Sinds 8 december 2023 zijn er nieuwe eisen in werking voor de etikettering van wijn en wijnproducten. De huidige etiketteringsvoorschriften voor wijnbouwproducten zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 1308/2013 en daarnaast zijn de wettelijke voorschriften uit Verordening (EU) nr. 1169/2011 van toepassing. Huidige voorschriften zijn aangevuld met nieuwe verplichte aanduidingen, zoals de vermelding van de ingrediënten en voedingswaardes. Maar wat moet er nu verplicht vermeld worden op wijnetiketten?
Een wijnetiket moet vanaf 8 december 2023 reeds de volgende informatie bevatten:
Daarnaast zijn de volgende aanduidingen facultatief:
Vanaf 8 december 2023 moet de ingrediëntenlijst vermeld worden. Denk hierbij aan ingrediënten zoals druiven, suikers, additieven en/of verpakkingsgassen. Het is mogelijk om specifieke groepen additieven te “bundelen”. Wordt er gebruik gemaakt van een verpakkingsgas, dan zijn er qua etikettering meerdere mogelijkheden. De voedingswaardevermelding is verplicht en moet vermeld worden op grond van Verordening (EU) nr. 1169/2011.
De etiketteringsvoorschriften voor gearomatiseerde wijnbouwproducten, zoals opgenomen in Verordening (EU) nr. 251/2014, zijn ook aangevuld met de voedingswaardevermelding en lijst van ingrediënten. Dit wordt geregeld in de gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2024/585.
Wijn en/of gearomatiseerde wijn die voldoen aan de etiketteringsvoorschriften die van toepassing waren vóór 8 december 2023 en die vóór die datum zijn geproduceerd, mogen verder in de handel worden gebracht zolang de voorraad strekt.
Het is mogelijk om voor wijnetiketten informatie via een QR-code te vermelden, bijvoorbeeld in het geval van ruimtegebrek. Voor de voedingswaardevermelding geldt dat enkel de energetische waarde vermeldt moet worden op het label, uitgedrukt met het symbool ‘E’ en voor de ingrediënten moeten enkel de allergenen vermeld staan. De volledige voedingswaardevermelding en ingrediëntenlijst dienen vervolgens elektronisch vermeld te staan. De producent kan hiervoor gebruikmaken van een U-label, waarbij de informatie via een QR-code te lezen is. Het U-label is speciaal voor de wijnsector ontwikkeld. Deze nieuwe regels gelden voor wijnen die na 8 december worden geproduceerd en geëtiketteerd.
De etiketteringsvoorschriften voor wijnbouwproducten zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 1308/2013, met Verordening (EU) nr. 2021/2117 tot wijzigingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013. Tot aanvullingen zijn verschillende gedelegeerde Verordeningen van toepassing, zoals de gedelegeerde Verordeningen (EU) nr. 2019/33 en (EU) nr. 2019/934. Daarnaast zijn de wettelijke voorschriften uit Verordening (EU) nr. 1169/2011 van toepassing. Etiketteringsvoorschriften voor gearomatiseerde wijnbouwproducten zijn opgenomen in Verordening (EU) nr. 251/2014.
Voor andere alcoholische dranken is het voorlopig nog niet verplicht om voedingswaarden en ingrediënten te vermelden.
Wil je meer weten? lees dan verder op onze info pagina’s over:
Zonder de juiste informatie mogen levensmiddelen niet worden verhandeld. Productspecificaties vormen hierin een belangrijk onderdeel. Zowel specificaties van de grondstoffen die je inkoopt, als de eindproductspecificaties van de producten die je produceert. Wat komt er kijken bij het beheren van deze specificaties?
In artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 staan de verantwoordelijkheden beschreven die exploitanten van levensmiddelenbedrijven hebben ten aanzien van het aanleveren van voedselinformatie. Zo moet een leverancier die een grondstof levert – en die door de klant verder wordt verwerkt – ervoor zorgen dat de klant voldoende informatie heeft om aan alle wettelijk verplichte vermeldingen op het etiket te kunnen voldoen. Wat op een productspecificatie wordt vermeld, kan erg verschillen en is mede afhankelijk van de eisen van de klant en de specifieke afspraken die hierover zijn gemaakt tussen beide partijen. Productspecificaties bevatten onder andere vaak de volgende informatie:
Klanten vragen steeds vaker om aanvullende informatie aan te leveren. Zo kan bijvoorbeeld gevraagd worden om van elk ingrediënt het percentage en land van herkomst aan te geven. Afhankelijk van de wens van de klant, kan het efficiënt zijn om deze informatie standaard in de productspecificatie op te nemen.
In een productspecificatie neem je minimaal de volgende fysische, chemische en microbiologische parameters op:
Deze normen mogen aangevuld worden met andere voor het product relevante parameters. Bijvoorbeeld de parameters die gecontroleerd worden bij het vaststellen of verifiëren van de houdbaarheidstermijn van het product.
Ook grenswaarden/maximum gehalten moeten kritisch bekeken worden. Enkele aandachtspunten:
Van alle grondstoffen moeten productspecificaties van de leverancier aanwezig zijn. Deze grondstofspecificaties vormen de bron voor het opstellen van de eindproductspecificatie. Als een nieuwe grondstofspecificatie wordt aangeleverd, moet deze eerst worden goedgekeurd. Zo moet er bijvoorbeeld worden gecontroleerd of alle gegevens aanwezig zijn, of deze voldoen aan de wetgeving en aan de klanteisen. Tip: maak duidelijke afspraken met leveranciers over de eisen waar het product en de specificatie aan moeten voldoen.
Aan de hand van de grondstofspecificaties en het recept, kan een eindproductspecificatie worden opgesteld. Door gebruik te maken van specificatie software is dit proces volledig te digitaliseren. Hierbij worden ingevoerde gegevens zoals voedingswaarden en ingrediënten automatisch omgezet tot een eindproductspecificatie. Controleer regelmatig of de aanwezige grondstof- en eindproductspecificaties up-to-date zijn. Misschien moeten ze vervangen worden door een vernieuwde versie? Een aangepaste grondstofspecificatie of receptuur kan invloed hebben op één of meerdere eindproductspecificaties. Een duidelijk versiebeheer is hierbij heel belangrijk.
Retailers en groothandels gebruiken verschillende systemen om hun specificaties te beheren. Zij vragen hun leveranciers om alle gegevens aan te leveren in dit systeem. Hierbij heeft iedere retailer zijn eigen eisen en protocollen. Tijd en kennis zijn nodig om de informatie in de systemen juist te kunnen invoeren en onderhouden.
Heb je vragen of loop je tegen problemen aan? Vraag een Specificatiebeheer specialist om hulp. Onze specialisten hebben ruime ervaring met diverse specificatiesystemen en klantinformatiesystemen en weten waar je op moet letten om aan de wensen van de afnemers te voldoen. Wij kunnen hierin assisteren, maar ook het gehele beheer van al jouw recepturen, grondstof- en eindproductspecificaties uit handen nemen.
Op product etiketten is veel informatie over allergenen te vinden. Soms worden “vrij-van” allergenenclaims zoals “glutenvrij” of “vrij van lactose” vermeld. Claims zijn vrijwillige uitingen op een verpakking. Met een claim wordt een bepaalde eigenschap van een product benadrukt, in dit geval de allergeenvrije status. Aan welke richtlijnen moet je als bedrijf voldoen als je zo’n allergenenclaim wilt voeren? En wat houdt een “vrij-van” vermelding in voor de productiepraktijk?
Het gebruik van de claim “glutenvrij” is verbonden aan eisen zoals gesteld in Uitvoeringsverordening (EU) nr. 828/2014. Hierin staat onder andere omschreven dat glutenvrije producten een maximumgehalte van 20mg/kg (of ppm) aan gluten mogen bevatten. Er mag dus geen vermelding “glutenvrij” en geen glutenvrij-logo worden geplaatst wanneer meer dan 20mg/kg gluten detecteerbaar is.
Indien een product een glutenbevattend ingrediënt bevat, moet hiervan te allen tijden melding gemaakt worden in de ingrediëntendeclaratie conform Verordening (EU) nr. 1169/2011. Het kan dus voorkomen dat een product een “glutenvrij” claim draagt, terwijl de ingrediëntenlijst een glutenbevattend graan aanduidt als allergeen. Om verwarring te voorkomen, is het in dat geval aan te raden een aantekening te maken bij de “glutenvrij”-vermelding.
Het gebruik van vrij-van claims anders dan gluten, is niet verbonden aan wetgeving. Claims zoals “melk-vrij” en “lactose-vrij” zijn niet verbonden aan wettelijk toegestane waarden. Ook de term “allergeenvrij” is niet in wetgeving beschreven. In de praktijk houdt deze vermelding dus in dat het betreffende allergeen niet detecteerbaar is in het product. Wel hanteren diverse retailers eigen eisen aan “vrij-van” allergenenclaims.
Bij vermeldingen zoals “vrij van allergenen” is het raadzaam aan te geven welke allergenen afwezig zijn. Geef duidelijkheid aan de consument, zodat deze niet verwacht dat het product ook vrij is van andere allergenen dan de in bijlage II van Verordening (EU) nr. 1169/2011 vermelde wettelijke allergenen. Ook is deze claim niet aan te raden voor een product waarvan de consument niet verwacht dat er een allergeen aanwezig is, bijvoorbeeld allergeenvrij appelsap. Een claim of andere vrijwillige informatie op een verpakking mag immers niet misleidend, verwarrend of dubbelzinnig zijn.
Wanneer je als bedrijf een “vrij-van” claim wilt uitdragen op de verpakking, is het belangrijk dat het allergenenmanagement goed op orde is. Er komt meer bij kijken dan alleen juist etiketteren. BRCGS en FDF (Food and Drink Federation) hebben in 2015 samen de handige handleiding Guidance on “Free-From” Allergen Claims uitgebracht, vanwege het toenemend gebruik van “vrij-van” allergenenclaims. In de richtlijn is een stappenplan op basis van vier principes opgenomen:
Een aanvullende allergiewaarschuwing van een allergeen dat niet behoort tot de veertien wettelijke allergenen, is een vorm van een claim die nog weinig gebruikt wordt. Deze vermelding is een waarschuwing voor een kruisreactie die kan optreden. Het waarschuwt niet voor kruisbesmetting die tijdens de productie ontstaan kan zijn. Als iemand allergisch is voor een bepaalde stof, is het mogelijk dat ook allergische reacties optreden met andere stoffen waarvan de eiwitten op elkaar lijken.
Een voorbeeld is een reactie op erwten wanneer de consument een allergie voor peulvruchten heeft. Bij de beoordeling van novel foods wordt onder andere gekeken naar allergeniciteit en kruisreacties. Bij het gebruik van raapzaadeiwit is het wettelijk verplicht de volgende aanvullende allergiewaarschuwing te vermelden: “raapzaadeiwit kan allergische reacties veroorzaken bij consumenten die allergisch zijn voor mosterd”. Alle voorwaarden voor novel foods zijn te vinden in de unielijst van nieuwe voedingsmiddelen in de geconsolideerde versie van uitvoeringsverordening (EU) 2017/2470.
Rekentools op basis van de referentiewaarden opgesteld door VITAL®, NVWA, het wetenschappelijk comité van FAVV of de FAO/WHO zijn niet te gebruiken om een “vrij-van” claim te onderbouwen. Zoals eerder gesteld, staat deze claim namelijk gelijk aan geen detectie van het betreffende allergeen, terwijl bij de hiergenoemde rekenmethoden wordt berekend wat de kwantitatieve kruisbesmetting kan zijn en of deze boven een referentiewaarde uitkomt. Indien er kans is op kruisbesmetting , kan voor alle andere dan een “glutenvrij claim” geen “vrij-van” claim meer gebruikt worden, ondanks dat een lage dosering mogelijk geen risico geeft voor de allergische consument.
Lees hier meer over allergenen en claims:
Als levensmiddelenbedrijf heb je regelmatig te maken met het vertalen van etiketten. Retailers vereisen soms meerdere talen op een etiket en als je producten wilt exporteren, moet de etiketinformatie in de juiste taal worden weergegeven. Ook moet het product voldoen aan de wetgeving in het land van verkoop. In deze blog geven we 6 tips voor etiketten vertalen.
Controleer altijd eerst of de ingrediënten zijn toegestaan in het land van verkoop. Als tijdens het vertalen van het etiket blijkt dat een ingrediënt niet toegestaan is in het land waarin je het product wilt verkopen, mag het product niet verkocht worden. Maak daarom de inkopers binnen je bedrijf ervan bewust dat ingrediënten die buiten de EU verkocht worden niet altijd toegestaan zijn binnen de EU. Laat de ingrediënten van je product bij twijfel vóór inkoop checken.
Regelmatig worden producten geïmporteerd uit bijvoorbeeld de Verenigde Staten of Azië. Het additief magnesiumstearaat wordt in de VS vaak toegevoegd aan snoepgoed, maar in de EU is dit additief niet toegestaan. Ook is het gebruik van gebleekte tarwebloem niet toegestaan in de EU, terwijl dit in de VS vaak gebruikt wordt in koekjes. Zo zijn er meerdere voorbeelden te noemen van ingrediënten die niet toegestaan zijn in producten als deze binnen de EU verkocht worden.
Je kunt een EU Verordening op de EUR-Lex website in meerdere talen openen. Een aantal wettelijke teksten is letterlijk vastgelegd in de verordening. Als je per tabblad in je browser de Verordening in een andere taal opent, vergelijk je gemakkelijk de wettelijke teksten. Vertalingen voor additiefnamen en functiegroepen haal je bijvoorbeeld uit Verordening 1333/2008. Allergenen en teksten als ‘Ten minste houdbaar tot’ haal je uit Verordening 1169/2011.
Een benaming die in Nederland gebruikt mag worden, kan bijvoorbeeld in Duitsland onderhevig zijn aan nationale wetgeving. Zo heeft Duitsland nationale wetgeving voor snoepgoed waarin diverse benamingen vastliggen. Waar winegums in het Nederlands als wettelijke benaming aangeduid mogen worden als ‘Suikerwerk’, ligt dit in Duitsland vast als ‘Gummibonbons’. Houd daarom altijd de benaming aan zoals die in het land van verkoop in de wetgeving is vastgelegd.
In de EU wordt de voedingswaardetabel minimaal per 100 g of 100 ml uitgedrukt, eventueel aangevuld per portie. In bijvoorbeeld de VS of Indonesië wordt deze anders opgesteld, namelijk alleen per portie. Ook worden de koolhydraten anders berekend in de VS. De voedingswaardetabel kan daarom niet altijd letterlijk overgenomen worden voor andere landen en moet soms eerst omgerekend worden. Ook is het niet toegestaan om bijvoorbeeld een VS voedingswaardetabel samen met een EU voedingswaardetabel op de verpakking te vermelden. Houd hier rekening mee bij de ontwikkeling van het etiket en het labellen van het product.
Het lijkt tijdens het etiketten vertalen misschien handig om voor losse woorden gebruik te maken van vertaaltools, zoals Google Translate. Let op dat sommige woorden hierbij te letterlijk worden vertaald. Woorden die in het Nederlands een dubbele betekenis hebben, zoals de ingrediënten bloem (bloemdragende plant, of het fijnste deel van meel) en munt (munteenheid of aromatische plant), kunnen nog weleens met de verkeerde betekenis vertaald worden. Raadpleeg dus altijd de juiste bronnen voor het opstellen van vertalingen. Roep waar nodig de hulp in van een etiketteringsspecialist.
Niet alle productlogo’s mogen internationaal gebruikt worden. In Nederland kennen we bijvoorbeeld het Beter Leven keurmerk, maar in andere landen wordt dit logo niet gebruikt. Logo’s zoals Fairtrade en MSC/ASC mogen wel internationaal gebruikt worden, maar vaak moet de claim bij het logo dan wel vertaald worden. Daarnaast zijn er landen die bepaalde recyclinglogo’s verplichten op verpakkingen, zoals het Triman-logo in Frankrijk en verplichte recyclinginformatie in Italië.
Je wilt er natuurlijk zeker van zijn dat je producten voldoen aan de wetgeving. Ook als je deze in andere landen gaat verkopen. Een fout etiket kan grote gevolgen hebben, zoals een mogelijk voedselveiligheidsgevaar of een recall. Vraag bij twijfel tijdig advies aan een etiketteringsspecialist. Deze helpt je met het opstellen van een correct etiket. Neem contact met ons op en onze specialisten helpen je zo snel mogelijk verder. Je staat er niet alleen voor.
Op de kennisbank van Normec Foodcare staan Risk Safety Sheets van veel gevaren die kunnen voorkomen in levensmiddelen. De Sheets zijn onderverdeeld in fysische, microbiologische, chemische gevaren en allergenen. Je kunt ze gebruiken als input voor de HACCP-gevarenanalyse. Hoe? Dat leggen we uit in dit artikel.
Bij wijzigingen worden de Risk Safety Sheets geüpdatet. De afgelopen periode zijn er voor veel chemische gevaren sheets geüpdatet. Onderstaand vindt u een lijstje met de meest recente geüpdatet Risk Safety Sheets.
Verder zijn er veel Risk Safety Sheets waar de verordening (EG) 1881/2006 betrekking op had. Hierbij is de vervanging door Verordening (EU) 915/2003 doorgevoerd.
Per 1 februari 2024 is de Zwitserse ordonnantie inzake bedrukkingsinkten RS 817.023.21 gewijzigd op een heel aantal punten.
Het gebeurt dat bepaalde EU-lidstaten of landen buiten EU meer of andere wetgeving betreffende chemische migratie of toelating van gebruik van componenten in food contact materialen (FCM), lijmen, inkten etc. hebben. Op die manier kan er natuurlijk bij het verhandelen van FCM of verpakte levensmiddelen discussie ontstaan. Via deze link lees je er meer over.
De Raad van Europa heeft reeds resoluties uitgewerkt voor drukinkten voor verpakking . Dit zijn nog geen wetteksten maar ter interpretatie van artikel 3 van Verordening (EU) 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen.
De Zwitserse ordonnantie is in principe enkel geldig in Zwitserland maar wordt in heel Europa toegepast bij beoordelen van drukinkten gezien ontbreken van gelijkaardige wetgeving op algemeen Europees niveau. Deze ordonnantie omvat een lijst met stoffen welke toegelaten zijn om in drukinkten te gebruiken voor voedselcontactmaterialen.
Een greep uit de wijzigingen van de Zwitserse ordonnantie op bedrukkingsinkten te vinden in sectie 8b van de RS 817.023.21 per 1 februari 2024.
De bijgewerkte tekst werd van kracht op 1 februari 2024, maar er komen ook enkele overgangsbepalingen:
De wijzigingen in detail nalezen? Dat kan via deze link.
Het Belgische FAVV heeft een omzendbrief uitgebracht voor toepassingen van materialen en voorwerpen van gerecycleerd kunststof die bestemd zijn om met levensmiddelen in aanraking te komen. Het belicht de zaak voor alle operatoren in dit gebied en beschrijft de verschillende stappen die gevolgd moeten worden om te voldoen aan de eisen van de verordening (EU) 2022/1616.
Om hierachter te komen is het belangrijk om een aantal zaken inzichtelijk te krijgen over de eigen positie:
Deze 4 vragen worden beantwoord door toepassing van 4 schema’s. Deze 4 schema’s worden in de introductie van de omzendbrief weergegeven. Zorg hierbij dat de definities en afkortingen welke eerder worden weergegeven in de omzendbrief doorgenomen en helder zijn. Wanneer de schema’s doorlopen zijn zal het duidelijk worden welke hoofdstukken voor u als operator van toepassing zijn.
Valt u binnen de stap voorbewerking dan levert het eindproduct geen materiaal op dat geschikt is om in contact te komen met levensmiddelen. Er gelden wel een aantal eisen welke betrekking hebben op zaken als het gescheiden en geborgd zuiver houden van ingezamelde producten bij consumenten.
Valt u binnen de stap decontaminatie dan zal er registratie plaats moeten vinden bij het FAVV. (Zie verder bij registratieplicht). Afhankelijk van welk ‘geval’ u bent zal er een ‘samenvatting van de nalevingsmonitoring’ (=CMSS) aan de hand van het model in bijlage II’ opgesteld moeten worden welke ingediend wordt bij de FOD volksgezondheid. Recyclers uit deze stap verstrekken ook een verklaring van overeenstemming overeenkomstig de beschrijving en het model in bijlage Ill A. Deze verklaring van overeenstemming moet voor elke partij van gerecycleerd kunststofmateriaal worden verstrekt wanneer dat in de handel wordt gebracht. De Commissie stelt een gids ter beschikking om het gebruik van de samenvatting van de nalevingsmonitoring en de verklaring van overeenstemming te vergemakkelijken.
Verpakkingen van gerecycleerde kunststof die bij verwerkers worden aangeleverd, moeten voorzien zijn van een etiket welke aan een reeks eisen moet voldoen beschreven in de omzendbrief.
Binnen de stap decontaminatie zijn er nieuwe- en geschikte technologieën. Het belangrijkste onderscheid is dat de eerste nog niet is beoordeeld door de EFSA. De tweede is dat wel en is opgenomen in bijlage I van verordening (EU) 2022/1616.
Recyclers die een nieuwe recyclingtechnologie toepassen dienen van de decontaminatie-installatie aanvullende informatie beschikbaar te houden welke puntsgewijs beschreven staat in de omzendbrief.
Een recycler die een decontaminatie-installatie exploiteert op basis van een nieuwe recyclagetechnologie, monitort het gemiddelde verontreinigingsniveau op basis van een betrouwbare bemonsteringsstrategie en verstrekt de ontwikkelaar (d.w.z. de houder van de recyclingtechnologie die nog niet door het EFSA is beoordeeld) de bij de monitoring verkregen gegevens. De ontwikkelaar publiceert op zijn beurt deze gegevens 2 maal per jaar op zijn website.
Val je binnen de stap naverwerking dan zal je je moeten registreren bij het FAVV. (Zie verder bij registratieplicht). Er zijn hierbij twee mogelijke scenario’s voor verwerkers:
Gerecycleerd kunststof materiaal uit beide scenario’s gaan vergezeld van een verklaring van overeenstemming volgens het model in bijlage Ill B. Deze verklaring moet bij elke partij van gerecycleerd kunststofmateriaal worden geleverd en worden overhandigd aan de operatoren van levensmiddelenbedrijven, met inbegrip van detailhandelaren in levensmiddelen.
De Commissie stelt een gids ter beschikking om het gebruik van de verklaring van overeenstemming te vergemakkelijken.
Voor naverwerkers worden er een aantal voorschriften beschreven zoals 1 enkel document en identificatie welke gerecycleerde kunststof en materialen en voorwerpen van gerecycleerde kunststof steeds vergezeld. Ook wordt beschreven wat verwacht wordt van etikettering en gebruik van merkteken.
Alle verwerkers die gerecycleerde kunststof materialen en voorwerpen produceren, ongeacht of ze verdere bewerking vereisen of niet, en die bedoeld zijn voor direct contact met levensmiddelen, dienen zich te registreren bij het FAVV onder de bestaande activiteit 931 “fabrikant van verpakkingsmateriaal” en de bijhorende heffing te betalen (activiteitenfiche ACT – TRA 702). Het registratieaanvraagformulier is hier beschikbaar en de registratie gebeurt bij de lokale controle-eenheid waar de inrichting zich bevindt.
Recyclagebedrijf zullen daarna worden geïnspecteerd a.d.h.v. bepaalde frequentie en een specifieke checklists welke afhangt of het gaat om nieuwe- of geschikte recycling technologieën.
Naast de Europese wetgeving is dit materiaal ook in de Nederlandse wetgeving opgenomen in de Warenwetregeling Verpakkingen en gebruiksartikelen, bijlage, Hoofdstuk I Kunststoffen. In de Warenwetregeling zijn aanvullende specifieke migratielimieten (SML’s) ogenomen voor polymerisatiehulpstoffen die niet in verordening (EU) Nr. 10/2011 opgenomen zijn. Een verklaring van overeenstemming is verplicht voor dit materiaal en in Bijlage IV van Verordening (EU) Nr. 10/2011 is beschreven wat daarin moet worden opgenomen.
Het EFSA heeft een wetenschappelijk advies gepubliceerd over de meest hardnekkige, persistente bacteriële gevaren in voedsel- en diervoederproductie- en -verwerkingsomgevingen.
In het advies worden verschillende maatregelen om aanhoudende besmettingen te voorkomen en te verhelpen besproken.
Tijdens het onderzoek zijn de meest relevante subtypes geïdentificeerd.
Dit gevaar staat met stip op nummer 1. Het leidt tot schuilplaatsen die moeilijk te reinigen en desinfecteren zijn. Voorbeelden zijn; snijmachines voor L. monocytogenes, pluk- en evisceratieapparatuur voor Salmonella en drogers en droogtorens voor Cronobacter sakazakii.
EFSA concludeert dat een goed opgezet bemonsterings- en testprogramma voor de omgeving, volgens een risico gebaseerde aanpak, de meest effectieve strategie is om mogelijke besmettingsbronnen te identificeren en mogelijk persistente gevaren op te sporen.
Het instellen van hygiënische barrières en maatregelen binnen het FSMS is essentieel om bacteriële persistentie te voorkomen en/of te beheersen door te voorkomen dat het gevaar het verwerkingsbedrijf binnenkomt en/of zich verspreidt binnen de faciliteit.
De volgende voorwaarden zijn van bijzonder belang:
Zodra persistentie in een levensmiddelen- en diervoederbedrijf wordt vermoed, wordt vaak een ‘zoek-en-vernietig’-aanpak aanbevolen, die bestaat uit:
Succesvolle acties naar aanleiding van de persistentie van L. monocytogenes waren:
In het advies van EFSA worden enkele opties beschreven voor interventies om het persistente gevaar te elimineren met een directe bactericide werking en van verschillende aard. Dat wil zeggen
Let hier wel mee op want in sommige gevallen zijn deze nog niet commercieel beschikbaar en/of is hun werkzaamheid nog niet volledig gevalideerd onder industriële omstandigheden of zelfs niet wettelijke goedgekeurd.
Er is door het EFSA vastgesteld dat er aanvullend onderzoek nodig is om de gevaren beter te kunnen identificeren en om de impact van bepaalde interventies op het verminderen of voorkomen van persistentie te monitoren.
De meeste van de aanbevelingen tot onderzoek hebben betrekking op activiteiten in industriële omgevingen. Zo worden gevraagd naar intensieve bemonsterings- en testprogramma’s door levensmiddelenbedrijven. Alsook het optimaliseren van de bemonstering strategieën bij uitbraken.
Mogelijkheden creëren om verzamelde data adequaat te kunnen rapporteren en ondubbelzinnig te kunnen interpreteren zodat er linken kunnen worden gelegd en verbetervoorstellen kunnen worden gedaan voor het voorkomen, beheersen en aanpakken van de persistentie bacteriële gevaren,
Moet ik een onveilig levensmiddel wel of niet melden? De NVWA vereenvoudigt het antwoord op deze vraag door een aanpassing van het meldsysteem. Vanaf heden moeten door ondernemers alle (mogelijk) onveilige levensmiddelen gemeld worden bij de NVWA.
De meldwijzer komt in zijn geheel te vervallen en wordt vervangen door de volgende omschrijving van onveilige levensmiddelen:
“Een levensmiddel is een stof of product, verwerkt of onverwerkt, waarvan verwacht mag worden dat deze door mensen zal worden geconsumeerd. Een levensmiddel is onveilig als het bijvoorbeeld:
De meldplicht geldt ook voor niet-conforme partijen die fysiek zijn geïmporteerd op bestelling van een Nederlands bedrijf en zich op Europees grondgebied bevinden, al dan niet in een douane-entrepot om verder verhandeld te worden naar EU- of niet-EU-landen.”
In Nederland moeten ondernemers (mogelijk) onveilige levensmiddelen altijd binnen 4 uur melden bij de NVWA. Ook bij twijfel is men verplicht om te melden. Dit geldt voor levensmiddelen die zijn ingevoerd, verwerkt, geproduceerd, geleverd, vervoerd, verkocht of zijn opgeslagen. Wordt er geen melding gedaan, dan bent je in overtreding.
Na de melding zal de NVWA toezicht houden. Het is afhankelijk van aard en ernst of dit direct, steekproefsgewijs of bij een eerstvolgende inspectie van een bedrijf zal.
Voor specifieke contaminaties als (mogelijke) overschrijding van de maximale residu limiet (MRL) voor bestrijdingsmiddelen of toegestane diergeneesmiddelen bestaat er nog wel een beslisboom bij de NVWA. De “beslisboom MRL overschrijding residuen van bestrijdingsmiddelen in levensmiddelen” en de “beslisboom MRL overschrijding residuen van toegestane diergeneesmiddelen in levensmiddelen, diervoeders en dierlijke bijproducten” bepalen of een melding gedaan moet worden bij de NVWA over een mogelijke overschrijding van een MRL.
Meer lezen over dit onderwerp? Volg dan onderstaande interessante links:
De consument speelt een cruciale rol bij het behalen van de groene ambities van de EU . Dit vertaald zich voor duurzaamheidclaims en eerlijke handelspraktijken in het voorstel tot nieuwe richtlijnen. Deze zijn bedoeld om meer informatie bij de consument te krijgen zodat ze duurzame keuzes kunnen maken bij het kopen van voornamelijk voeding, kleding, huishoudapparatuur en reizen.
Voor deze richtlijnen is er een voorlopige goedkeuring die de consumenten moet beschermen tegen misleidende marketingpraktijken met betrekking tot duurzaamheid. Hiermee moet greenwashing en het wegwerpen van nog herstelbare producten tegengegaan worden.
Het idee is dat dankzij deze regels zich een concurrentievoordeel voordoet voor bedrijven die zich écht inspannen om hun impact op het milieu te verminderen en dat zij grensoverschrijdend actief kunnen zijn waardoor zij hun kosten kunnen verlagen. Dit met de bedoeling dat het vertrouwen van de consument zal toenemen en er weer bewuste keuzes gemaakt kunnen worden. Gezien het percentage Europeanen welke aangeeft dit te willen doen, is de verwachting dat dit op zijn beurt de industrie zal stimuleren om stappen te willen maken die het milieu ten goede komen.
Concreet zal de richtlijn voor een wijziging zorgen bij de richtlijnen 2011/83/EU consumentenrechten en 2005/29/EG oneerlijke handelspraktijken.
Het gebruik van ongefundeerde algemene milieuclaims wordt verboden. Er bestond reeds een EU-lijst met verboden handelspraktijken, deze wordt nu uitgebreid met een aantal marketinguitingen. Denk aan zaken als:
Wanneer een claim gebruikt wordt moet deze van toepassing zijn op het gehele product, niet bijvoorbeeld enkel op de verpakking. De huidige wildgroei van duurzaamheid claims wordt ingedamd. Alleen duurzaamheidskeurmerken mogen worden gebruikt die goedgekeurd of uitgegeven zijn door de overheid. Wanneer een vergelijking wordt toegepast wordt de informatie over de vergelijkingsmethode, de vergelijkende producten, de leveranciers van die producten en hoe de informatie actueel gehouden wordt essentieel. Er is tevens een verbod op het maken van reclame over voordelen voor de consument die binnen de relevante markt als een gangbare praktijk worden beschouwd. Als er een onderscheidend kenmerk wordt gepresenteerd dient dit aan specifieke vereisten te voldoen.
Ondernemingen met minder dan tien werknemers en een omzet van minder dan twee miljoen euro kunnen de claims of ecolabels inclusief de regels toepassen indien gewenst, maar in principe zijn zij vrijgesteld van de verplichtingen van dit voorstel. Voor Kmo’s wordt gekeken naar mogelijkheden om te helpen aan de vereisten te voldoen door de toegang tot financiële steun en organisatorische en technische bijstand te vergemakkelijken. Ondersteuning zal ook geboden gaan worden door de ontwikkeling van rekeninstrumenten voor kmo’s.
Bedrijven die buiten de EU gevestigd zijn moeten de eisen van de voorgestelde richtlijn naleven. Partners wereldwijd worden zo aangemoedigd aan de groene transitie bij te dragen. Nieuwe milieulabels zijn niet toegestaan tenzij kan worden aangetoond dat ze een meerwaarde voor de EU-markt hebben in verband met milieuvriendelijkheid of milieueffecten. Ook deze labels moeten door de Commissie worden goedgekeurd.
Invloed op het huidige EU-milieukeur en het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS)
De EU-milieukeur valt al onder de wetgeving van de EU en valt daardoor niet onder de regels van het voorstel van de groene claims. Dit nieuwe voorstel kan volgens de Europese Commissie wel een impuls geven aan de EU-milieukeur aangezien nieuwe labels niet zomaar zijn toegestaan. Het huidige EU-milieukeur richt zich op uiterst milieuvriendelijke producten terwijl het EMAS bedrijven milieuvriendelijker wil maken. Ook EMAS wordt gereguleerd door wetgeving van de EU en valt daarom niet onder de regels van het voorstel van de milieuclaims.
De regels moeten nu ook definitief worden goedgekeurd door de Raad. Daarna wordt de richtlijn bekendgemaakt in het Publicatieblad en krijgen de lidstaten 24 maanden de tijd om deze in nationaal recht om te zetten.