In plantaardig voedsel zitten veel goede stoffen. In ons dieet zijn ze niet weg te denken. Maar wat als er van het veld ook toxines meekomen in de vorm van onkruid? In de meeste gevallen kan dit niet zoveel kwaad. Maar er zijn soorten waar we erg ziek van kunnen worden bij inname van een te hoge hoeveelheid of bepaalde hoeveelheden verspreid over een lange termijn.
Door een aantal uitbraken hebben de gevolgen van ongewenste onkruid in voeding media-aandacht gekregen. Zo zijn er in Australia in 2022 bijna tweehonderd mensen ziek geworden na het eten van met toxine uit onkruid besmette babyspinazie. De financiële gevolgen voor de telers zijn gigantisch aangezien de consumenten bang zijn geworden en nu minder spinazie eten.
Ook in Uganda zijn er in 2019 driehonderd zieken en vijf doden geweest na een zendig van hulpgoederen. De oorzaak bleek toxines uit onkruid te zijn in een melange van soja en mais, verrijkt met eiwit. Zowel in de teeltgebieden in Turkije als in de fabrieken werd duidelijk dat er onvoldoende controle werd uitgeoefend op de processen in de volledige keten.
Na jaren onderzoek, wetenschappelijk advies en beleidsbesprekingen zijn maatregelen van kracht geworden voor twee soorten toxines van dergelijke onkruiden: de Tropaanalkaloide en pyrrolizidinealkaloiden.
De normen zijn vastgelegd in VERORDENING (EU) 2023/915 VAN DE COMMISSIE van 25 april 2023 betreffende maximumgehalten aan bepaalde verontreinigingen in levensmiddelen. Voorheen was dit vastgelegd in de ingetrokken Verordening (EG) nr. 1881/2006.
Dat deze normen niet voor niks zijn, blijkt uit het aantal meldingen bij RASFF. In de jaren 2020 tot en met 2022 zijn er 15 meldingen over tropaanalkaloïden en 59 meldingen over pyrrolizidinealkaloïden geweest. Waarbij een niet gering aantal origine hebben in België, Nederland en andere landen in Noordwest-Europa. Bij de risicoproducten worden vooral producen gemaakt van granen en kruiden. Waarbij granen en kruiden beide gelinkt worden aan tropaanalkaloide. Denk aan brood, crackers, beschuit, koekjes en kruidenthee. Pyrrozilidinealkaloide linken we eerder aan kruidenmengsels, kruidensupplementen en ook aan kruidenthee. Maar ze kunnen ook in groenten voorkomen wanneer ze per ongeluk mee geoogst worden en na een verwerkingsstap niet meer zichtbaar zijn.
Volgens de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) lopen vooral baby’s en peuters risico om te veel tropaanalkaloïden in te nemen. Hun dieet is minder gevarieerd dan dat van volwassenen en bestaat voor een belangrijk deel uit samengestelde voeding met graan. Daarnaast kunnen consumenten die veel kruidenthee drinken of kruidensupplementen innemen de aanbevolen dosis sneller overschrijden.
Tropaanalkaloiden (TA) vindt zijn origine met name in het onkruid doornappel en pyrrolizidinealkaloiden (PA) in het jacobskruiskruid. Hoewel dit niet sluitend is aangezien er meer dan 200 soorten TA’s en 600 verschillende soorten PA’s zijn.
Doornappel en Jacobskruiskruid kunnen worden mee-geoogst. Consumptie van met doornappel verontreinigde producten kan leiden tot verschijnselen als verwijde pupillen, onregelmatige hartslag, droge mond, verstopping, moeilijk plassen en een rode huid. De effecten zijn al een aantal uur na consumptie voelbaar. Bij PA’s zoals het jacobskruiskruid kunnen zowel acute als chronische effecten optreden en op lange termijn bepaalde kankers veroorzaken. Het meest frequent gerapporteerde toxische effect van PA’s bij de mens is leverschade.
Voor beide groepen toxines geldt een gelijkaardige manier van preventie. Het is belangrijk om gevaarlijk onkruid te herkennen en ze direct te verwijderen in het veld om een oogst te verkrijgen die vrij is van besmetting. Een zorgvuldige sortering van de oogst vóór verwerking is ook van essentieel belang, hoewel het na het oogsten niet altijd evident is om het blad of zaden van het onkruid te scheiden van het geoogste product.
Voor de preventie van contaminatie met TA’s dient men in de eerste plaats de strijd aan te gaan met de doornappel (Datura), die in België en Nederland in toenemende mate voorkomt. Voor de preventie van PA’s gaat het om verschillende groepen van planten (b.v. kruiskruid (Senecio), bernagie (Borago) en heliotroop (Heliotropium)) en hun aanwezigheid hangt af van de geografische regio. We zien een toenemend probleem omdat de herbicidenwetgeving steeds strenger wordt. Wieden van onkruid zal dus nodig zijn.
Als levensmiddelenproducent zal vanuit de gevareninventarisatie moeten blijken of het verstandig is om analyses uit te laten voeren op grondstof en/of eindproduct. Regelmatig updaten van de RASFF-gegevens in de gevareninventarisatie is daarbij verstandig.
Je las een premiumartikel van het Normec Foodcare Kenniscentrum. Smaakt het naar meer? Bekijk dan de mogelijkheden van het Kenniscentrum abonnement. Hiermee heb je direct toegang tot alle kennis.
In de Europese wetgeving (Richtlijn 2002/46/EG) is slechts beperkt informatie opgenomen over welke planten(delen) of plantenextracten gebruikt mogen worden in voedingssupplementen en kruidenpreparaten. Nationale wetgeving is de belangrijkste informatiebron hiervoor. Nederland heeft met name eisen staan in het Warenwetbesluit kruidenpreparaten. In België wordt de regelgeving gecommuniceerd via Koninklijke besluiten.
In de Europese wetgeving staat vrijwel geen informatie over welke planten(extracten) wel of niet gebruikt mogen worden in supplementen of kruidenpreparaten. Algemeen van toepassing voor alle levensmiddelen is dat alleen producten op de markt gebracht mogen worden die veilig zijn. Op Europees niveau zijn deze zogenaamde “verrijkte” levensmiddelen geregeld bij Verordening 1925/2006 ‘betreffende de toevoeging van vitaminen en mineralen en bepaalde andere stoffen aan levensmiddelen’. In deze verordening staan drie bijlagen, waarvan de eerste twee bijlagen ingaan op de toegelaten mineralen en vitaminen, terwijl bijlage III vooral over stoffen gaat die van planten afkomstig zijn. Het betreft bijvoorbeeld een verbod op bepaalde stoffen (bijv. hydroxyantraceenderivaten als aloe-emoddine, emodine, dantron) of een beperking van het gebruik van bepaalde stoffen (zoals groenethee-extracten met de stof (-)-epigallocatechine-3-gallaat of monacolinen uit rode gistrijst).
Gevaren gekoppeld aan planten(extracten) of delen van planten staan in Verordening (EG) nr. 2023/915. In deze verordening staan in de bijlage I onder “Afdeling: plantentoxines” maximale gehalten voor erucazuur, tropaanalkaloïden, waterstofcyanide, pyrrolizidinealkaloïden, opiumalkaloïden en delta-9-tetrahydrocannabinol.
Vanwege de beperkte informatie in de Europese wetgeving over het gebruik van planten(extracten) in supplementen en kruidenpreparaten, is nationale wetgeving hierin vaak leidend. Bij export naar andere EU-landen is het dus belangrijk te weten wat mag en kan in het desbetreffende land. Sommige landen hebben lijsten van toegestane ingrediënten opgesteld, andere landen hebben lijsten met verboden ingrediënten.
In Nederland staan in het Warenwetbesluit Supplementen geen eisen ten aanzien van de te gebruiken planen(extracten). Deze zijn opgenomen in het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten. Het Warenwetbesluit Kruidenpreparaten is ook van toepassing op voedingssupplementen die een kruidenpreparaat bevatten of als een supplement verhandeld worden. In artikel 4 van dit besluit staan stoffen die kruidenpreparaten niet mogen bevatten (zoals bijvoorbeeld aconitine, scopalamine en yohimbe). Daarnaast staan in de bijlage een lijst van planten en schimmels waarvan geen materiaal dat geheel of ten dele afkomstig is van deze planten of schimmels gebruikt mogen worden in kruidenpreparaten. Voorbeelden van planten die daar genoemd worden zijn bijvoorbeeld Atropa belladonna (wolfskers), Hyoscyamus niger (bilzekruid) en Scopolia carniolica (Klokbilzenkruid). In de Nederlandse wetgeving staat geen lijst van planten of schimmels die in geen enkel levensmiddel toegepast mogen worden.
In België worden op nationaal niveau plantaardige voedingssupplementen gereglementeerd door het Koninklijk Besluit van 31 augustus 2021, ook bekend als het Plantenbesluit.
In de bijlage bij dit besluit staan 3 lijsten:
Voor voedingssupplementen in de vorm van capsules en tabletten die essentiële oliën van planten bevatten, zijn aanvullende gegevens over de veiligheid van het product nodig.
Andere belangrijke aandachtspunten bij export zijn de status van het supplement of kruidenpreparaat. In sommige landen vallen dergelijke producten onder de levensmiddelen, bij anderen onder geneesmiddelen. In Nederland en België vallen voedingssupplementen en kruidpreparaten gewoonlijk onder de categorie levensmiddelen.
Daarnaast moeten voedingssupplementen in veel landen worden genotificeerd (aangemeld worden) bij de overheid voordat het in de handel gebracht mag worden. In Nederland geldt die verplichting niet, in België gebeurt deze notificatie meestal via het platform FOODSUP en vereist een goede kennis van de specificaties van elke grondstof van het voedingssupplement of het verrijkt levensmiddel. Het notificatiedossier moet minstens informatie bevatten over de ingrediënten (een volledige kwalitatieve en kwantitatieve lijst van de ingrediënten); de voedingswaardeanalyse; gegevens over de aanwezigheid en de niet-giftigheid van de werkzame stoffen en de etikettering van het product.
Sapovirus is net als zijn meer bekendere broertje Norovirus een via voedsel overdraagbaar virus dat buikgriep veroorzaakt. In dit artikel nemen we je mee naar de oorsprong van het virus en hoe je uitbraken zo goed mogelijk kunt voorkomen.
Sapovirus blijkt voornamelijk bij kinderen en ouderen een belangrijke veroorzaker van diarree te zijn. Uit een Amerikaans overheidsonderzoek komt naar voren dat wereldwijd tussen de 1 en 17% van de diarreegevallen bij jonge kinderen en ouderen worden veroorzaakt door Sapovirus. De klachten kunnen zijn: braken, diarree, misselijkheid, koorts, hoofdpijn, buikpijn of buikkramp. Het braken is vaak heftig en kan heel plotseling beginnen. De tijd tussen het eten van besmet voedsel en ziek worden is 1 tot 3 dagen.
Uitbraken kunnen dus grote gevolgen hebben voor de consument én voor de bedrijfsvoering. Denk aan continuïteit van de productie, financiële gevolgen van recalls of terugroepacties en uiteindelijk imagoschade.
In november 2022 zorgde het virus nog voor een opstootje in Las Vegas. Daar werden mensen ziek door het eten van besmette oesters welke bevroren uit Zuid-Korea werden geïmporteerd. De Food & Drug Administration (FDA) waarschuwde restaurants en supermarkten om alles preventief weg te gooien. Ook de volledige maandoogst van de oesters welke nog in Korea aanwezig was, werd vernietigd. Ingrijpende consequenties voor alle betrokken partijen.
Het woord ‘Sapo’ is afgeleid van de Japanse stad ‘Sapporo’, waar het virus ontdekt werd. Echter wordt het ook dichterbij huis vastgesteld. In Nederland hebben de overheidsinstituten in maart 2022 gewerkt aan een uitbraak met oesters waar het Sapovirus in feces van zieken en in oesters werd aangetoond. Daarnaast werd het in de afgelopen jaren ook een aantal keer in verpleeghuizen vastgesteld.
Hoewel het Sapovirus regelmatig gelinkt wordt aan schaal- en schelpdieren is dat lang niet de enige voedselbron waar in het verleden het virus op is aangetroffen. Zo worden o.a. landbouwproducten als zacht fruit genoemd en ready-to-eat producten die niet meer (afdoende) verhit worden. Het is in de afgelopen jaren zelfs aangetoond dat het Sapovirus als pathogeen in voedsel vaker voorkomt dan we eerst dachten. Dat komt doordat de detectiemethodes, zoals PCR-testen, de laatste periode sterk verbeterd zijn. Om verdere uitbraak van virale infecties te voorkomen, is het cruciaal dat er een snelle diagnose gesteld kan worden.
Verspreiding over de wereld is vooral geassocieerd met voedseltransport. De overdracht verloopt uitermate effectief. Kort voor het ziek worden scheidt men via feces al veel virusdeeltjes uit en kunnen door braken deeltjes in aerosolen in de lucht terechtkomen. De besmettingsroute kan bijvoorbeeld gaan via een geïnfecteerde werknemer welke door niet voldoende handen wassen het virus kan overbrengen aan het levensmiddel. Ook kan het via hand- of luchtcontact aan oppervlakken als deurklinken komen waardoor het weer op de handen van andere medewerkers terechtkomt. Het virus overleeft een langere tijd buiten het lichaam en de infectueuze dosis is niet hoog. Deze eigenschappen dragen bij aan verspreiding van de infectie.
Wanneer het voedsel vroeg in de keten besmet wordt, is het vinden van de bron moeilijk. Zoals gezegd kan het virus op het voedsel gebracht worden via virus-besmette handen. Bijvoorbeeld de handen van een fruitplukker. Doordat de virusdeeltjes lang infectieus blijven, kunnen ze via voedsel door de globale handel uitbraken in diverse landen veroorzaken. Wanneer het gaat over ingevroren producten kunnen deze uitbraken ook nog verschillend in tijd plaatshebben. Uit een eerdergenoemd voorbeeld blijkt al dat diepvriestemperaturen het Sapovirus dus niet inactiveren, voldoende verhitting kan dit wel.
Wat kun je als levensmiddelenbedrijf doen?
Dit is een premiumartikel. Premiumartikelen maken deel uit van het Normec Foodcare Kenniscentrum abonnement. Alle kennis en ervaring vanuit elke expertise komt samen in de Kennisbank. Je vindt hier alle relevante informatie over diverse productgroepen en wetgeving. Benieuwd? Lees wat het Normec Foodcare Kenniscentrum jou kan bieden.
“Upcycling, valoriseren en optimaliseren van basisprocessen”: waarschijnlijk zullen niet al deze termen tot je dagelijks gebruikte vocabulaire behoren. Er bestaat echter een grote kans dat daar verandering in gaat komen. Duurzaamheid is per slot van rekening al een vaste waarde geworden en het is nu de gewoonste zaak van de wereld dat consumentenproducten uit gerecycleerde materialen bestaan. Er bestaat dus al een groot acceptatievermogen bij de consument. Sterker nog: duurzaamheid is een marketingtool geworden.
De termen ‘upcycling’ en ‘valoriseren’ worden door elkaar gebruikt. Upcycling is hierbij de meest jonge en hippe term. Valoriseren horen we al heel wat jaartjes binnen het vakgebied voorbijkomen, maar is als term nooit echt doorgebroken tot het grote publiek. Wanneer we het over upcycling of valoriseren van ingrediënten hebben betekent dit letterlijk dat het restproduct van een lage waarde wordt omgetoverd tot een hoogwaardig eindproduct voor een nieuwe voedingstoepassing.
Eigenlijk doen we al lang aan activiteiten welke in deze categorie vallen. Denk aan jam als verwerking van overrijp fruit of aan worst en vleesproducten als verwerking van vleesresten. Deze producten vormen reeds lange tijd een vaste waarde in ons voedingspatroon. Maar wat denk je van koffie op basis van dadelpitten of 3D geprinte koekjes van oud brood? Allemaal nieuwe ideeën om voedselverspilling tegen te gaan en het lijkt erop dat er al een hele reeks aan lucratieve ondernemingskansen zijn ontstaan.
Bij het optimaliseren van basisproducten gaat het meer om een preventieve aanpak: het integraal verwerken van grondstoffen, en dus ook die delen die vaak onbenut blijven. Hiermee wordt gepoogd om geen of minder restproduct te hebben. Wat er niet is, hoeft ook niet ‘geupcyclet’ te worden. Een voorbeeld is het volledig wegsnijden van witte kool in zuurkool. In Nederland wordt er ruim 15.000 ton aan koolstronken aan vee gevoerd omdat ze te hard en vezelig zijn om zuurkool van te maken. Door een behandeling met enzymen kunnen de stronken zachter worden gemaakt en alsnog gesneden worden voor zuurkool.
Wereldwijd gaat meer dan een derde van alle huidige voedselproductie verloren ergens tussen de boerderij en de vuilnisbak van de consument. Naast de financiële impact draagt voedselverspilling ook bij tot milieuproblemen. De FAO schat dat ongeveer 8% van de totale uitstoot van broeikasgassen in de wereld kan worden herleid tot de koolstofvoetafdruk van verspild voedsel.
Logisch dat ook de EU zijn oog hierop laat vallen. Er is sinds 2016 het EU-platform inzake voedselverlies en -verspilling. Van daar uit zijn er initiatieven als ‘the Green Deal’ en ‘Farm to Fork’ welke zich richten op de voedselverspilling tegen 2030 te halveren. De Europese Commissie zegt hierover: ‘De Farm to Fork Strategy’ ligt in het hart van de ‘Europese Green Deal’ met als doel om voedingssystemen eerlijk, gezond en omgeving vriendelijk te maken.’
Het ‘Farm to Fork’ initiatief bestaat uit 4 pijlers waarvan 1 klinkt: ‘Food Loss & Waste Prevention’.
Mooi al die initiatieven, maar wat gebeurt er dan zoal in de praktijk? Dat is te bekijken in de timeline waarin we zien dat er al veel is gebeurd het afgelopen jaar. En dat er in de loop van 2023 nog veel staat te gebeuren. We kunnen o.a. een uitbreiding verwachten in de wetgeving omtrent food waste. Het framework hiervoor is verwacht in Q4 van 2023.
De Europese Commissie zegt dat Research en Innovatie de hoofddrijfveren zijn om de transitie te maken. Onder een initiatief dat ‘Horizon Europe’ heet heeft men 10 biljoen uitgetrokken om onderzoek en innovaties te doen in de voedingssector.
Eind oktober 2022 lanceerde Vlaanderen Circulair een projectoproep voor innovatieve projecten in de circulaire voedselketen. Ondertussen zijn er negen initiatieven uitgekozen om een deel van de €780.000 financiële steun die de Vlaamse overheid voor de call vrijmaakte in te zetten voor de uitvoering van hun project. Het gaat om negen partnerschappen die over bedrijfsgrenzen heen samenwerken. Enkele opvallende projecten zijn:
Ook in Nederland zijn er initiatieven ontstaan in de voedingsindustrie vanuit het nationale programma ‘Circulaire Economie’ zoals de provinciaal geregelde ‘Circulaire top 20’ waar er o.a. in de AGF al vruchtvolle projecten zijn uitgewerkt met betrekking tot het omzetten van verliesposten naar nieuwe verdienmodellen.
In de Verenigde Staten is er reeds het keurmerk UFA voor producten met geupcyclede ingrediënten. Men kan het keurmerk behalen bij een product met minimum 10% aan geupcyclede ingrediënten.
Reststromen brengen natuurlijk ook risico’s met zich mee. Denk aan bederf, contaminatie of een uitdagende traceerbaarheid. Een goed inzicht in de productieketen voor (en na) je eigen productiestap is dus noodzakelijk om gevaren in te kunnen schatten en de nodige beheersmaatregelen te kunnen treffen. Immers de strenge eisen rondom voedselveiligheid en kwaliteit vanuit wetgeving en (GFSI) normen zullen, ook bij geupcyclede producten, steeds gehandhaafd blijven. Dat er validatie van gehele processen plaatsvindt voor implementatie zal dus noodzakelijk zijn. Te verwachten is dat niet alleen de wetgeving, maar ook de normen zich zullen gaan aanpassen.
We horen vanuit Vlaanderen al dat de Vlaamse Overheid ervan overtuigd is dat naast technische uitdagingen en innovaties, ook wetgeving zal zorgen voor belemmeringen voor de ontwikkeling van deze tak van economie. Aan de hand van een meldpunt hiervoor wenst men belemmeringen weg te nemen en nieuwe knelpunten snel op te pakken. In Nederland wordt door het nationale programma ‘Circulaire Economie’ gepoogd dichtbij de industrie te blijven door middel van bijvoorbeeld ‘Het Versnellingshuis Nederland Circulair’ in te zetten als ondersteuning voor bedrijven met ontwikkellingsideeën.
Je las een premiumartikel van het Normec Foodcare Kenniscentrum. Smaakt het naar meer? Bekijk dan de mogelijkheden van het Kenniscentrum abonnement. Hiermee heb je direct toegang tot alle kennis.
Continu verbeteren is geen proces of procedure. Het is een houding, een managementfilosofie. Hoe doe je dat in een bedrijf, continu verbeteren? Vier aandachtspunten en tips voor de praktijk.
Leiderschap is een belangrijk element bij continu verbeteren. Als de leiding kwaliteitsmanagement alleen met de mond belijdt maar niet met daden ondersteunt, zal kwaliteitsmanagement en dus ook continu verbeteren niet van de grond komen. Continu verbeteren kan gepaard gaan met (flinke) investeringen. Het management moet daarvoor de middelen ter beschikking stellen. Bedenk dat continu verbeteren uiteindelijk ook kostenverlagend zal werken, bijvoorbeeld door grondstoffenverbruik te verminderen en verliezen te beperken.
Inbreng van medewerkers is cruciaal bij continu verbeteren. Medewerkers weten vaak prima verbeterpunten aan te wijzen binnen hun eigen werkzaamheden. Als medewerkers de ruimte krijgen verbeteringen daadwerkelijk te bedenken en door te voeren, zal de betrokkenheid toenemen en worden verbeteringen effectiever doorgevoerd. De bedrijfscultuur speelt daarbij een belangrijke rol. Ook scholing en communicatie zijn belangrijk; hierdoor blijven medewerkers goed op de hoogte.
De klant bepaalt wat onder kwaliteit wordt verstaan; zij bepaalt immers wat voor product zij wil en aan welke kwaliteitscriteria voldaan moet worden. De eisen van klanten veranderen in loop van de tijd. Laat klanten zien wat je doet met nieuwe eisen en andere feedback en hoe je er mee verbetert. Communiceer dit niet alleen richting klanten, maar ook intern. Het werkt motiverend als medewerkers horen dat (hun) verbeteringen bijdragen aan een hogere klanttevredenheid.
Aan het implementeren van verbeteringen kunnen kwaliteitssystemen bijdragen. Bij bijvoorbeeld het HACCP-overleg of de management review worden acties/verbeterpunten afgesproken. Voor het overzicht is het handig alle actiepunten op één centrale actielijst te verzamelen. Zorg ervoor dat de actielijst zo is ingericht qua lay-out dat ook het voltooien van de acties en de evaluatie van de werkzaamheden van de acties erin genoteerd kunnen worden. Zo is informatie over verbeterpunten in één document terug te vinden. Houd de actielijst actueel zodat bij een onaangekondigde audit de continue opvolging van de acties kan worden aangetoond.
De consumptie in de Europese Unie van rundvlees, palmolie, sojabonen, hout, cacao en koffie en afgeleiden daarvan is een belangrijke oorzaak van ontbossing en aantasting van bossen over de hele wereld. De Europese Unie wil dit niet langer toestaan en heeft een voorstel voor een Verordening goedgekeurd die het op de markt brengen van aan ontbossing gerelateerde grondstoffen en producten verbiedt.
Doel van de regelgeving is consumenten in de Europese Unie garanderen dat de producten die zij kopen niet bijdragen aan de globale ontbossing en/of bosdegradatie. Tegelijkertijd wordt de koolstofemissie die het gevolg is van consumptie in de EU verminderd met tenminste 32 miljoen ton CO2 per jaar. De bijdrage van bossen aan het verkleinen van de klimaatverandering wordt bovendien vergroot. De nieuwe regels richten zich op elke vorm van ontbossing en bosdegradatie – illegaal en legaal – die het gevolg is van landbouwexpansie veroorzaakt door de productie van de grondstoffen.
Bedrijven die de relevante grondstoffen/halffabricaten/producten genoemd in de bijlage van het goedgekeurde voorstel verwerken of verhandelen, moeten de zogenaamde ‘due diligence1’ procedure gaan volgen. Deze procedure bestaat uit 3 stappen waarin traceerbaarheid een belangrijke rol speelt:
De procedure wordt afgerond met het afgeven van een due diligence verklaring. Producten/grondstoffen mogen alleen op de markt gebracht worden als zij vergezeld worden door deze due diligence verklaring (zorgvuldigheidsverklaring).
Voor kleinere bedrijven zijn de vereisten minder zwaar. Zij moeten een register bijhouden van hun leveranciers en afnemers en dit gedurende minimaal 5 jaar bewaren. Dit register bevat de volledige NAW-gegevens (Naam, adres, woonplaats) inclusief e-mailadres en indien beschikbaar het internetadres.
De bedrijven moeten daarnaast de autoriteiten informeren als ze beschikken over informatie dat producten en/of grondstoffen mogelijks niet voldoen aan deze regels.
De Europese Commissie maakt en onderhoudt het benchmarksysteem. De bevoegde autoriteiten voeren inspecties uit waarbij de minimumfrequentie is gekoppeld aan het benchmarksysteem. Waar nodig spelen zij in op gegronde zorgen over niet-naleving. Zij rapporteren de resultaten aan de Europese Commissie.
Het voorstel van de verordening is goedgekeurd in december 2022. De definitieve tekst moet formeel nog worden goedgekeurd. Van zodra de tekst is gepubliceerd en in werking treedt, hebben bedrijven 18 maanden de tijd om te gaan voldoen aan de nieuwe regels. Kleine bedrijven hebben iets langer de tijd nl. 24 maanden.
Levensmiddelenbedrijven kunnen in feite nu al beginnen met inspelen op de nieuwe verordening. Zo voorkomen ze dat er problemen optreden zodra de nieuwe Verordening in werking treedt.
Nu al wordt gedacht over het aanvullen van de lijst van relevante producten, bijvoorbeeld met producten als bedrukt papier of biobrandstoffen. Bovendien hebben naast bossen ook andere ecosystemen bescherming nodig. Denk bijvoorbeeld aan savannes en wetlands.
Dat duurzaam en verantwoord ondernemen voor bedrijven een aandachtspunt blijft voor de komende jaren blijkt onder andere uit het initiatief voor de Wet Verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen… Ook de Europese Unie werkt aan wetgeving om schending van mensenrechten en milieu tegen te gaan bij internationaal ondernemen.