niet verbonden aan wettelijk toegestane waarden. Ook de term “allergeenvrij” is niet in wetgeving beschreven. In de praktijk houdt deze vermelding dus in dat het betreffende allergeen niet detecteerbaar is in het product. Wel hanteren diverse retailers eigen eisen aan “vrij-van” allergenenclaims.
Bij vermeldingen zoals “vrij van allergenen” is het raadzaam aan te geven welke allergenen afwezig zijn. Geef duidelijkheid aan de consument, zodat deze niet verwacht dat het product ook vrij is van andere allergenen dan de in bijlage II van Verordening (EU) nr. 1169/2011 vermelde wettelijke allergenen. Ook is deze claim niet aan te raden voor een product waarvan de consument niet verwacht dat er een allergeen aanwezig is, bijvoorbeeld allergeenvrij appelsap. Een claim of andere vrijwillige informatie op een verpakking mag immers niet misleidend, verwarrend of dubbelzinnig zijn.
Wanneer je als bedrijf een “vrij-van” claim wilt uitdragen op de verpakking, is het belangrijk dat het allergenenmanagement goed op orde is. Er komt meer bij kijken dan alleen juist etiketteren. BRCGS en FDF (Food and Drink Federation) hebben in 2015 samen de handige handleiding Guidance on “Free-From” Allergen Claims uitgebracht, vanwege het toenemend gebruik van “vrij-van” allergenenclaims. In de richtlijn is een stappenplan op basis van vier principes opgenomen:
Een aanvullende allergiewaarschuwing van een allergeen dat niet behoort tot de veertien wettelijke allergenen, is een vorm van een claim die nog weinig gebruikt wordt. Deze vermelding is een waarschuwing voor een kruisreactie die kan optreden. Het waarschuwt niet voor kruisbesmetting die tijdens de productie ontstaan kan zijn. Als iemand allergisch is voor een bepaalde stof, is het mogelijk dat ook allergische reacties optreden met andere stoffen waarvan de eiwitten op elkaar lijken.
Een voorbeeld is een reactie op erwten wanneer de consument een allergie voor peulvruchten heeft. Bij de beoordeling van novel foods wordt onder andere gekeken naar allergeniciteit en kruisreacties. Bij het gebruik van raapzaadeiwit is het wettelijk verplicht de volgende aanvullende allergiewaarschuwing te vermelden: “raapzaadeiwit kan allergische reacties veroorzaken bij consumenten die allergisch zijn voor mosterd”. Alle voorwaarden voor novel foods zijn te vinden in de unielijst van nieuwe voedingsmiddelen in de geconsolideerde versie van uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470.
Rekentools op basis van de referentiewaarden opgesteld door VITAL®, NVWA, het wetenschappelijk comité van FAVV of de FAO/WHO zijn niet te gebruiken om een “vrij-van” claim te onderbouwen. Zoals eerder gesteld, staat deze claim namelijk gelijk aan geen detectie van het betreffende allergeen, terwijl bij de hiergenoemde rekenmethoden wordt berekend wat de kwantitatieve kruisbesmetting kan zijn en of deze boven een referentiewaarde uitkomt. Indien er kans is op kruisbesmetting , kan voor alle andere dan een “glutenvrij claim” geen “vrij-van” claim meer gebruikt worden, ondanks dat een lage dosering mogelijk geen risico geeft voor de allergische consument.
Lees hier meer over allergenen en claims:
Als levensmiddelenbedrijf heb je regelmatig te maken met het vertalen van etiketten. Retailers vereisen soms meerdere talen op een etiket en als je producten wilt exporteren, moet de etiketinformatie in de juiste taal worden weergegeven. Ook moet het product voldoen aan de wetgeving in het land van verkoop. In deze blog geven we 6 tips voor etiketten vertalen.
Controleer altijd eerst of de ingrediënten zijn toegestaan in het land van verkoop. Als tijdens het vertalen van het etiket blijkt dat een ingrediënt niet toegestaan is in het land waarin je het product wilt verkopen, mag het product niet verkocht worden. Maak daarom de inkopers binnen je bedrijf ervan bewust dat ingrediënten die buiten de EU verkocht worden niet altijd toegestaan zijn binnen de EU. Laat de ingrediënten van je product bij twijfel vóór inkoop checken.
Regelmatig worden producten geïmporteerd uit bijvoorbeeld de Verenigde Staten of Azië. Het additief magnesiumstearaat wordt in de VS vaak toegevoegd aan snoepgoed, maar in de EU is dit additief niet toegestaan. Ook is het gebruik van gebleekte tarwebloem niet toegestaan in de EU, terwijl dit in de VS vaak gebruikt wordt in koekjes. Zo zijn er meerdere voorbeelden te noemen van ingrediënten die niet toegestaan zijn in producten als deze binnen de EU verkocht worden.
Je kunt een EU Verordening op de EUR-Lex website in meerdere talen openen. Een aantal wettelijke teksten is letterlijk vastgelegd in de verordening. Als je per tabblad in je browser de Verordening in een andere taal opent, vergelijk je gemakkelijk de wettelijke teksten. Vertalingen voor additiefnamen en functiegroepen haal je bijvoorbeeld uit Verordening 1333/2008. Allergenen en teksten als ‘Ten minste houdbaar tot’ haal je uit Verordening 1169/2011.
Een benaming die in Nederland gebruikt mag worden, kan bijvoorbeeld in Duitsland onderhevig zijn aan nationale wetgeving. Zo heeft Duitsland nationale wetgeving voor snoepgoed waarin diverse benamingen vastliggen. Waar winegums in het Nederlands als wettelijke benaming aangeduid mogen worden als ‘Suikerwerk’, ligt dit in Duitsland vast als ‘Gummibonbons’. Houd daarom altijd de benaming aan zoals die in het land van verkoop in de wetgeving is vastgelegd.
In de EU wordt de voedingswaardetabel minimaal per 100 g of 100 ml uitgedrukt, eventueel aangevuld per portie. In bijvoorbeeld de VS of Indonesië wordt deze anders opgesteld, namelijk alleen per portie. Ook worden de koolhydraten anders berekend in de VS. De voedingswaardetabel kan daarom niet altijd letterlijk overgenomen worden voor andere landen en moet soms eerst omgerekend worden. Ook is het niet toegestaan om bijvoorbeeld een VS voedingswaardetabel samen met een EU voedingswaardetabel op de verpakking te vermelden. Houd hier rekening mee bij de ontwikkeling van het etiket en het labellen van het product.
Het lijkt tijdens het etiketten vertalen misschien handig om voor losse woorden gebruik te maken van vertaaltools, zoals Google Translate. Let op dat sommige woorden hierbij te letterlijk worden vertaald. Woorden die in het Nederlands een dubbele betekenis hebben, zoals de ingrediënten bloem (bloemdragende plant, of het fijnste deel van meel) en munt (munteenheid of aromatische plant), kunnen nog weleens met de verkeerde betekenis vertaald worden. Raadpleeg dus altijd de juiste bronnen voor het opstellen van vertalingen. Roep waar nodig de hulp in van een etiketteringsspecialist.
Niet alle productlogo’s mogen internationaal gebruikt worden. In Nederland kennen we bijvoorbeeld het Beter Leven keurmerk, maar in andere landen wordt dit logo niet gebruikt. Logo’s zoals Fairtrade en MSC/ASC mogen wel internationaal gebruikt worden, maar vaak moet de claim bij het logo dan wel vertaald worden. Daarnaast zijn er landen die bepaalde recyclinglogo’s verplichten op verpakkingen, zoals het Triman-logo in Frankrijk en verplichte recyclinginformatie in Italië.
Je wilt er natuurlijk zeker van zijn dat je producten voldoen aan de wetgeving. Ook als je deze in andere landen gaat verkopen. Een fout etiket kan grote gevolgen hebben, zoals een mogelijk voedselveiligheidsgevaar of een recall. Vraag bij twijfel tijdig advies aan een etiketteringsspecialist. Deze helpt je met het opstellen van een correct etiket. Neem contact met ons op en onze specialisten helpen je zo snel mogelijk verder. Je staat er niet alleen voor.
Op de kennisbank van Normec Foodcare staan Risk Safety Sheets van veel gevaren die kunnen voorkomen in levensmiddelen. De Sheets zijn onderverdeeld in fysische, microbiologische, chemische gevaren en allergenen. Je kunt ze gebruiken als input voor de HACCP-gevarenanalyse. Hoe? Dat leggen we uit in dit artikel.
Bij wijzigingen worden de Risk Safety Sheets geüpdatet. De afgelopen periode zijn er voor veel chemische gevaren sheets geüpdatet. Onderstaand vindt u een lijstje met de meest recente geüpdatet Risk Safety Sheets.
Verder zijn er veel Risk Safety Sheets waar de verordening (EG) 1881/2006 betrekking op had. Hierbij is de vervanging door Verordening (EU) 915/2003 doorgevoerd.
Per 1 februari 2024 is de Zwitserse ordonnantie inzake bedrukkingsinkten RS 817.023.21 gewijzigd op een heel aantal punten.
Het gebeurt dat bepaalde EU-lidstaten of landen buiten EU meer of andere wetgeving betreffende chemische migratie of toelating van gebruik van componenten in food contact materialen (FCM), lijmen, inkten etc. hebben. Op die manier kan er natuurlijk bij het verhandelen van FCM of verpakte levensmiddelen discussie ontstaan. Via deze link lees je er meer over.
De Raad van Europa heeft reeds resoluties uitgewerkt voor drukinkten voor verpakking . Dit zijn nog geen wetteksten maar ter interpretatie van artikel 3 van Verordening (EU) 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen.
De Zwitserse ordonnantie is in principe enkel geldig in Zwitserland maar wordt in heel Europa toegepast bij beoordelen van drukinkten gezien ontbreken van gelijkaardige wetgeving op algemeen Europees niveau. Deze ordonnantie omvat een lijst met stoffen welke toegelaten zijn om in drukinkten te gebruiken voor voedselcontactmaterialen.
Een greep uit de wijzigingen van de Zwitserse ordonnantie op bedrukkingsinkten te vinden in sectie 8b van de RS 817.023.21 per 1 februari 2024.
De bijgewerkte tekst werd van kracht op 1 februari 2024, maar er komen ook enkele overgangsbepalingen:
De wijzigingen in detail nalezen? Dat kan via deze link.
Het Belgische FAVV heeft een omzendbrief uitgebracht voor toepassingen van materialen en voorwerpen van gerecycleerd kunststof die bestemd zijn om met levensmiddelen in aanraking te komen. Het belicht de zaak voor alle operatoren in dit gebied en beschrijft de verschillende stappen die gevolgd moeten worden om te voldoen aan de eisen van de verordening (EU) 2022/1616.
Om hierachter te komen is het belangrijk om een aantal zaken inzichtelijk te krijgen over de eigen positie:
Deze 4 vragen worden beantwoord door toepassing van 4 schema’s. Deze 4 schema’s worden in de introductie van de omzendbrief weergegeven. Zorg hierbij dat de definities en afkortingen welke eerder worden weergegeven in de omzendbrief doorgenomen en helder zijn. Wanneer de schema’s doorlopen zijn zal het duidelijk worden welke hoofdstukken voor u als operator van toepassing zijn.
Valt u binnen de stap voorbewerking dan levert het eindproduct geen materiaal op dat geschikt is om in contact te komen met levensmiddelen. Er gelden wel een aantal eisen welke betrekking hebben op zaken als het gescheiden en geborgd zuiver houden van ingezamelde producten bij consumenten.
Valt u binnen de stap decontaminatie dan zal er registratie plaats moeten vinden bij het FAVV. (Zie verder bij registratieplicht). Afhankelijk van welk ‘geval’ u bent zal er een ‘samenvatting van de nalevingsmonitoring’ (=CMSS) aan de hand van het model in bijlage II’ opgesteld moeten worden welke ingediend wordt bij de FOD volksgezondheid. Recyclers uit deze stap verstrekken ook een verklaring van overeenstemming overeenkomstig de beschrijving en het model in bijlage Ill A. Deze verklaring van overeenstemming moet voor elke partij van gerecycleerd kunststofmateriaal worden verstrekt wanneer dat in de handel wordt gebracht. De Commissie stelt een gids ter beschikking om het gebruik van de samenvatting van de nalevingsmonitoring en de verklaring van overeenstemming te vergemakkelijken.
Verpakkingen van gerecycleerde kunststof die bij verwerkers worden aangeleverd, moeten voorzien zijn van een etiket welke aan een reeks eisen moet voldoen beschreven in de omzendbrief.
Binnen de stap decontaminatie zijn er nieuwe- en geschikte technologieën. Het belangrijkste onderscheid is dat de eerste nog niet is beoordeeld door de EFSA. De tweede is dat wel en is opgenomen in bijlage I van verordening (EU) 2022/1616.
Recyclers die een nieuwe recyclingtechnologie toepassen dienen van de decontaminatie-installatie aanvullende informatie beschikbaar te houden welke puntsgewijs beschreven staat in de omzendbrief.
Een recycler die een decontaminatie-installatie exploiteert op basis van een nieuwe recyclagetechnologie, monitort het gemiddelde verontreinigingsniveau op basis van een betrouwbare bemonsteringsstrategie en verstrekt de ontwikkelaar (d.w.z. de houder van de recyclingtechnologie die nog niet door het EFSA is beoordeeld) de bij de monitoring verkregen gegevens. De ontwikkelaar publiceert op zijn beurt deze gegevens 2 maal per jaar op zijn website.
Val je binnen de stap naverwerking dan zal je je moeten registreren bij het FAVV. (Zie verder bij registratieplicht). Er zijn hierbij twee mogelijke scenario’s voor verwerkers:
Gerecycleerd kunststof materiaal uit beide scenario’s gaan vergezeld van een verklaring van overeenstemming volgens het model in bijlage Ill B. Deze verklaring moet bij elke partij van gerecycleerd kunststofmateriaal worden geleverd en worden overhandigd aan de operatoren van levensmiddelenbedrijven, met inbegrip van detailhandelaren in levensmiddelen.
De Commissie stelt een gids ter beschikking om het gebruik van de verklaring van overeenstemming te vergemakkelijken.
Voor naverwerkers worden er een aantal voorschriften beschreven zoals 1 enkel document en identificatie welke gerecycleerde kunststof en materialen en voorwerpen van gerecycleerde kunststof steeds vergezeld. Ook wordt beschreven wat verwacht wordt van etikettering en gebruik van merkteken.
Alle verwerkers die gerecycleerde kunststof materialen en voorwerpen produceren, ongeacht of ze verdere bewerking vereisen of niet, en die bedoeld zijn voor direct contact met levensmiddelen, dienen zich te registreren bij het FAVV onder de bestaande activiteit 931 “fabrikant van verpakkingsmateriaal” en de bijhorende heffing te betalen (activiteitenfiche ACT – TRA 702). Het registratieaanvraagformulier is hier beschikbaar en de registratie gebeurt bij de lokale controle-eenheid waar de inrichting zich bevindt.
Recyclagebedrijf zullen daarna worden geïnspecteerd a.d.h.v. bepaalde frequentie en een specifieke checklists welke afhangt of het gaat om nieuwe- of geschikte recycling technologieën.
Naast de Europese wetgeving is dit materiaal ook in de Nederlandse wetgeving opgenomen in de Warenwetregeling Verpakkingen en gebruiksartikelen, bijlage, Hoofdstuk I Kunststoffen. In de Warenwetregeling zijn aanvullende specifieke migratielimieten (SML’s) ogenomen voor polymerisatiehulpstoffen die niet in verordening (EU) Nr. 10/2011 opgenomen zijn. Een verklaring van overeenstemming is verplicht voor dit materiaal en in Bijlage IV van Verordening (EU) Nr. 10/2011 is beschreven wat daarin moet worden opgenomen.