header oranje fruit en groenten

Rauwe melk: De regels in Nederland voor verkoop van boer aan consument 

Het verkopen van rauwe melk rechtstreeks aan de eindklant (bijvoorbeeld via melktap) is in principe verboden, tenzij men aan eisen voldoet van de Nederlandse Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen. 

Verkoopeisen 

Rauwe melk en rauwe room voor directe consumptie mogen alleen worden verkocht op het bedrijf waar ze zijn gewonnen of aan plaatselijke detailhandel die rechtstreeks aan consumenten levert. De temperatuur is bepalend voor hoe lang deze bewaard mag worden voor verkoop:   

  • Ongekoeld: Binnen 2 uur na het winnen. 
  • Gekoeld (max. 4 °C): Binnen 72 uur na het winnen. 
  • Diepgevroren (-18 °C of kouder binnen 24 uur na het winnen):  
    • Bewaring op max. -18 °C tot levering of verzending. 
    • Tijdens transport mag de temperatuur maximaal -15 °C zijn. 
  • De regels voor diepgevroren producten gelden ook voor levering aan plaatselijke detailhandel, mits deze direct aan consumenten levert. 

Kwaliteitseisen 

Deze criteria voor pathogene micro–organismen zijn voor alle eet- en drinkwaren. Voor rauwe melk, welke later door de consument verhit wordt of een andere kiem reducerende behandeling krijgt, geldt dat er minimaal eenmaal per maand op Salmonella, Campylobacter en Shiga-toxine producerende E. coli (STEC) onderzocht moet worden. De frequentie van dit onderzoek kan worden gehalveerd als de resultaten gedurende zes maanden achter elkaar voldoen aan de criteria.  

Het is verplicht is om minimaal 2 maal per maand het aeroob kiemgetal te laten analyseren bij 30°Caan het einde van de bewaartermijn. De bewaartermijn mag maximaal  72u na productie bedragen. De criteria hiervoor zijn:   

  • ≤ 25.000 per ml voor rauwe melk van runderen of buffels  
  • ≤ 50.000 per ml voor rauwe melk van kamelen, dromedarissen, paarden of ezels  
  • ≤ 100.000 per ml voor rauwe melk van geiten, schapen of overige diersoorten  

Meldplicht: 

Bedrijven die rauwe melk of room verkopen, moeten dit melden bij het ministerie via een online formulier. 

Etikettering: 

Op recipiënten (behalve melktanks): Vermelding van de datum en tijdstip van winning. 

Op verpakkingen of in de directe omgeving van het product:  

  • Voor rauwe melk en biest:
    “RAUWE MELK / BIEST – GEBRUIKEN OP DE DAG VAN AANKOOP – GEEF SCHADELIJKE BACTERIËN GEEN KANS – KOKEN VOOR GEBRUIK AANBEVOLEN” 
  • Voor rauwe room: “RAUWE ROOM – GEBRUIKEN OP DE DAG VAN AANKOOP – GEEF SCHADELIJKE BACTERIËN GEEN KANS – KOKEN VOOR GEBRUIK AANBEVOLEN” 
  • Afwijking: De vermelding “GEBRUIKEN OP DE DAG VAN AANKOOP” is niet verplicht als er een houdbaarheidsdatum op de verpakking staat. 

Rauwe melk: De regels in België voor verkoop van boer aan consument 

De producent moet zorgen dat rauwe melk aan criteria voldoet. Deze regels waarborgen de voedselveiligheid van rauwe melk die rechtstreeks aan consumenten wordt geleverd, met aandacht voor hygiëne en antibioticaresistentie. Koninklijk besluit van 7 januari 2014 schrijft voor: 

Grondstofcriteria 

Rauwe koemelk
  • Kiemgetal bij 30 °C: ≤ 100.000 per ml, gemiddelde over 2 maanden, minimaal 1 monstername en analyse per 3 maanden 
  • Aantal somatische cellen (uiergezondheid) : ≤ 400.000 per ml, gemiddelde over 3 maanden, minimaal 1 monstername en analyse per 3 maanden
Rauwe melk van andere diersoorten 
  • Kiemgetal bij 30 °C: ≤ 1.500.000 per ml, gemiddelde over 2 maanden, minimaal 1 monstername en analyse per 3 maanden
Antibioticaresiduen in rauwe melk voor rechtstreekse verkoop 
  • Mag geen residuen bevatten boven de toegestane hoeveelheden vermeld in Verordening (EU) nr. 37/2010. 
  • Het totaal van alle antibioticaresiduen mag de toegestane maximumwaarde niet overschrijden. 

Toegestane leveringsmethoden 

De producent mag onverpakte rauwe melk of colostrum rechtstreeks leveren: 

  1. Op de productieplaats: De melk wordt verpakt in het bijzijn van de eindverbruiker. 
  2. Via huis-aan-huisverkoop: Binnen een straal van 80 km rond de productieplaats en verpakt in het bijzijn van de eindverbruiker. 
  3. Op markten: Binnen een straal van 80 km rond de productieplaats. 
  4. Via melkautomaten: Geplaatst op de productieplaats of binnen een straal van 80 km, conform de hygiëne-eisen van het Koninklijk Besluit van 22 december 2005. 
  5. Aan lokale detailhandel: Die de melk rechtstreeks aan de eindverbruiker levert. 
Vermeldingen voor eindverbruikers: 

Op de leveringsplaatsen moet duidelijk zichtbaar staan: 

  1. “Rauwe melk/colostrum. Koken voor gebruik”. 
  2. “Te gebruiken tot [datum]”: Niet later dan drie dagen na de eerste melkbeurt. 
  3. “Bewaren bij 0 tot 6 °C”. 

Bij huis-aan-huisverkoop of levering aan detailhandel mag deze informatie op een andere manier worden verstrekt. 

Voorverpakte rauwe melk of colostrum 

Voorverpakte levering is ook toegestaan onder dezelfde voorwaarden als onverpakte rauwe melk. Enige verschillen zijn dat het niet in bijzijn van de consument hoeft afgevuld te zijn en de producent moet een toelating hebben volgens het Koninklijk Besluit van 16 januari 2006. 

Kijk voor nog meer informatie naar de  ‘omzendbrief rechtstreekse levering, door een primaire producent, van kleine hoeveelheden van sommige levensmiddelen van dierlijke oorsprong aan de eindverbruiker of aan de plaatselijke detailhandel”  

Rauwe melk: Belgische regelgeving bestemd voor industriële levering 

Belgische regelgeving 

De Omzendbrief met betrekking tot de controle op de kwaliteit van de rauwe melk beschrijft alle verplichtingen m.b.t kwaliteitscontrole waar operatoren in dit gebied aan moeten voldoen. 

Kwaliteitscontrole en bemonstering  

Exploitanten van levensmiddelenbedrijven mogen geen melk of melkproducten verhandelen, aanbieden, vervoeren of leveren zonder dat deze aan de kwaliteitscontrole zijn onderworpen. 

Van rauwe melk die wordt opgehaald of geleverd aan een ander levensmiddelenbedrijf, moet een monster worden genomen voor kwaliteitscontrole. Indien een RMO-chauffeur (Rijdend Melkontvangst) met een vergunning van een Interprofessionele Organisatie (IO) de melk ophaalt, moet tijdens het laden van iedere levering een representatief monster mechanisch worden genomen. Het monster wordt opgeslagen in een goedgekeurd monsterflesje. 

Manuele bemonstering:  Koper met beperkte producenten kan versoepeling aanvragen. Melk wordt dan manueel bemonsterd bij iedere ophaling (minimaal twee keer per maand voor melk van andere dieren dan koeien). De IO stelt de procedure vast voor het nemen, identificeren, bewaren en vervoeren van monsters. 

Producent met frequente ophalingen: Bij automatische monstername door een melkophaalwagen kan de producent leveringen doen tot maximaal 100 liter per 3-daagse productie zonder bijkomende monsters. 

Kwaliteitscontrolecriteria 

  • Kiemgetal bij 30 °C: ≤ 100.000 per ml, gemiddelde over 2 maanden, minimaal 2  monsternames en analyse per maand voor rauwe koemelk. 
  • Kiemgetal bij 30 °C:  ≤ 500.000 per ml voor rauwe melk van andere dieren bestemd voor vervaardiging van rauwmelkse producten. 
  • Kiemgetal bij 30 °C:  ≤ 1.500.000 per ml voor rauwe melk van andere dieren bestemd voor vervaardiging van producten met thermisch behandelde melk.  
  • Controle van somatische (uiergezondheid) cellen ≤ 400.000 per ml, gemiddelde over 3 maanden, minimaal 1 monsternames en analyse per maand voor rauwe koemelk. 
  • Visuele controle van zuiverheid: Rauwe koemelk mag geen zichtbare onzuiverheden bevatten die groter zijn dan een sediment van 0,25 US op een standaard wattenschijfje (filtertest). Minimale monstername 1 keer per maand. 
  • Controle op residuen van diergeneesmiddelen. Bij iedere ophaling of levering van rauwe koemelk. Minstens twee keer per maand voor melk van andere dieren dan koeien. Versoepeling zijn er ingesteld voor bedrijven die jaarlijks maximaal 20.000 liter rauwe koemelk bij producenten kopen, mogen de frequentie verlagen naar twee monsternemingen per maand per producent. 

Deze laatste controle omvat o.a. de controle op aanwezigheid van remstoffen. Voornamelijk vanuit antibiotica.  

Omzendbrief met betrekking tot ´Sneltesten en microbiologische inhibitortesten voor de detectie van remstoffen in rauwe melk schrijft voor aan welke eisen de toegestane testen welke gebruikt mogen worden moeten voldoen.  

Een lijst met toegestane sneltesten om deze remstoffen te detecteren alsook hun detectiecapaciteiten is gepubliceerd door het FAVV. Sneltesten kunnen een hoge gevoeligheid hebben en daardoor soms onterecht een niet-conform resultaat laten zien. Daarom mag, in het geval dat een sneltest een niet conform resultaat laat zien, de melk nog onderzocht a.d.h.v. een microbiologische inhibitortest. Indien dit ingezet wordt, is deze laatste steeds leidend in de beslissing welke genomen kan worden over de partij.   

De eisen aan de sneltest worden beschreven in bijlage 2 van de omzendbrief.   

100% van de in België geregistreerde antibiotica substanties  moeten door de sneltest gedetecteerd kunnen worden en ze dienen 13/14 merkerresiduen op hun maximum residu limiet (MRL) aan te kunnen tonen in minimaal 95% van de gevallen. Wanneer het niet op MRL kan worden gedetecteerd, dient minimaal wel op 5xMRL aantoonbaar te zijn in minimaal 95% van de gevallen.  

De test mag maximaal 5% negatieve resultaten geven op positieve monsternames.

Kleurcodes bij gevoeligheidsbepaling 

Het (overmatig) gebruik van antibiotica veroorzaakt zowel in de humane als in de diergeneeskunde een toename van bacteriële resistentie tegen deze middelen. Omdat antibioticaresistentie in de diergeneeskunde ook gevolgen kan hebben voor de behandeling van mensen, wordt het antibioticagebruik in de veehouderij in verschillende Europese landen kritisch geëvalueerd. In België werd in dit kader in 2012 AMCRA opgericht: het “Center of Expertise on Antimicrobial Consumption and Resistance in Animals”. AMCRA fungeert als kenniscentrum voor antibioticagebruik en -resistentie bij dieren en geeft adviezen om het antibioticagebruik in de diergeneeskunde op een rationele manier terug te dringen. 

Een van de belangrijkste realisaties van AMCRA is de indeling van antibiotica op basis van hun (kritieke) belang voor zowel de humane als de diergeneeskunde. Voor deze indeling werden de actieve stoffen voorzien van een kleurcode en bijbehorende lettercode. Deze zijn te raadplegen op de website vam het Melk Controle Centrum (MCC) Vlaanderen: geel (code A), oranje (code B) en rood (code C). 

Maximumresiduen van verschillende types antibiotica zijn terug te vinden in de Verordening (EU) 37/2010 

Single-use plastics (SUP): maatregelen in Europa, Nederland en België

Er komt steeds meer plastic afval in het milieu terecht, zoals in zee (plasticsoep). De 10 meest op stranden gevonden wegwerpplastics vormen samen 43% van het zwerfafval in zee. Vistuig nog eens 27%. 1 van de doelstellingen van de Europese Green Deal is het beschermen van het milieu en de oceanen door bevorderen van circulaire economie en beter afvalbeheer. Door regels te bepalen aangaande de productie en verbruik van plastic materialen tracht men de afvalberg te verkleinen en zo dus ook de negatieve impact op het milieu te reduceren.

De volgende producten zijn voorbeelden van voedselverpakkingen die binnen de definitie van single-use plastics vallen: fastfoodverpakkingen of maaltijd-, broodjes-, wrap- en slaatjesdozen met koude of warme voedingsmiddelen en voedselverpakkingen voor verse of verwerkte voedingsmiddelen waarvoor geen verdere bereiding nodig is zoals fruit, groenten en desserten. De consument kan ze bijvoorbeeld kopen bij de supermarkt, horeca, op straat of op een festival. De regels gelden niet voor zorginstellingen en gesloten inrichtingen.

De landen van de Europese Unie worden verplicht tot het nemen van maatregelen om het verbruik van dit type verpakking te verminderen. Dit is 1 van de maatregelen die resulteert uit de EU-richtlijn aangaande verpakking en verpakkingsafval. De lidstaten hebben daarnaast de mogelijkheid om bepaalde maatregelen die zijn voorzien in de SUP-richtlijn met eigen maatregelen. Per januari 2025 is de verordening  ‘Packaging and packaging waste regulationVO (EU) 2025/40 gepubliceerd, dit heeft invloed op de SUP regulation. In onderstaand artikel zijn de maatregelen op Europees niveau reeds meegenomen. Het kan wel zijn dat de lidstaten na deze publicatie weer zaken gaan aanscherpen. Lees hier alles over deze PPWR 

Europa

Volgende wegwerpproducten die geheel of gedeeltelijk uit plastic bestaan vallen onder de SUP-richtlijn:

  • Voedselverpakkingen die bestemd zijn voor onmiddellijke consumptie, ter plaatse of om mee te nemen.
  • Voedselverpakkingen waarbij er vanuit de verpakking wordt genuttigd.
  • Voedselverpakkingen die gereed zijn voor consumptie zonder verdere bereiding (uitzondering wanneer het voor meerdere personen is).
  • Zakjes en wikkels gemaakt van flexibel materiaal die voedingsmiddelen bevatten die bedoeld zijn om onmiddellijk uit het zakje of de wikkel te worden geconsumeerd, zonder verdere bereiding.
  • Drankverpakkingen van maximaal drie liter voor het houden van vloeistof zoals drankflessen, doppen en deksels inbegrepen.
  • Drinkbekers, doppen en deksels inbegrepen.
  • Lichte plastic draagtassen met een wanddikte van minder dan 50 micron.

Voorbeelden van voedselverpakkingen die NIET vallen onder deze regeling vallen:

  • verpakkingen voor droge voedingsmiddelen
  • verpakkingen voor voedingsmiddelen die koud verkocht worden en verder moeten worden bereid,
  • verpakkingen met meer dan een eenpersoonsportie of verkocht worden in meerdere eenheden van eenpersoonsporties.

Volgende maatregelen zijn opgenomen in deze SUP-richtlijn:

  • Handelsverbod: Sinds 3 juli 2021 zijn er reeds de specifieke producten met een handelsverbod welke niet meer op de markt worden gebracht. Voorbeelden: plastic bordjes, plastic bestek, plastic roerstaafjes en rietjes, voedsel en drankverpakkingen (incl. drinkbekers) uit piepschuim, plastic ballonstokken.
  • Uitgebreide producenten verantwoordelijkheid (UPV): Producenten gaan vanaf 2023/2024 meebetalen aan het inzamelen van afval en het opruimen van zwerfafval en aan het nemen van bewustwordingsmaatregelen voor consumenten.
  • Markering: Voorgeschreven markeringen (vb. schildpadlogo) op de verpakkingen laten zien dat er kunststof in het product zit, dat het in de afvalbak thuishoort en dat zwerfafval negatieve effecten heeft op het milieu.
  • Consumptiereductie: Vanaf 2022 moeten lidstaten zorgen voor minder gebruik van plastic on the-go verpakkingen (zoals drinkbekers en voedselcontainers).
  • Vanaf 1 januari 2030 brengen marktdeelnemers geen verpakkingen in de handel in de formaten en voor de vormen van gebruik die zijn vermeld in bijlage V van VO (EU) 2025/40: 
    • Kunststof verzamelverpakkingen voor eenmalig gebruik wanneer dit gebruikt wordt om aan te moedigen meerdere stuks te verkopen. Vb. wikkelfolie
    • Kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik voor minder dan 1.5 kg onbewerkte verse groenten en onbewerkt vers fruit. Vb. netjes en folie
    • Kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik voor voedsel en dranken die worden gevuld en geconsumeerd op locaties in de horecasector, met inbegrip van alle eetruimten binnen en buiten een bedrijfsruimte die is voorzien van tafels en zitplekken of staanplaatsen, en van eetruimten die door verschillende marktdeelnemers of derden samen worden aangeboden voor de consumptie van voedsel en dranken. Inrichtingen in de horecasector die geen toegang hebben tot drinkwater, zijn vrijgesteld. 
    • Kunststof verpakkingen voor eenmalig gebruik in de horecasector die afzonderlijke porties of maaltijden bevatten of gebruikt worden voor smaakstoffen, conserven, sauzen, koffiemelk, suiker en kruiderijen. (uitzonderingen van toepassing, zie bijlage V van VO (EU) 2025/40.  
  • Product vereisten: Er moet gerecycled materiaal gebruikt worden in plastic flessen en sinds 2024 moeten de doppen tijdens het gebruik vast blijven zitten aan de fles. Vanaf 2025 moeten PET-flessen voor minstens 25% uit gerecycleerde kunststoffen bestaan. In 2030 moet dit minstens 30% zijn en per 2040 65%. 
  • Inzamelingsdoelstelling: In 2025 moet minimaal 77% van alle plastic drankflessen tot 3 liter worden ingezameld. In 2029 moet dit minimaal 90% zijn.
  • Bewustwordingsmaatregelen: Consumenten krijgen informatie en handelingsperspectieven om zwerfafval en plastic soep tegen te gaan.

Nederland

Elk land dient de Europese richtlijn om te zetten in eigen regelgeving. Hier de maatregelen die Nederland vanaf 2023/2024 heeft genomen. Let wel, per januari 2025 is de verordening  ‘Packaging and packaging waste regulation VO (EU) 2025/40 gepubliceerd en kunnen lidstaten weer zaken gaan aanscherpen. Lees hier alles over deze PPWR 

Bij afhalen en bezorgen (consumptie onderweg): 
  • betalen klanten voor wegwerpbekers en -bakjes, bovenop de prijs van hun eten en drinken.  
  • zijn ondernemers verplicht om een herbruikbaar alternatief aan te bieden. 
  • In de supermarkt betalen klanten voor voorverpakte portieverpakkingen van eten en drinken voor onderweg.   

Per 2026  

  • wordt er een vast bedrag van 25 cent gerekend voor wegwerpbekers en -bakjes. Deze meerprijs geldt alleen als het eten of drinken ter plaatse in de verpakking gedaan wordt.  
  • wordt deze meerprijs afgeschaft voor thuisbezorging. 
  • wordt deze meerprijs afgeschaft voor voorverpakte producten, zoals maaltijdsalades in de supermarkt 
Voor consumptie op locatie: bijvoorbeeld kantoren, restaurants, kantines en evenementen 
  • zijn bekers en bakjes met plastic verboden.  
  • gebruiken alle locaties afwasbare kopjes, glazen, borden en bakjes of bakjes en borden zonder plastic. 
  • kunnen verpakkingen van PET zelf ingezameld worden om het in het recyclage circuit te brengen. Dit mag niet zomaar, je moet hiervoor een aanvraag indienen bij Inspectie Leefomgeving en Transport.  

Per 2026 wordt de uitzondering  om zelf in te zamelen versmald. Alleen op gesloten evenementen geldt dat dan nog. Verder blijft herbruikbaar bij consumptie ter plaatse overal de norm. Alleen zorginstellingen en gesloten instellingen (zoals gevangenissen) mogen hiervan afwijken.) 

Uitgebreide producentenverantwoordelijkheid 

Voor producenten van wegwerpplastic gelden volgende regels: 

  • meebetalen aan het opruimen en verwerken van het wegwerpplastic in het zwerfafval. Na de proefberekening in 2023 werd gepland dat producenten voor de eerste keer in 2024 zouden gaan betalen. Dit is echter uitgesteld. Voor 2025 zal Verpact op treden als tijdelijke uitvoeringsorganisatie. Met de hulp van Verpact zullen de UPV-bijdragen dat jaar worden geïnd bij producenten en worden uitgekeerd aan gebiedsbeheerders. Ondertussen werkt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat aan een structurele uitvoeringsorganisatie voor de inning en uitkering van de bijdragen vanaf 2026. 
  • Bewustwordingsmaatregelen: Consumenten krijgen informatie en handelingsperspectieven om zwerfafval en plastic soep tegen te gaan. Producenten gaan hieraan meebetalen. 
  • Markering: Voorgeschreven markeringen op de verpakkingen laten zien dat er kunststof in het product zit, dat het in de afvalbak thuishoort en dat zwerfafval negatieve effecten heeft op het milieu. 
  • Consumptiereductie: Er moet een significante reductie plaatsvinden van de consumptie van kunststof drinkbekers en voedselverpakkingen voor ‘on-the-go’ door bijvoorbeeld alternatieven aan te bieden voor meermalig gebruik of door het beprijzen van de verpakkingen. 
  • Productvereisten: Er moet gerecycled materiaal gebruikt worden in plastic flessen en de doppen moeten tijdens het gebruik vast blijven zitten aan de fles. 
  • Inzamelingsdoelstelling: 90% inzameling van de flessen t.b.v. recycling, hiervoor wordt statiegeld geïntroduceerd voor alle flessen tot 3 liter vanaf 2021. 
  • Ondernemers zijn ook verplicht een bewustmakingsplan op te stellen en een jaarlijks verslag.  

Kijk voor de Nederlandse maatregelen zeker even op de twee posters van de rijksoverheid: maatregelen om gebruik van plastic wegwerpbekers en -voedselverpakkingen te verminderen en welke maatregelen gelden voor welke producten, een andere handige tool is de beslisboom: Valt uw product onder de SUP regeling? 

België

De bevoegdheden zijn in België verdeeld: 

Federale overheid: bevoegd voor o.a. het bepalen van de hoeveelheid gerecycleerde kunststoffen en het introduceren van de marktverboden. 

Gewesten zijn verantwoordelijk voor het uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en de bewustwordingsmaatregelen alsook de doelstellingen inzake de gescheiden inzameling van kunststof en drankflessen. 

Gemengde doelstelling: Sensibilisering en het zorgen voor minder gebruik van plastic on-the-go verpakkingen. 

Het Koninklijk besluit voor Single-use Plastics  

Op 5 juli 2024 heeft België het Koninklijk Besluit van 25 mei 2024 rond Single-use-plastics gepubliceerd. Dit KB heeft als doel om het op de markt brengen van bepaalde producten voor eenmalig gebruik te beperken en het gehalte aan gerecycleerde inhoud van bepaalde producten te verhogen. 

Fases in implementatie en maatregelen 

Om het voor exploitanten haalbaar te maken aan de nieuwe regels te gaan voldoen zal de implementatie gefaseerd verlopen. Onderstaande fases zijn beoogd.  Let wel, per januari 2025 is de verordening  ‘Packaging and packaging waste regulation’ VO (EU) 2025/40 gepubliceerd en kunnen lidstaten weer zaken gaan aanscherpen. Lees hier alles over deze PPWR.  

Reeds in werking 

  • Het serveren van drank voor onmiddellijke consumptie in wegwerpbekers die volledig uit kunststof bestaan is verboden.  
  • 6 maanden na publicatie worden kunststof wikkels voor ongeadresseerd reclamedrukwerk van meer dan 15 cm breed verboden.

Per januari 2026 

Drank en voeding aangeboden voor onmiddellijke consumptie ter plaatse of voor take-away in kartonnen wegwerpbekers of -verpakkingen bestaande uit minstens 10 % kunststof (gemeten in gewicht) wordt verboden. 

Per januari 2028 

  • Drank en voeding aangeboden voor onmiddellijke consumptie ter plaatse of voor take-away in wegwerpbekers of -verpakkingen bestaande uit minstens 8 % kunststof (gemeten in gewicht) wordt veboden.   
  • Kunststof wikkels voor ongeadresseerd reclamedrukwerk, ongeacht hun grootte worden verboden. 

Per januari 2030 

  • Drank en voeding aangeboden voor onmiddellijke consumptie ter plaatse in wegwerpbekers en -verpakkingen bestaande uit minstens 3 % kunststof (gemeten in gewicht) worden verboden. 
  • Drank en voeding aangeboden voor onmiddellijke consumptie op een andere plaats (take-away) in wegwerpbekers en -verpakkingen bestaande uit minstens 6 % kunststof (gemeten in gewicht) worden verboden. 

Waar kan de informatie nagelezen worden?  

Bijlage 1 beschrijft de kunststof producten waarvoor er een minimale gerecycleerde inhoud is opgelegd om ze op de markt te mogen brengen. Hierbij is er rekening gehouden dat er genoeg alternatieven zijn van producten die de gevraagde gerecycleerde inhoud hebben.  

Bijlage 2 beschrijft kunststof producten welke verboden omdat er een grote kans is dat ze bij het zwerfvuil of niet in het juiste recyclagekanaal belanden vanwege afmetingen of de wijze waarop ze vaak worden gebruikt 

  • Kunststof stokjes en prikkers, tussen 1 en 30 cm, bestemd voor het vasthouden van een levensmiddel, met uitzondering van de medische toepassingen. 
  • Bestekken en borden die geen kunststof bevatten, met uitzondering van die welke thuis kunnen worden gecomposteerd. 
  • Ongeadresseerd geplastificeerd reclamedrukwerk.

In het KB is opgenomen dat kan worden afgeweken van percentages indien wordt bevestigd dat deze niet mogelijk zijn om redenen van voedselveiligheid of beschikbaarheid van verpakkingen op de markt. Indien omwille van deze rede de datum uitgesteld wordt, zal er tweejaarlijks een nieuwe evaluatie volgen door onafhankelijke deskundigen voor de betreffende categorie.  

Producentenverantwoordelijkheid en bewustwordingsmaatregelen 

De gewesten bepalen verder de regels  over de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en de bewustwordingsmaatregelen. Zo zullen er kosten voor zwerfvuil worden ingevoerd o.a. voor: 

  • Voedselverpakkingen, zoals dozen, zakjes en wikkels voor voedingsmiddelen. Alsook drankverpakkingen van max. 3 liter drinkbekers en lichte draagtassen. 

De OVAM voert momenteel studies uit naar de samenstelling van het zwerfvuil en de opruimkosten. Op basis daarvan kunnen we vanaf 2023 de kosten evenredig verdelen over de producenten. De bedoeling is om hierover in overleg met de andere gewesten en de federale overheid een samenwerkingsakkoord af te sluiten. Intussen zijn er al een aantal pilotprojecten opgestart met steden en gemeentes om het lokale zwerfvuilbeleid succesvoller te maken. Bekijk het volledige uitvoeringsplan van de OVAM. 

Bioplastics

De term ‘bioplastic’ wordt voor twee soorten plastic gebruikt. Het betekent plastic gemaakt uit natuurlijke grondstoffen in plaats van de fossiele grondstoffen of om biologisch afbreekbare of composteerbare plastics aan te duiden. Niet alle vormen van bioplastics zijn dus gemaakt van natuurlijke grondstoffen. Ook zijn dus niet alle bioplastics biologisch afbreekbaar of afbreekbaar in de natuur. Het merendeel van de biologisch afbreekbare plastics zijn alleen maar composteerbaar in een industriële installatie.

In de aanhef van de SUP-richtlijn wordt verduidelijkt dat de SUP-richtlijn betrekking heeft op alle types kunststof en er geen onderscheid wordt gemaakt tussen op aardolie gebaseerde, bio-gebaseerde of bio-afbreekbare kunststoffen. Ook oxo-degradeerbare kunststoffen vallen onder de SUP-richtlijn: zelfs niet-eenmalige producten uit deze kunststoffen worden verboden. Microplastics vallen dan weer buiten deze richtlijn.

In het kader van de richtsnoeren is er momenteel nog onduidelijkheid en discussie over een aantal specifieke types polymeren, waaronder bijvoorbeeld viscose, cellofaan (gemaakt van cellulose) of PHBH (deel uitmakend van de polymeerfamilie van PHA’s). Het gaat met name over de vraag of deze al dan niet als natuurlijke én niet-chemisch gewijzigde polymeren kunnen worden beschouwd.

Voor deze specifieke vraagstukken moeten we echter de definitieve Europese richtsnoeren afwachten. Bovendien is in deze specifieke materie hoe dan ook de federale overheid bevoegd. Wat vanuit de Europese Commissie reeds wel wordt aangegeven is dat ter versterking van de positie van de consument voor de groene transitie, algemene ongefundeerde claims over deze kunststoffen (d.w.z. “biokunststoffen”, “biogebaseerd”, “biologisch afbreekbaar”) moeten worden verboden. Ook gelden er strikte regels voor claims als “composteerbaar” en “thuis composteerbaar”.

EU publiceert definitieve Verordening ‘Packaging and Packaging Waste Regulation’ PPWR

De Europese Unie heeft op 22 januari 2025 de definitieve tekst van de Verordening (EU) 2025/40 inzake verpakkingen en verpakkingsafval (PPWR) gepubliceerd. Deze verordening, die op 11 februari 2025 in werking is getreden, vormt een cruciaal onderdeel van de Europese strategie voor een circulaire economie. De regels zijn erop gericht de milieu-impact van verpakkingen te beperken, hergebruik en recycling te bevorderen en de hoeveelheid afval terug te dringen. 

Deze verordening wijzigt de Verordening (EU) 2019/2010 van markttoezicht en conformiteit en de SUP-richtlijn (EU) 2019/904 en trekt de verpakkingen-richtlijn 94/62/EG in. 

Met de PPWR stelt de EU ambitieuze reductiedoelen vast. Tegen 2030 moet de hoeveelheid verpakkingsafval per inwoner met 5% zijn verminderd, gevolgd door 10% in 2035 en 15% in 2040. Daarnaast stimuleert de verordening het gebruik van gerecycled materiaal. Voor kunststofverpakkingen worden minimumeisen vastgesteld voor het percentage gerecycled materiaal, afhankelijk van het type en de toepassing. 

Een belangrijke maatregel binnen de verordening is de harmonisatie van etiketteringsregels. Er komen uniforme labels voor afvalscheiding, zodat consumenten eenvoudig kunnen zien hoe verpakkingsmaterialen correct moeten worden gescheiden en verwerkt. Daarnaast worden producenten geconfronteerd met strengere ontwerpvereisten: verpakkingen moeten herbruikbaar of recyclebaar zijn en mogen geen overbodige materialen of schadelijke stoffen bevatten. 

Verantwoordelijkheid van producenten 

De PPWR legt extra verantwoordelijkheid bij producenten. Zij worden verplicht de kosten te dragen voor het beheer van het verpakkingsafval dat zij op de markt brengen. Dit omvat niet alleen de inzameling en verwerking, maar ook bewustmakingscampagnes om consumenten te stimuleren afval op de juiste manier te scheiden. 

Bijdrage aan de Green Deal 

De PPWR speelt een sleutelrol in de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Green Deal. Naast het verminderen van afval en het stimuleren van een circulaire economie, dragen de maatregelen bij aan een verlaging van de CO₂-uitstoot en een verminderde afhankelijkheid van primaire grondstoffen. Met de publicatie van de definitieve tekst kunnen lidstaten, bedrijven en andere belanghebbenden zich voorbereiden op de implementatie van de nieuwe regels.  

Doelstellingen 

De PPWR-Verordening stelt doelstellingen vast. Hierbij een beknopte samenvatting, echter gelden er verschillende uitzonderingen. Hiervoor is het raadzaam de verordening door te nemen. Let op: de Europese lidstaten zullen hier hun eigen invulling nog aan geven met specifieke maatregelen. Aan hoofdoelen zoals percentages welke gesteld worden, kunnen lidstaten niks wijzigen.

Beperking van gevaarlijke stoffen (artikel 5): Het beperken of verbieden van het gebruik van bepaalde gevaarlijke stoffen in verpakkingen om de veiligheid van recyclingprocessen en de gezondheid van consumenten te waarborgen. Materialen mogen niet meer dan 100mg/kg van de stoffen lood, cadmium, kwik en zeswaardig chroom bevatten. Het PPWR verbiedt verpakkingen die met levensmiddelen in contact komen om PFAS te bevatten of boven de vastgestelde drempels komen. Bedrijven moeten met technische documentatie aantonen dat de verpakking voldoet aan de regels voor zware metalen en PFAS. De vereisten voor deze documentatie staan in bijlage VII van de verordening.

Recycleerbaarheid (artikel 6): Tegen 2030 moeten alle verpakkingen op de EU-markt economisch rendabel recycleerbaar zijn. Verpakkingen worden ingedeeld op basis van een recyclingscore vanuit de Design for Recycling-richtlijnen (DfR). Jouw verpakking wordt op basis van deze richtlijnen een score van A-E toegekend. Tegen 2030 zal de verpakking een recyclingscore moeten hebben van A-C om te voldoen aan de nieuwe normen. Tegen 2038 zal dit A-B zijn. Bijlage 6 beschrijft hoe men overeenstemming met artikel 6 moet aantonen door middel van technische documentatie.

De eisen uit artikel 6 gelden niet voor:

  • Contactgevoelige verpakkingen voor zuigelingenvoeding, opvolgzuigelingenvoeding, granen gebaseerde verwerkte levensmiddelen, babyvoeding en voeding voor medische doeleinden.
  • (Contactgevoelige) verpakkingen van geneesmiddelen en verpakkingen die de kwaliteit van geneesmiddelen waarborgen.
  • Verkoopverpakkingen van lichtgewicht hout, kurk, textiel, rubber, keramiek, porselein of was (lid 8 blijft wel van toepassing).
  • Verpakkingen voor het vervoer van gevaarlijke goederen.

Gerecycleerde inhoud (artikel 7) : Het vaststellen van minimale percentages gerecycleerd materiaal in nieuwe plastic verpakkingen, met stapsgewijze verhogingen tegen 2030 en 2040. Vanaf 2030 moeten kunststofverpakkingen gemiddeld de volgende percentages post-consumer recyclaat (PCR) bevatten:

Contactgevoelige verpakkingen

  • PET als hoofdbestanddeel: 30%. Alles anders dan PET: 10%
  • Per 1 januari 2040 zal dit stijgen naar: PET als hoofdbestanddeel: 50%. Alles anders dan PET: 25%

Niet contactgevoelig 

  • Alle kunststoffen: 35%
  • Per 2040 zal het minimumaandeel van alle kunststoffen stijgen naar 65%

Plastic flessen voor eenmalig gebruik 

  • SUP: 30%. Per 2040 zal dit minimumaandeel van SUP stijgen naar 65%

Ten laatste op 31 december 2026 wordt de berekening gepubliceerd van de percentages gerecycled content in de verpakkingen en hoe verificatie plaats moet vinden.

Biogebaseerde grondstoffen in kunststofverpakkingen (artikel 8) : Binnen drie jaar na publicatie van de verordening wordt de technologische vooruitgang beoordeeld en de milieuprestaties van biogebaseerde kunststoffen. Daarna volgt een beslissing of er duurzaamheidscriteria en doelstellingen voor deze verpakkingen worden vastgesteld.

Composteerbare verpakkingen (artikel 9): Binnen 36 maanden na de inwerkingtreding van de verordening moeten verpakkingen van biologisch afbreekbare kunststofpolymeren en andere biologisch afbreekbare materialen geschikt zijn voor materiaalrecycling volgens artikel 6, zonder de recyclebaarheid van andere afvalstromen te beïnvloeden. Daarnaast moeten verpakkingen en stickeretiketten op groenten en fruit binnen dezelfde termijn voldoen aan de norm voor compostering (momenteel EN 13428).

De naleving van artikel 9 moet worden aangetoond met technische documentatie volgens bijlage VII. 

Afvalpreventie door minimaliseren verpakkingen (artikel 10): Per 1 januari 2030 moeten alle verpakkingen uit het minimaal mogelijke volume en gewicht zodanig dat de functionaliteit niet wordt benadeeld. Voor dit artikel gelden enkele uitzonderingen en er gelden ook prestatiecriteria om het optimum van minimaal gewicht en volume aan te toetsen.

Herbruikbaarheid (artikel 11): Het verhogen van het aandeel herbruikbare verpakkingen op de markt, met specifieke streefcijfers voor verschillende sectoren en productcategorieën.  Er geldt al een aantal eisen per 11 februari 2025.  De naleving van artikel 9 moet worden aangetoond met technische documentatie volgens bijlage VII.

Etikettering (artikel 12,13 en 14): 

Recyclage logo’s: Per augustus 2025 zullen er uniforme Europese symbolen op de verpakkingen moeten staan om recycleren voor consumenten te vergemakkelijken en de kwaliteit van gescheiden inzameling te verbeteren.

Etikettering herbruikbaar of statiegeld: er moet duidelijk en ondubbelzinnig gecommuniceerd worden op het etiket.

QR-codes: Naast het uniforme etiket is ook het gebruik van QR-codes, welke informatie over het sorteren bevat, toegestaan.

Wat is verder nog belangrijk?

Markttoezicht en handhaving: Het versterken van de mechanismen voor markttoezicht en handhaving om naleving van de verordening te waarborgen en oneerlijke concurrentie te voorkomen.

Overbodige ruimte: Vanaf 1 januari 2030 mag er in een verpakking maximaal 50% overbodige ruimte zijn.

Verbod soorten verpakkingen: Vanaf 1 januari 2030 geldt er een verbod op een aantal plastic verpakkingssoorten. Dit zijn verpakkingen gebruikt voor eten en drinken (plastic bekers en bakjes) en individuele zakjes voor sauzen en conserven. Vooral binnen de horeca zal dit invloed hebben.

Hoe verhouden de PPWR-verordening en de SUP-richtlijn zich tot elkaar? 

De PPWR is van toepassing op alle verpakkingen, terwijl de SUP-richtlijn specifiek betrekking heeft op kunststof wegwerpverpakkingen. Beide regelgevingen hebben een vergelijkbare doelstelling: het minimaliseren van verpakkingsafval en het bevorderen van hergebruik en recycling waar afval niet te vermijden is. De SUP-richtlijn is in 2021 van kracht geworden en wordt sindsdien gefaseerd ingevoerd door de lidstaten. Uiteindelijk zullen beide wetten naast elkaar bestaan, waardoor producenten en importeurs van verpakte producten aan beide regelgeving moeten voldoen. Lees hier alles over de SUP-richtlijn. 

2024: Recalls en waarschuwingen in Nederland en België

In dit artikel nemen we de recalls of terugroepingen en veiligheidswaarschuwingen die gemeld zijn in Nederland en België over 2024 onder de loep. Om welke aantallen hebben we het eigenlijk? Wat is de meest voorkomende oorzaak van een recall of veiligheidswaarschuwing? Zijn er verschillen of juist overeenkomsten tussen de meldingen van beide landen?

Nederland en België

De NVWA maakte in Nederland in 2024 melding van 105 recalls en waarschuwingen gemeld die betrekking hadden op levensmiddelen.  Ten opzichte van 2023 waarin er 126 recalls en waarschuwingen zijn gemeld een afname van 16,6% .  

In België werd door de FAVV in 2024 melding gemaakt van 317 terugroepingen en waarschuwingen. Een afname van 2,2% ten opzichte van 2023 waarin er 324 meldingen zijn gemaakt door de FAVV.  

Verdeeld over 5 categorieën van soort gevaar ziet de verdeling van het aantal meldingen in Nederland en België er als volgt uit: 

Net als in voorgaande jaren valt het op dat er in België bijna 2x zoveel recalls en waarschuwingen gemeld zijn dan in Nederland. Waar in België de meeste recalls en waarschuwingen betrekking hadden op microbiologische en chemische gevaren, zijn in Nederland allergenen en fysische gevaren het vaakst de aanleiding voor een recall of waarschuwing.  

Meldingsplicht door laboratoria  

In België is het voor laboratoria verplicht om alle producten te melden die mogelijk schadelijk zijn voor de gezondheid. Dit geldt in België dus niet alleen voor de bedrijven, maar ook voor (commerciële) laboratoria. Zo’n melding kan bijvoorbeeld gaan om het aantal ziekmakende micro-organismen wat is gevonden. In Nederland hebben (commerciële) laboratoria geen algehele meldplicht. Het verschil in meldingsplicht heeft zeer waarschijnlijk invloed op het aantal meldingen en daarmee het aantal recalls. In Nederland is een aantal zaken wel verplicht om te melden, het betreft dan zaken voor de primaire vlees en vis sector, zoals Salmonella in kippenstallen. Ook dioxines en PCB’s zijn verplicht om te melden in Nederland.

Meldingen door microbiologische gevaren 

Het Belgische FAVV meldde in 2024 38 recalls met betrekking tot Listeria en 31 recalls met betrekking tot Salmonella. Dit in schril contrast met Nederland, waar 1 Listeria en 2 Salmonella recalls uitgevoerd werden. De productgroepen waar het meeste Listeria aangetroffen werd boven de wettelijke normen waren vlees(waren) en zuivel, op grote afstand gevolgd door spreads & sauzen, chocola/zoetwaren, kant-en-klaar producten en vis. Ook voor Salmonella werden de meeste meldingen gemaakt in de categorie vlees(waren)

Meldingen door fysische gevaren 

Voor wat betreft de meldingen die betrekking hadden op fysische gevaren, blijkt dat het percentage veroorzaakt door metaaldeeltjes nagenoeg gelijk is in beide landen. Voor beide landen geldt dat 60% van het totaal aantal meldingen in deze categorie metaal(deeltjes) in het product betrof. In België komen glas meldingen op de tweede plaats waar in Nederland meldingen gerelateerd aan plastic staat. De productgroepen waar de fysische delen worden teruggevonden zijn zeer uiteenlopend. 

Meldingen door chemische gevaren 

Wat meteen opvalt wanneer gekeken wordt naar de meldingen door chemische gevaren is het grote verschil in aantal meldingen. In Nederland betrof het 1 recall melding vanwege te hoog gehalte aan gewasbeschermingsmiddel (Acetamiprid) tegenover 70 meldingen gerelateerd aan chemische gevaren in België. 27 meldingen daarvan betroffen een te hoog gehalte aan gewasbeschermingsmiddelen, met als grootste groep te hoge gehaltes van chloorpyrifos in productgroepen als bakkerijproducten, kruiden, groenten, fruit en dranken en ethyleenoxide in bakkerijproducten en kruiden.  

Van de in totaal 70 meldingen waren er 16 meldingen omtrent toxines en 10 meldingen omtrent alkaloïden, waarbij voor de toxines voornamelijk aflatoxine voorkwam in kant-en-klare producten, groenten en fruit, noten en zaden en bakkerijproducten en alkaloïden in kruiden en voedingssupplementen. Wat verder opvalt is dat er in België 7 meldingen zijn gedaan met betrekking tot MOAH waar er in Nederland wel veel over gesproken is maar het in 2024 niet tot meldingen is gekomen.  

Meldingen met betrekking tot allergenen 

Er was bijna een gelijk aantal meldingen voor beide landen op het gebied van allergenen: 54 meldingen in Nederland tegen 57 in België. In beide landen vormen meldingen van onvermelde allergenen op het etiket en verkeerd product in de verpakking het hoogste aandeel aan binnen deze categorie. Meer weten over het nieuwe allergenenbeleid per 1 januari 2026 in Nederland? Lees hier verder.  

Meldingen veroorzaakt door overige gevaren 

In 2024 zijn in deze categorie 18 meldingen in Nederland en 59 meldingen in België gemeld vanwege productiefouten en overige gevaren. Meest voorkomend was geen of onjuiste THT/TGT vermelding of seal problemen.  

Conclusie

Ook in 2024 is er weer een groot aantal recalls en waarschuwingen geweest waarbij een hoop producten werden terug geroepen. In België en Nederland zijn er een paar dezelfde recalls en waarschuwingen terug te vinden.  Dit is het gevolg van recalls die tegelijkertijd in België als in Nederland werden uitgevoerd.  

We kunnen concluderen dat in 2024: 

  • In België er 2x zoveel recall meldingen en waarschuwingen zijn gedaan dan in Nederland 
  • In Nederland de meeste recalls en waarschuwingen betrekking hebben op allergenen en fysische gevaren  
  • In België de meeste recalls en waarschuwingen betrekking hebben op chemische en microbiologische gevaren 
  • In Nederland er amper recalls gemeld zijn die betrekking hebben op chemische en microbiologische gevaren 

Productgroepen in België waar meldingen het meeste voor kwamen in volgorde: 

  • Vleeswaren 
  • Bakkerijproducten 
  • Groente en fruit 
  • Zuivel

Productgroepen in Nederland waar meldingen het meeste voor kwamen in volgorde:  

  • Chocolade en zoetwaren 
  • Kant- en klaar producten 
  • Bakkerijproducten 
  • Vleeswaren  

De websites van het FAVV en de NVWA geven een tool weer om de recalls specifiek op te zoeken op product en oorzaak. Gebruik daarvoor de links hieronder.  

Nuttige info 

Nieuwe wetgeving: verbod op BPA in voedselcontactmaterialen 

Nieuwe wetgeving op vlak van BPA (Bisfenol A) Verordening (EU) 2024/3190 betreffende het gebruik van bisfenol A (BPA) en andere bisfenolen en bisfenolderivaten in levensmiddelencontactmaterialen is gepubliceerd. Het betreft een verbod van BPA op materialen die met levensmiddelen in contact komen. Dit heeft de Europese Commissie bekend gemaakt nadat uit een rapport van de EFSA van april 2023 is gebleken dat Europeanen een veel te hoge dosis aan deze chemische stof binnen krijgen.  

Wat is BPA en waarom wordt het verboden? 

Bisfenol A (BPA) is een veelgebruikte chemische stof in voedselverpakkingen zoals coatings voor metalen blikken en herbruikbare plastic flessen. Het is het onderwerp van nieuwe regelgeving van de Europese Commissie. Per 20 januari 2025 is het gebruik van BPA in materialen die met voedsel in contact komen verboden. Dit besluit volgt op strengere wetenschappelijke evaluaties door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA), die concludeerde dat BPA schadelijk kan zijn voor het immuunsysteem en andere gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. 

BPA wordt al tientallen jaren toegepast vanwege functionele voordelen, zoals het versterken van kunststoffen en het voorkomen van corrosie in blikken. Onderzoek heeft echter aangetoond dat BPA kan migreren naar voedsel, wat risico’s voor de gezondheid oplevert. In 2023 stelde de EFSA vast dat de huidige blootstellingsniveaus via voedsel te hoog zijn voor alle leeftijdsgroepen, wat leidde tot een aanscherping van de regelgeving. 

De schadelijke effecten van BPA omvatten verstoring van het immuunsysteem en een mogelijke rol bij auto-immuunziekten zoals reumatoïde artritis en psoriasis. Daarnaast vallen ook andere bisfenolen met vergelijkbare gezondheidsrisico’s onder het verbod. 

Wat zegt de nieuwe wetgeving? 

Bisfenol A (BPA) en de zouten ervan mogen niet meer worden gebruikt in materialen die met voedsel in contact komen. Daarnaast mogen producten die BPA bevatten niet langer op de EU-markt worden gebracht. Er zijn echter enkele uitzonderingen voor specifieke toepassingen. Deze toepassingen worden vastgelegd in een aparte lijst (bijlage II) en zijn onderworpen aan strikte voorwaarden. 

Materialen die met andere bisfenolen of bisfenolderivaten zijn vervaardigd, mogen geen BPA-residuen bevatten. Bovendien is niet alleen BPA verboden, maar ook andere gevaarlijke bisfenolen en hun derivaten. Het gebruik van deze stoffen in voedselcontactmaterialen is alleen toegestaan als hiervoor een specifieke uitzondering wordt verleend. 

Wanneer een gevaarlijk bisfenol toch gebruikt moet worden, is een speciale goedkeuring nodig via een aanvraagprocedure bij de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA). Daarnaast moeten bedrijven de EU informeren over mogelijke alternatieven voor BPA en andere bisfenolen, hoewel kleine bedrijven hiervan zijn vrijgesteld. 

Om naleving van de regelgeving te garanderen, worden strikte tests uitgevoerd om te controleren of producten BPA-vrij zijn. De EU heeft hiervoor specifieke testmethoden vastgesteld. Verder moeten bedrijven via een conformiteitsverklaring (Declaration of Compliance) kunnen aantonen dat hun producten voldoen aan de regelgeving. Deze documentatie moet beschikbaar zijn voor controle door de bevoegde autoriteiten.  

Kort gezegd: BPA wordt volledig verboden in voedselcontactmaterialen, evenals andere gevaarlijke bisfenolen, tenzij er een goedgekeurde uitzondering is. Bedrijven moeten bewijzen dat ze voldoen aan de regels en actief op zoek gaan naar alternatieven. 

Wijziging Verordening (EU) 2011/10 en intrekken Verordening (EU) 2018/213 

Deze nieuwe verordening wijzigt Verordening (EU) 10/2011 betreffende materialen en voorwerpen van kunststof, bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, bijlage I: de EU-lijst van toegelaten stoffen welke opzettelijk mogen worden gebruikt bij de vervaardiging van lagen van kunststof in materialen en voorwerpen van kunststof. Hier worden geschrapt: nr. 151 (2,2-bis(4-hydroxyfenyl)propaan) en nr. 154 (4,4′-dihydroxydifenylsulfon). 

Deze stoffen mogen alleen nog worden gebruikt bij de vervaardiging van materialen en voorwerpen van kunststof waarvoor nog geen veilige alternatieven beschikbaar zijn. Deze goedkeuring moet aangevraagd worden en is steeds van tijdelijke aard. 

Verordening (EU) 2018/213 betreffende het gebruik van bisfenol A in vernissen en coatings voor levensmiddelencontact wordt volledig ingetrokken.  

Overgangstermijn 

Producten voor eenmalig gebruik welke in contact komen met voedsel

Afgewerkte wegwerpproducten die met voedsel in contact komen en BPA bevatten, mogen nog tot 20 juli 2026 worden verkocht. Voor bepaalde producten geldt een langere overgangsperiode tot 20 januari 2028. Dit geldt voor: 

  • Wegwerpproducten die gebruikt worden om groenten, fruit (behalve sappen) en vis te bewaren. 
  • Wegwerpproducten met een BPA-houdende vernis of coating die alleen aan de buitenkant van metaal is aangebracht. 

Deze producten mogen nog een jaar na de overgangsperiode worden gevuld en verzegeld met voedsel. Ze mogen vervolgens worden verkocht totdat de voorraden op zijn. 

Producten voor herhaald gebruik welke in contact komen met voeding

Herbruikbare producten die in contact komen met voedsel en BPA bevatten, mogen nog tot 20 juli 2026 voor het eerst op de markt worden gebracht. 

Voor professionele voedselproductieapparatuur geldt een langere termijn: deze mag tot 20 januari 2028 nog voor het eerst op de markt komen. 

Alle herbruikbare producten die onder deze overgangsregels vallen, mogen daarna nog tot 20 januari 2029 verkocht blijven worden. 

Wijzigingen Nederlandse Warenwet – metalen en legeringen in contact met levensmiddelen 

Op 31 december 2024 is de wijziging van de Warenwetregeling verpakkingen en gebruiksartikelen gepubliceerd, die betrekking heeft op metalen en legeringen in contact met levensmiddelen. De wijziging verlaagt de maximumgehalten voor stoffen zoals arseen, cadmium en koper. Deze aanpassingen zijn gedaan om, volgens de Benelux beschikking, de Nederlandse warenwet op dit vlak in lijn te brengen met de wetgeving binnen de Benelux. De regeling is bij de publicatie in werking getreden.  

Achtergrondinformatie 

Er is geen specifieke EU-wetgeving voor metalen als voedselcontactmateriaal, maar Verordening (EG) Nr. 1935/2004 stelt algemene regels: materialen mogen de gezondheid niet schaden of voedsel veranderen.  

In Nederland gelden eisen voor metalen verpakkingen in de Warenwetregeling Verpakkingen en gebruiksartikelen, waarin toegestane stoffen en migratielimieten staan. België regelt dit via het Koninklijk Besluit van 17 februari 2021 met specifieke limieten per metaal. 

De Raad van Europa heeft een technische gids opgesteld (laatste herziening 2024), met testmethoden en afgiftelimieten. Meer dan 20 metalen, zoals chroom, koper en lood hebben ook grenswaarden.  

Artikelen op de Normec Kennisbankpagina zoals ‘Voedselcontactmaterialen: Aluminium, Melamine en rubbers’ en ‘Voedselcontactmaterialen’ gaan hier uitgebreid op in.  

Wijziging van de Warenwetregeling Verpakkingen en Gebruiksartikelen 

Concreet houdt de wijziging in dat de specifieke migratielimieten werden bijgesteld voor bepaalde metalen die vrij kunnen komen uit materialen en voorwerpen die met levensmiddelen in aanraking komen. Door deze wijziging wordt de regelgeving binnen de Benelux-landen geharmoniseerd, wat niet alleen de consumentenbescherming versterkt, maar ook de interne markt ten goede moet komen door uniforme normen voor producenten en distributeurs. 

Eisen aan het eindproduct 
  • Aanpassingen van migratielimieten
    In de tabel met migratielimieten zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: 

    • Arseen verlaagd van 0,01 mg/kg naar 0,002 mg/kg; 
    • Cadmium verlaagd van 0,01 mg/kg naar 0,005 mg/kg; 
    • Chroom verhoogd van 0,1 mg/kg naar 0,25 mg/kg; 
    • Kobalt verlaagd van 0,05 mg/kg naar 0,02 mg/kg; 
    • Koper verlaagd van 5 mg/kg naar 4 mg/kg; 
    • Lithiumverbindingen verlaagd van 0,6 mg/kg naar 0,048 mg/kg; 
    • Mangaan verhoogd van 0,6 mg/kg naar 1,8 mg/kg; 
    • Vanadium verlaagd van 0,05 mg/kg naar 0,01 mg/kg. 
  • Toevoeging van nieuwe stoffen
    De volgende stoffen en hun specifieke migratielimieten (SML) zijn toegevoegd: 

    • Barium: 1,2 mg/kg 
    • Beryllium: 0,01 mg/kg 
    • IJzer: 40 mg/kg 
    • Kwik: 0,003 mg/kg 
    • Molybdeen: 0,12 mg/kg 
    • Thallium: 0,0001 mg/kg 
    • Tin: 100 mg/kg (tenzij anders bepaald in Verordening (EU) 2023/915) 
    • Zilver: 0,08 mg/kg
Overige wijzigingen 

Een nieuw onderdeel wordt toegevoegd: fabrikanten moeten kunnen aantonen dat hun producten voldoen aan de eisen door middel van een verklaring van overeenstemming. (DOC) met een schriftelijke verklaring volgens welke voldoet aan de eisen van bijlage I van de Warenwet verpakkingen en gebruiksartikelen. De eis voor een verklaring van overeenstemming is alleen van toepassing als dit in het hoofdstuk voor het betreffende materiaal is opgenomen. 

Nuttige info 

Voedselcontactmaterialen: Aluminium, Melamine en rubbers

Voor contactmaterialen zijn er nationale en Europese richtlijnen welke overzichtelijk gemaakt worden bij het Belgische FAVV en het Nederlandse RIVM. Verder is het goed om te weten dat het Duitse BfR (Duitse Federale Instituut voor Risicobeoordeling) in een gratis database aanbevelingen publiceert voor contactmaterialen die niet onderhevig zijn aan deze wettelijke bepalingen.   

Aluminium 

Aluminium is een veelgebruikt voedselcontactmateriaal, denk aan verpakkingen van levensmiddelen, pannen, aluminiumfolie en kookgerei. De gewenste maximale inname van aluminium wordt door diverse bevolkingsgroepen benaderd of overschreden. Het is belangrijk om aluminium van een goede kwaliteit te gebruiken als het wordt toegepast als voedselcontactmateriaal. Informatie aan consumenten over voedselcontactmaterialen van aluminium kan bijdragen aan het verkleinen van de inname.  

Blootstelling aan aluminium  

Aluminium komt van nature voor in de aardkorst. In levensmiddelen is aluminium ook aanwezig; in plantaardige grondstoffen is het gehalte gewoonlijk laag (< 5 mg/kg). In zeevruchten, slachtafval, kruiden en chocolade kan 5 tot 10 mg/kg aangetroffen worden. In gefermenteerde grondstoffen als thee en cacaobonen kan het gehalte hoger zijn dan 10 mg/kg. Blootstelling aan aluminium vindt ook plaats via additieven (bepaalde kleurstoffen), geneesmiddelen, voedingssupplementen en door afgifte van aluminium uit voedselcontactmateriaal.   

De ‘voorlopige toelaatbare wekelijkse inname’ (PTWI: provisional tolerable weekly intake) zoals vastgesteld door de European Food Safety Authority (EFSA) van 1 mg/kg lichaamsgewicht per week wordt door diverse bevolkingsgroepen benaderd of overschreden. Reden om de inname te proberen te verkleinen. Instanties zitten niet op één lijn wat de PTWI waarde voor aluminium betreft: JECFA (Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives) stelde een PTWI van 2 mg/kg lichaamsgewicht per week voor.  

Gebruik als voedselcontactmateriaal  

Aluminium wordt veelvuldig gebruikt als voedselcontactmateriaal, onder andere door de zeer goede barrièrefunctie, het lage gewicht en de goede recyclebaarheid. Veelal wordt het toegepast in combinatie met andere materialen of voorzien van een coating of als samengesteld materiaal. Ongecoat aluminium wordt gebruikt voor kookgerei en folie. Het materiaal wordt niet aangetast door neutraal, vettig of droog voedsel. Het wordt wel aangetast door zeer zoute, zure en alkalische voedingsmiddelen (pH-waarde < 4,5 of > 8,5). Verder wordt het gecombineerd met andere materialen, voornamelijk met interne coatings van plastic, met (interieur) beschermende lakken (bijvoorbeeld blikken, buizen en deksels) of als meerlaagse materialen, composietfilms. Alleen een coating die werkt als functionele barrière zal de afgifte van aluminium tegengaan.    

Migratie versus afgifte (release) 

Bij de overgang van aluminium vanuit voedselcontactmateriaal naar levensmiddel is er geen sprake van migratie. Migratie is namelijk een fysisch proces waarbij moleculen (vanuit bijvoorbeeld kunststoffen) overgaan naar een levensmiddel, waarbij de kunststof zelf intact blijft. Bij de afgifte van aluminium aan levensmiddelen is er sprake van een chemisch proces, een elektrochemische reactie die vocht en zuurstof vereist. Het materiaal beschadigt door deze reactie, het lost op in het levensmiddel. De mate van afgifte van aluminium is met name afhankelijk van de pH-waarde en zoutconcentratie van het levensmiddel. Voor de afgifte van aluminium hanteert de Raad van Europa een “SRL” (Specific Release Limit) als maximale grenswaarde. Deze term is overgenomen in de Belgische wetgeving (KB 17 februari 2021: — Koninklijk besluit betreffende materialen en voorwerpen van metaal en legering die bestemd zijn om in aanraking te worden gebracht met voedingsmiddelen)  waar ze spreken van een specifieke vrijgave limiet. In de Warenwet wordt desondanks toch over SML (Specifieke Migratie Limiet) gesproken. 

Vereisten en specificaties aluminium  

Op Europees niveau is geen wetgeving opgesteld specifiek gericht op metalen als voedselcontactmateriaal. Wel is kaderverordening (EG)  Nr. 1935/2004 inzake voedselcontactmaterialen van toepassing. Hierin staan algemene regels: elk voedselcontactmateriaal mag de gezondheid van consumenten niet schaden en mag geen onaanvaardbare wijzigingen veroorzaken in de samenstelling van een levensmiddel of in de sensorische eigenschappen. Daarnaast moet voedselcontactmateriaal geproduceerd worden volgens goede productiemethoden (GMP) zoals vastgelegd in Verordening (EG) Nr. 2023/2006.  

In Nederland zijn eisen voor metalen verpakkingen en gebruiksartikelen vastgelegd in hoofdstuk IV van de bijlage van Warenwetregeling Verpakkingen en gebruiksartikelen. In dit hoofdstuk is aangegeven welke uitgangsstoffen en hulpstoffen gebruikt mogen worden voor de productie van metalen verpakkingsmaterialen en worden migratielimieten vastgelegd.  In België is dit opgenomen in het Koninklijk besluit betreffende materialen en voorwerpen van metaal en legering die bestemd zijn om in aanraking te worden gebracht met voedingsmiddelen van 17 februari 2021. Hierin staan de specifieke vrijgave limieten voor diverse metalen gedefinieerd.   

De Raad van Europa heeft een document opgesteld over metalen en legeringen:’Metals and alloys used in food contact materials and articles’. Deze technische gids is gebaseerd op Resolutie CM/Res(2013)9 ‘on metals and alloys used in food contact materials and articles’. De technische gids bevat gedetailleerde informatie over testomstandigheden en analysemethoden voor metalen en legeringen die in contact komen met levensmiddelen. De in de gids genoemde specifieke afgiftelimiet (SRL) voor aluminium dat vrijkomt uit metalen en legeringen is bijvoorbeeld 5 mg/kg. Deze limiet is in Nederland opgenomen in de Warenwetregeling Verpakkingen en gebruiksartikelen  sinds 1 juli 2022 en in België in het KB van 17 februari 2021. Ook voor meer dan 20 andere metalen zijn grenswaarden opgenomen, zoals bijvoorbeeld voor chroom, koper, lood en vanadium.  Daarnaast is gedetailleerde informatie te vinden over testomstandigheden en analysemethoden voor metalen en legeringen die in contact komen met levensmiddelen. De technische gids is gepubliceerd in 2013 en wordt momenteel (2023) herzien. Zowel de technische gids als Resolutie CM/Res(2013)9 van de Raad van Europa worden door de meeste Europese nationale autoriteiten erkend. 

Informatie overde chemische samenstelling vanaluminium als voedselcontactmateriaal is daarnaast te vinden indiverse normenzoalsEN 541:2007(gewalste producten voor blikken, sluitingen en deksels),EN 601:2004 (gietstukken),EN 602:2004(kneedproducten, halffabricaten),EN 573-3:2019+A1:2022(geknede producten),EN 14287:2004(bijzondere eisen fabricage verpakkingen en verpakkingselementen) (zie www.nen.nl).Indeze normenwordt bijvoorbeeldaangegevendat aluminiumlegeringen met een te hoog gehalte koper, lood en tin niet(in apparatuur)voor de levensmiddelenindustriegebruiktmogen wordenen welke maximale gehalten gehanteerd worden.   

Advies voor consumenten  

Bij materialen of gebruiksartikelen van ongecoat aluminium, zoals keukengerei of levensmiddelenverpakkingen, is het raadzaam consumenten advies te geven om de inname van aluminium zo laag mogelijk te houden. Bijvoorbeeld het vermelden dat het materiaal niet geschikt is voor zure, alkalische en zoute levensmiddelen of dat het materiaal alleen geschikt is voor het bewaren van levensmiddelen in de koelkast. Verhitting zorgt namelijk voor een toename van de afgifte van aluminium.   

 

Melamine 

Keukengerei van polyamide- of melamine kunststof uit China of Hong Kong. 

Specifiek voor producten afkomstig uit China of Hongkong is er regelgeving omdat gebleken is dat deze producten geregeld niet aan migratie-eisen bleken te voldoen: 

Verordening nr. 284/2011 tot vaststelling van specifieke voorwaarden en gedetailleerde procedures voor de invoer van keukengerei van polyamide- of melamine kunststof van oorsprong of verzonden uit de Volksrepubliek China en de Speciale Administratieve Regio Hongkong van de Volksrepubliek China 

Documenten die toelichting geven op de importprocedure en de testmethoden: 

Rubbers 

Rubber wordt veelvuldig toegepast in de levensmiddelenindustrie en maakt daarbij vaak voor een korte of langere tijd contact met levensmiddelen. Denk aan lopende banden, slangen, afdicht sealen, opslagcontainers, elastiekjes om groente samen te houden of (wegwerp) handschoenen en schorten.   

Het Duitse BfR maken een onderscheid tussen verschillende soorten rubber. Op deze soortenindeling baseren zij de huidige 3 aanbevelingen:   

BfR Aanbeveling XXI geeft aan dat BfR ook werkt aan een vierde rubber, namelijk XXI/3 : consumptiegoederen gemaakt van verknoopte thermoplastische elastomeren. 

 Voor de verschillende soortenindeling houdt men vervolgens rekening met de indeling van 4 categorieën op basis van de contacttijd met levensmiddelen.     

  • Categorie 1: > 24 uur (bewaarrecipiënten, afsluitringen voor blikken …)    
  • Categorie 2: ≤ 24 uur (flexibele slangen voor het geleiden van levensmiddelen)    
  • Categorie 3: ≤ 10 minuten (rubberspenen, slangen voor melkmachines)    
  • Categorie 4: zeer korte periode of met een zeer klein deel van het oppervlak, en hoort niet thuis in de categorieën 1 tot 3 (transportbanden, zuig- en persleidingen).  

 De BfR-aanbevelingen XXI/1 en XXI/2 bevatten beide   

  • tabel 1: lijst van rubbers en latices  
  • tabel 2: niet definitief beoordeelde grondstoffen, additieven en technische hulpstoffen  

Belangrijk om te weten is dat de stoffen uit tabel 2 zullen worden geschrapt, tenzij men hiervoor vóór 1 juli 2023 bij het BfR een verklaring van belang voor het voortzetten van het gebruik van de betreffende stoffen had ingediend. De volgende stap is het indienen van een verzoekschrift voor die stoffen bij het BfR om ze in de aanbevelingen te houden. Dit met een deadline van 1 juli 2026.  

Wetgeving, regels en standaarden buiten Nederland en België: hoe begin je daaraan? 

Bij internationale handel is het van belang om op de hoogte te zijn van de wetgeving in de desbetreffende landen. Voldoet het product bij export aan de eisen van het land van bestemming en voldoet het product bij import aan de eisen van de EU, aangevuld met nationale eisen. Het is vaak geen eenvoudige materie. Hoe begin je hieraan en waar kan je de informatie vinden.   

We lichten bronnen toe die de Europese Unie aanbiedt waardoor je  kunt zoeken naar internationale wetgeving en we geven tips over hoe je in de wetgeving kunt zoeken. Alvast kort samengevat: 

  • De N-Lex Portal biedt een overzicht met officiële wetgevingswebsites van landen buiten de EU en een korte beschrijving hiervan.  
  • De EUR-Lex geeft mogelijkheid tot het vinden en vergelijken van nationale wetgeving van EU-landen.  
  • Websites van Europese Voedselveiligheidsautoriteiten kunnen een leidraad vormen voor de nationale wetgeving omtrent voedselveiligheid.
  • De ‘My trade assistant’ tool ‘Access2Markets’ van de Europese Commissie is de nodige informatie te vinden om goederen te exporteren of importeren van en naar de EU. De tool maakt mogelijk om specifiek te zoeken op het van toepassing zijnde product en land.  
  • Mogelijkheden welke door de NVWA en het FAVV geboden worden tot het vinden van Export en Import gerelateerde wetgeving van EU en niet-EU landen.  

Nationale wetgeving vinden van de EU-landen en niet-EU-landen 

N-Lex Portal 

De N-Lex portal biedt een overzicht met officiële wetgevingswebsites van landen buiten de EU en een korte beschrijving hiervan. Het geeft hiermee toegang tot de algemene wetgeving. Neem zeker een kijkje bij de zoektips voor deze algemene wetgeving.  

De N-Lex portal biedt ook toegang tot nationale wetgevingsdatabanken van EU-lidstaten. Door een land uit de lijst of op de kaart te kiezen komt men meer te weten over het rechtsstelsel van dat land en zijn er linken voorzien naar de nationale wetgeving. Het is hier ook mogelijk om via trefwoorden wetgeving van meerdere landen met elkaar te vergelijken. Lees hier zoektips in de wetgeving.  

EUR-Lex 

Naast EU-regelgeving biedt EUR-Lex de koppelingen naar nationale implementatie van EU-richtlijnen van lidstaten. Wanneer er een omzetting is, is er op de pagina van de specifieke richtlijn een overzicht te raadplegen van alle nationale omzettingsmaatregelen die de EU-lidstaten voor een bepaalde richtlijn hebben vastgesteld. Het overzicht is te raadplegen door in de menubalk links op het scherm op “Nationale omzetting” te klikken. 

Met de vertaaltool is de titel en, indien beschikbaar, de tekst van de nationale maatregelen in elke officiële EU-taal te vertalen.  

Via de hoofdpagina van EUR-Lex is het ook mogelijk om te kiezen voor ‘omzetting nationaal recht’. Op deze pagina kan de uitgebreide zoekmachine ‘zoeken in nationale omzettingsmaatregelen’ geraadpleegd worden.  

Zoektips in wetgevingsteksten 

Hoe zoek je op specifieke onderwerpen? 

  • Gebruik de nationale taal van het land voor de meest nauwkeurige resultaten. 
  • Combineer trefwoorden (zoals “voedselveiligheid”, “belastingwetgeving”) met het specifieke land. 
  • Zoek naar implementatie van specifieke EU-richtlijnen in nationale wetgeving

Wetgeving verschilt per land in structuur en taal. Voor complexe vraagstukken kun je gebruik maken van: 

  • Toezichthouders en nationale autoriteiten. 
  • Juridische experts of advocatenkantoren. 
  • Universitaire juridische databanken. 

Europese Voedselveiligheidsautoriteiten 

De voedselveiligheidsautoriteiten op Europees niveau behoren tot het Alert and Cooperation Network (ACN). Dit netwerk verzorgt de uitwisseling van administratieve informatie en de samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van officiële controles in de agrovoedingsketen. Via de pagina van het ACN zijn ook alle websites van deze voedselveiligheidsautoriteiten te vinden. Deze kunnen een leidraad vormen voor de nationale wetgeving omtrent voedselveiligheid.   

Export en import van, naar en binnen de EU 

EU: My trade assistant

Via de ‘My trade assistant’ tool Access2Markets van de Europese Commissie is de nodige informatie te vinden om goederen te exporteren of importeren van en naar de EU. Er staat ook nuttige informatie op over handel tussen EU-lidstaten. Voer in deze tool de volgende gegevens in:  

  • Product: via bladeren in ‘lijst van goederen’ kan het betreffende product gekozen worden. Het wordt dan ook inzichtelijk welke productcode (douanecode) van toepassing is.  
  • Het land van oorsprong 
  • Het land van bestemming 

Na het invoeren van deze gegevens, krijg je de volgende informatie: 

  • In- en exporttarieven 
  • Van toepassing zijnde belastingen 
  • Procedures en formaliteiten: nodige certificaten en vereiste toestemmingen 
  • Uitgebreide logistieke informatie zoals: welke documenten zijn nodig voor transport, waar haal ik deze documenten en hoe vul ik ze in? 
  • Mogelijke handelsbelemmeringen 
  • Standaarden waaraan producten dienen te voldoen bijvoorbeeld labels, samenstelling, criteria, etc.  
  • Handelsstatistieken
NVWA (Nederland) 

Op de pagina Export levensmiddelen en consumentenproducten wordt informatie verstrekt met betrekking tot export vanuit Nederland. De website van de NVWA biedt de tool ‘exportassistent’ aan waar specifieke informatie kan worden geraadpleegd voor onder andere:

Via de pagina Import van levensmiddelen en consumentenproducten worden de eerste stappen duidelijk gemaakt en er zijn specifiek pagina’s voor:

FAVV (België) 

De website van het FAVV maakt de pagina import en export een onderverdeling tussen:

Import 

Voor import wordt er algemene informatie voorzien omtrent invoer uit derde landen, handel dierlijke producten, handel levensmiddelen en handel plantaardige producten. Er wordt omschreven wie waarvoor verantwoordelijk is en waar je rekening mee moet houden. Er worden verwijzingen gemaakt naar de bijpassende wetgeving.  

Export naar derde landen 

Voor export wordt per onderwerp algemene informatie voorzien en wordt er in het ‘land specifieke gedeelte’ ingegaan op welke certificaten vereist worden vanuit dat land van bestemming.  Wanneer er praktische zaken zijn waarmee rekening gehouden moet worden, dan wordt dit ook in het ‘land specifieke gedeelte’ toegelicht. De onderwerpen zijn als het volgt verdeeld:  

Verplaatsingen binnen de Europese Unie 

Algemene informatie en benodigde documentatie voor verplaatsingen binnen de EU zijn onderverdeeld in de volgende categorieën: 

Omzendbrieven “Internationale zaken” 

Dit is de link naar het overzicht van de omzendbrieven met betrekking tot internationale zaken.  

Nationale Wetgevingsportalen 

Hierbij een overzicht van de een aantal databanken (Vind de volledige lijst op de N-Lex portal):  

Nuttige links: 

Europa 
België 
Nederland