Op 19 april 2024 werd Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1141 gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze brengt talrijke wijzigingen aan in de bijlagen II en III van Verordening (EG) nr. 853/2004.
Er worden verduidelijkende toevoegingen gedaan aan de vereisten voor de vorm van het identificatiemerk in bijlage II sectie I deel B. Wanneer het merk in een in de Unie gevestigde inrichting wordt aangebracht, moet het ovaal zijn en de afkorting van de Europese Unie (“EU”) bevatten in een van de officiële talen van de Unie, en wel als volgt: EC, EU, EL, UE, EE, AE, ES, EÚ. Voordien waren er de afkortingen van Europese Gemeenschap: CE, EB, EC, EF, EG, EK, EO, EY, ES, EÜ, EK, EZ of WE à
Verder wordt verduidelijkt dat de algemene vorm van het identificatiemerk bij een dierziekte wordt vervangen door het voorschrift voor een specifiek identificatiemerk overeenkomstig Verordening (EU) 2016/429. De voorschriften inzake de vorm van het identificatiemerk in dit deel B kunnen worden vervangen door de voorschriften voor een speciaal identificatiemerk overeenkomstig artikel 65, lid 1, punt h), van Verordening (EU) 2016/429 (*1), en de voorschriften die zijn vastgesteld overeenkomstig artikel 67, punt a), artikel 71, lid 3 of lid 4, of artikel 259, lid 1 of lid 2, van die verordening.
(*1) Verordening (EU) 2016/429 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (“diergezondheidswetgeving”) (PB L 84 van 31.3.2016, blz. 1).”.”
Aan bijlage II sectie III informatie over de voedselketen is nu toegevoegd dat dit niet enkel geldt voor slachthuizen maar ook voor wildbewerkingsinrichtingen.
Hoofdstuk II voorschriften voor slachthuizen: hieraan is toegevoegd dat mobiele partiële slachthuizen moeten samenwerken met aanvullende permanente slachtfaciliteiten om een volledig slachthuis te vormen dat voldoet aan de eisen en dat mobiele partiële slachthuizen kunnen werken met meerdere aanvullende slachtfaciliteiten, waardoor zij meerdere slachthuizen vormen.
Er is toegevoegd dat gekweekte loopvogels en hoefdieren op plaats van oorsprong geslacht vervoerd worden naar slachthuis of wildbewerkingsinrichting. Volgend punt is hier geschrapt: naar het slachthuis gebrachte geslachte dieren vergezeld gaan van een verklaring van de exploitant van het levensmiddelenbedrijf die de dieren heeft gekweekt, waarin de identiteit van de dieren, alsmede de toegediende diergeneesmiddelen of andere behandelingen die het dier heeft ondergaan, de data van toediening of behandeling en de wachttijden zijn vermeld.
Hoofdstuk III: voorwaarden voor vleesbereidingen die drooggerijpt zijn, zijn toegevoegd en er wordt verwezen naar de voorwaarden in sectie I.
Hoofdstuk VII: opslag: nieuw toegevoegd: invriezen van visserijproducten voor technische doeleinden: Wanneer verse visserijproducten, ontdooide onverwerkte visserijproducten of verwerkte visserijproducten een temperatuur lager dan die van smeltend ijs moeten hebben om het gebruik mogelijk te maken van machines die visserijproducten snijden of versnijden, mogen zij zo kort mogelijk en in ieder geval niet langer dan 96 uur op een dergelijke technisch vereiste temperatuur worden gehouden. Opslag en vervoer bij die temperatuur zijn niet toegestaan.
Wanneer ingevroren visserijproducten een temperatuur van meer dan -18 °C moeten hebben om het gebruik mogelijk te maken van machines die visserijproducten snijden of versnijden, mogen zij zo kort mogelijk en in ieder geval niet langer dan 96 uur op een dergelijke technisch vereiste temperatuur worden gehouden. Opslag en vervoer bij die temperatuur zijn niet toegestaan.
Hoofdstuk I: gezondheidsvoorschriften. Uitzonderingen voor rauwe melk goedgekeurd door autoriteiten (FAVV), kunnen nu ook voor colostrum. Het betreft niet enkel van koeien, buffelkoeien maar ook schapen of geiten of vrouwelijke dieren van andere soorten.
Nieuw toegevoegd: Wanneer de alkalische fosfatasetest niet geschikt is om de doeltreffendheid van de toegepaste warmtebehandeling aan te tonen, zoals situaties waarin rauwe melk is geproduceerd van andere soorten dan runderen of in verschillende fracties wordt gescheiden voorafgaand aan een warmtebehandeling, mogen exploitanten van levensmiddelenbedrijven de bevoegde autoriteit de nodige garanties bieden en registers bijhouden als onderdeel van hun procedures op basis van de beginselen van risicoanalyse en kritische controlepunten (HACCP) in overeenstemming met artikel 5 van Verordening (EG) nr. 852/2004
Hoofdstuk II voorschriften voor pasteurisatie: hieraan is toegevoegd dat de behandelingen zoals in deze sectie vastgelegd rvoor worden gezorgd dat de producten onmiddellijk na deze behandeling in voorkomend geval negatief reageren op een alkalische fosfatasetest. Wanneer de alkalische fosfatasetest niet geschikt is om de doeltreffendheid van de pasteurisatie aan te tonen, zoals situaties waarin producten afkomstig zijn van andere soorten dan runderen of in verschillende fracties worden gescheiden voorafgaand aan pasteurisatie, mogen exploitanten van levensmiddelenbedrijven de bevoegde autoriteit de nodige garanties bieden en registers bijhouden als onderdeel van hun procedures op basis van de beginselen van risicoanalyse en kritische controlepunten (HACCP) in overeenstemming met artikel 5 van Verordening (EG) nr. 852/2004
Hoofdstuk I: hieraan is toegevoegd dat het opzettelijk toevoegen van een vreemde geur aan eieren niet gericht mag zijn op het verbergen van een reeds bestaande geur.
Het identificatiemerk op producten van dierlijke oorsprong mag tot en met 31 december 2028 de vorige versie van de afkortingen bevatten, en de producten van dierlijke oorsprong met dergelijke identificatiemerken die vóór die datum zijn aangebracht, mogen op de markt blijven.
De vereisten voor het droogrijpen van vlees zullen pas op 9 november 2024 van toepassing zijn.
Dit is een premiumartikel. Premiumartikelen maken deel uit van het Normec Foodcare Kenniscentrum abonnement. Alle kennis en ervaring vanuit elke expertise komt samen in de Kennisbank. Je vindt hier alle relevante informatie over diverse productgroepen en wetgeving. Benieuwd? Lees wat het Normec Foodcare Kenniscentrum jou kan bieden.
Probiotica en prebiotica zijn beide gerelateerd aan de gezondheid van de darmen, maar hebben verschillende functies. Terwijl probiotica gunstige bacteriën aan het darmmilieu toevoegen, bieden prebiotica de voedingsstoffen die nodig zijn om deze bacteriën te ondersteunen en te laten floreren. Samen dragen ze bij aan een gezonde en goed functionerende spijsvertering.
Probiotica zijn levende micro-organismen waarvan wordt aangenomen dat ze de natuurlijke balans in de darmen kunnen herstellen en het immuunsysteem kunnen stimuleren. Ze moeten dan wel in voldoende hoeveelheden worden geconsumeerd en levend zijn. Er zijn veel verschillende soorten probiotische bacteriën. De meeste behoren tot de melkzuurbacteriën zoals de lactobacillen of bifidobacteriën.
We zien probiotica vaak als supplementen terugkomen of het kan worden toegevoegd aan voedingsmiddelen, zoals yoghurt en gefermenteerde groenten. Er wordt nog steeds veel onderzoek gepleegd naar de werkingsmechanismen en mogelijke voordelen van probiotoca. Ondanks de onderzoeken is er nog weinig bewijs dat producten met levende micro-organismen een gezondheidsvoordeel opleveren voor gezonde mensen.
De Europese Voedselveiligheidsautoriteit (EFSA) heeft wetenschappelijke evaluaties uitgevoerd van een paar honderd dossiers over probiotica. Er is slechts 1 gezondheidsclaim goedgekeurd: Levende bacteriën in yoghurt of gefermenteerde melk verbeteren de vertering van lactose (melksuiker) bij mensen die lactose moeilijk verteren. De yoghurt moet daarvoor tenminste 100 miljoen levende micro-organismen (Lactobacillus delbrueckii subsp. bulgaricus en Streptococcus thermophilus) per gram bevatten.
Prebiotica zijn voedingsvezels die de groei of activiteit stimuleren van nuttige micro-organismen in de darmen. Het zijn meestal niet-verteerbare vezels die in bepaalde voedingsmiddelen voorkomen.
Deze vezels worden in de dikke darm gefermenteerd door de darmflora. Tijdens dit fermentatieproces worden vetzuren met een korte keten geproduceerd. Deze hebben voordelen voor de gezondheid zoals het bevorderen van de darmgezondheid, het verbeteren van de groei van goede bacteriën, het bevorderen van de absorptie van mineralen en het stimuleren van het immuunsysteem.
Bekende bronnen van prebiotica zijn inuline, Fructo-oligosachariden (FOS), Galacto-oligosachariden (GOS) en resistent zetmeel. Ze zijn te vinden in veel fruit en groenten, zoals bananen, uien, knoflook en asperges. Ook bonen, linzen, haver gerst en sommige zuivelproducten kunnen bronnen zijn.
Synbiotica zijn producten waar probiotica én prebiotica in zitten.
Probiotische stammen die vóór mei 1997 niet in significante mate in de Europese Unie zijn geconsumeerd, kunnen onder Verordening (EU) 2283/2015 EU Novel Food Regulation vallen. Deze verordening vereist dat nieuwe voedingsmiddelen, waaronder bepaalde probiotische stammen, een veiligheidsbeoordeling ondergaan en goedgekeurd worden voordat ze in de EU op de markt mogen worden gebracht.
Het EFSA voert een veiligheidsbeoordelingen uit om te beoordelen of bepaalde micro-organismen aan voedsel mogen worden toegevoegd. Groepen micro-organismen die door de beoordeling heen komen krijgen het predicaat qualified presumption of safety (QPS). Dit predicaat geldt voor elk micro-organisme dat tot de groep behoort. Deze lijst van toegestane micro-organismen wordt iedere drie jaar geëvalueerd, waarbij EFSA ook tussentijds literatuuronderzoek uitvoert
De Nederlandse VWA heeft in 2022 een Handboek Voedingssupplementen, verrijkte levensmiddelen en kruidenpreparaten gepubliceerd met tips voor het bedrijfsleven. Voor België is de voedingssupplementenwetgeving vastgelegd in KB van 29 augustus 2021 betreffende de fabricage van en de handel in brengen van voedingssupplementen (andere stoffen). Dit besluit omvat onder meer een notificatieprocedure voor voedingssupplementen in de handel gebracht mogen worden.
De Europese commissie blijft bij het standpunt dat het gebruik van de term pro- of prebiotica een gezondheidsclaim is. Een algemene gezondheidsclaim op naam van de term probiotica of prebiotica is vooralsnog niet goedgekeurd bijgevolg kunnen de termen als dusdanig niet op de labels van levensmiddelen gebruikt worden.
Nationaal binnen de lidstaten zijn er wel meer praktische benaderingen. In Tsjechië ziet men ‘probiotica’ bijvoorbeeld als voedingsclaim, die is toegestaan als wordt voldaan aan de daaraan gestelde voorwaarden in de Claims Verordening. Dit houdt onder andere in dat de betreffende goede bacteriën aanwezig zijn in het levensmiddel in een hoeveelheid die volgens algemeen aanvaard wetenschappelijk bewijs het geclaimde heilzame effect bewerkstelligt. In Frankrijk en Noord-Ierland kan de term probiotica daarentegen worden gebruikt als een niet-specifieke gezondheidsclaim. Deze is toegestaan in combinatie met de geautoriseerde gezondheidsclaim ‘levende culturen in yoghurt of gefermenteerde melk verbeteren de lactosevertering van het product bij personen die lactose moeilijk verteren‘. In Italië mag de term enkel gebruikt worden als aan een aantal voorwaarden wordt voldaan nl. producten moeten veilig zijn voor menselijke consumptie, ze moeten een geschiedenis van gebruik ten behoeve van de darmflora hebben en er moet een aanwezigheid zijn in het levensmiddel in levende vorm en in een adequate hoeveelheid tot einde houdbaarheidsdatum. In Nederland kan de term probiotica – net als in Denemarken en Frankrijk – worden gebruikt als categorie-aanduiding voor voedingssupplementen. Deze Nederlandse praktijk is vastgelegd in het Richtsnoerdocument ClaimsVo van de Keuringsraad. België volgt het Europees standpunt en dus is het gebruik van de termen op labels van levensmiddelen en voedingssupplementen niet toegestaan.
Voor voedings- of gezondheidsclaims op levensmiddelen is specifieke wetgeving opgesteld. Deze claims moeten voldoen aan Verordening (EU) nr. 1924/2006, de zogenaamde Claimsverordening. Het KB van 29 augustus 2021 licht de eisen voor etikettering en reclame toe voor België en de NVWA heeft voor Nederland een handboek voedings- en gezondheidsclaims uitgebracht waarin ook een Richtsnoerdocument betreffende het gebruik van gezondheidsclaims te vinden is.
Je las een premiumartikel van het Normec Foodcare Kenniscentrum. Smaakt het naar meer? Bekijk dan de mogelijkheden van het Kenniscentrum abonnement. Hiermee heb je direct toegang tot alle kennis.
De General Standard for Food Additives (GSFA) beschrijft de voorwaarden waaronder levensmiddelenadditieven in alle levensmiddelen mogen worden gebruikt. Het is het grootste document in de Codex Alimentarius en wordt telkens bijgewerkt als de Codex Alimentarius-commissie nieuwe maximumgehalten (ML’s) voor het gebruik van relevante levensmiddelenadditieven vaststelt. In februari 2024 kwam het bericht dat er een update heeft plaatsgevonden en dat deze geüpdatet versie is geplaatst op de website van Codex Alimentarius.
Deze databank bevat alle bepalingen voor levensmiddelenadditieven die door de Codex Alimentarius-commissie zijn vastgesteld.
De bepalingen zijn doorzoekbaar per levensmiddelenadditief (naam, synoniem, INS-nummer), per functionele klasse en per levensmiddelencategorie, zoals beschreven in bijlage B van de Codex GSFA.
De Drinkwaterrichtlijn (EU) 2020/2184 van de Europese Unie betreft de kwaliteit van water bestemd voor menselijke consumptie en bevat strikte regels om de volksgezondheid te beschermen en de kwaliteit van drinkwater te waarborgen.
In 2022 is deze drinkwaterrichtlijn reeds geactualiseerd. Er werd destijds al aangegeven dat verdere aanvulling zou gaan plaats vinden. Per januari 2024 zijn er 2 gedelegeerde verordeningen en 2 uitvoeringsbesluiten aan deze richtlijn toegevoegd. De verordeningen en besluiten zijn direct toepasbaar in alle lidstaten. De aanvullingen leggen specifieke hygiënevereisten vast voor verschillende soorten eindmaterialen. Ook voorzien deze in de opstelling van positieve lijsten van stoffen die in contact komen met drinkwater. Er wordt door de Europese Commissie steeds gewerkt aan geharmoniseerde specificaties, rekening houdend met migratielimieten en referentienummers van stoffen. Groepsvermeldingen zullen geleidelijk plaatsmaken voor individuele beoordelingen. Om de nationale autoriteiten voldoende tijd te geven om zich voor te bereiden op de toepassing van de Europese positieve lijsten, zal de wetgeving vanaf 31 december 2026 van toepassing zijn. De nationale systemen zijn van toepassing tot en met 31 december 2026.
Materialen die worden gebruikt voor de onttrekking, behandeling, opslag en distributie van drinkwater moeten veilig zijn. Ze mogen de menselijke gezondheid niet in gevaar brengen, de geur, smaak of kleur van het water niet negatief beïnvloeden, microbiële groei niet bevorderen, en geen schadelijke stoffen in het water afgeven.
Zo zijn voor de contactmaterialen de eisen geharmoniseerd. Het type materiaal heeft bijvoorbeeld invloed op het risico van lood en Legionella. Vastgelegd zijn o.a.:
Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/367 van de Commissie van 23 januari 2024 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad door opstelling van de Europese positieve lijsten van uitgangsstoffen, samenstellingen en bestanddelen die mogen worden gebruikt voor de vervaardiging van materialen of producten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water.
Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/370 van de Commissie van 23 januari 2024 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad door vaststelling van conformiteitsbeoordelingsprocedures voor producten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water en de regels voor de aanwijzing van bij die procedures betrokken conformiteitsbeoordelingsinstanties.
Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/368 van de Commissie van 23 januari 2024 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de procedures en methoden voor het testen en aanvaarden van eindmaterialen die worden gebruikt in producten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water.
Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/371 van de Commissie van 23 januari 2024 tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad door vaststelling van geharmoniseerde specificaties voor de markering van producten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water.: Deze markering bestaat uit een symbool en de tekst ‘GESCHIKT VOOR DRINKWATER’. Het symbool moet minstens 5 mm hoog zijn en onuitwisbaar worden aangebracht op het product, de verpakking en de documentatie. De tekst moet in hoofdletters en met een minimale lettergrootte van 5 mm zijn en in de officiële talen van de betreffende lidstaat worden weergegeven.
De eisen gelden ook voor behandelingschemicaliën en filtermaterialen.
Per 2022 is er reeds een uitgebreide risicobeoordeling en risicobeheer vereist voor de hele waterleveringsketen, van de bron tot de kraan.
De risico gebaseerde benadering bestaat uit 3 onderdelen, de risicobeoordeling en risicobeheer van:
Zeer kleine en kleine waterleveranciers (10 m³ per dag leveren of minder dan 50 personen per dag bedienend resp. 10-100 m³ per dag of 50-500 personen per dag) zijn uitgezonderd van de verplichting tot risicobeoordeling en risicobeheer. Wordt het drinkwater geleverd in het kader van een openbare of commerciële activiteit, dan moeten dergelijke (zeer) kleine collectieve watervoorzieningen wel voldoen aan de kwaliteitseisen, monitoringsverplichtingen, maatregelplichten en informatieplichten.
De belangrijkste microbiologische parameters voor de controle van drinkwater zijn Enterococcen en Escherichia coli, beiden indicatoren voor de aanwezigheid van ziekteverwekkende bacteriën.
Per 2022 zijn er nieuwe chemische parameters in beeld waarop de EU lidstaten uiterlijk op 12 januari 2026 moeten gaan monitoren, zijn:
De belangrijkste wijzigingen van chemische normen welke per 2022 aangekondigd zijn:
Voor chemische parameters mogen lidstaten derogaties (ontheffing op basis van nationaal recht) toestaan, maar alleen onder strengere voorwaarden voor derogaties. Er mag geen sprake zijn van een gevaar voor de gezondheid en de termijn waarin de derogatie geldt is beperkt. Voor microbiologische parameters is geen derogatie mogelijk. Voor indicatorparameters en de richtwaarden voor aandachtstoffen is geen ontheffingsmogelijkheid van toepassing; in geval van overschrijding moet onderzoek naar de oorzaak plaatsvinden en moeten herstelmaatregelen genomen worden (tenzij de toezichthouder oordeelt dat er geen risico voor de volksgezondheid is).
Dit is een premiumartikel. Premiumartikelen maken deel uit van het Normec Foodcare Kenniscentrum abonnement. Alle kennis en ervaring vanuit elke expertise komt samen in de Kennisbank. Je vindt hier alle relevante informatie over diverse productgroepen en wetgeving. Benieuwd? Lees wat het Normec Foodcare Kenniscentrum jou kan bieden.
Op 13 maart 2024 gaf het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) een update van zijn voorstel om per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS) onder REACH te beperken. Het voorstel, dat oorspronkelijk werd voorgesteld op 7 februari 2023 als reactie op een verzoek van vijf EU-lidstaten, is gericht op het beperken of verbieden van de meeste toepassingen van PFAS, waaronder in materialen die met levensmiddelen in contact komen. Deze voorstellen worden in de loop van 2024 verder geëvalueerd door de wetenschappelijke comités van ECHA. Evaluatie van PFAS in materialen die met levensmiddelen in contact komen staat gepland in september.
Er wordt een aanvulling verwacht op verordening (EU) 2022/1616 betreffende materialen en voorwerpen van gerecycleerde kunststof bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen. De verordening richt zich op decontaminatie en vereist het aantonen van drie veiligheidsniveaus: recyclingtechnologie, recyclingproces en recyclinginstallatie. Het Belgische FAVV heeft een omzendbrief geschreven welke stapsgewijs inzicht geeft in hoe als exploitant te kunnen voldoen aan huidige wetgeving.
Begin 2024 is er specifiek voor de recyclingtechnologie ‘mechanische PET-recycling’ (tabel 1 van bijlage I van (EU) 2022/1616) een ontwerp gekomen van een richtlijn over criteria voor het evalueren en voorbereiden van post-consumer recyclingprocessen. Het doel van het ontwerp is om voor het EFSA vast te stellen:
Eind maart 2024 is de openbare raadpleging voor dit ontwerp gesloten. Indien hier geen wijzigingen zijn uitgekomen, is de volgende stap het lanceren van het ontwerp.
Op 13 maart 2024 heeft de Europese Commissie haar ontwerp “kwaliteitsverordening” gepubliceerd. Deze verordening heeft tot doel de kwaliteitscontrole in het kader van Verordening (EU) nr. 10/2011 inzake kunststof FCM te verbeteren door:
Ook worden regels voor kwaliteitscontrole toegevoegd aan Verordening (EG) nr. 2023/2006 inzake goede fabricagemethoden. De feedbackperiode voor het ontwerp is geëindigd op 15 april 2024.
Het EFSA-panel voor materialen die met levensmiddelen in contact komen, enzymen en technische hulpstoffen voert regelmatig beoordelingen van stoffen uit. Ze heeft nu de veiligheid beoordeeld van fosforzuur, triphenylester, polymeer met 1,4-cyclohexanedimethanol en polypropyleenglycol, C10-16-alkylesters.
Deze stof wordt gebruikt als additief in alle soorten polyolefinen (kunststoffen). Toxicologische studies zijn uitgevoerd en gaven geen aanleiding tot bezorgdheid over genotoxiciteit of neurotoxiciteit. Het panel heeft geconcludeerd dat de stof geen veiligheidsrisico’s voor de consument oplevert als deze wordt gebruikt in materialen en voorwerpen van polyolefinen (max. 0,15% m/m) die met alle soorten levensmiddelen in contact komen, met uitzondering van zuigelingenvoeding en moedermelk.
Lees op de kennisbank verder over:
Je las een premiumartikel van het Normec Foodcare Kenniscentrum. Smaakt het naar meer? Bekijk dan de mogelijkheden van het Kenniscentrum abonnement. Hiermee heb je direct toegang tot alle kennis.
Dit is een premiumartikel. Premiumartikelen maken deel uit van het Normec Foodcare Kenniscentrum abonnement. Alle kennis en ervaring vanuit elke expertise komt samen in de Kennisbank. Je vindt hier alle relevante informatie over diverse productgroepen en wetgeving. Benieuwd? Lees wat het Normec Foodcare Kenniscentrum jou kan bieden.
Op 1 februari 2024 is een wijzigingsbesluit op het Koninklijk Besluit Levensmiddelenhygiëne verschenen in het Belgische Staatsblad. Met dit wijzigingsbesluit wordt een aantal nieuwe voorschriften geïntroduceerd om de consument beter te beschermen. Ook worden er wettelijke bepalingen verduidelijkt en achterhaalde juridische verwijzingen ingetrokken om misverstanden op het terrein te vermijden en de leesbaarheid van de tekst te verbeteren.
Het KB-levensmiddelenhygiëne is een aanvulling op EU-wetgeving levensmiddelen zijnde Verordening (EG) 852/2004. Het is een belangrijke Belgische basiswetgeving. Daarom is het van belang om als exploitant een verificatie toe te passen op het eigen kwaliteitssysteem om te toetsen of het nog voldoet. Wanneer er wijzigingen van toepassing zijn, neem deze dan op in het managementreview.
De Nederlandse aanvulling op EU-wetgeving levensmiddelen Verordening (EG) 852/2004 staat beschreven in de Warenwetbesluit hygiëne van levensmiddelen en de Warenwetbesluit Bereidingen en behandeling van levensmiddelen. Beide warenwetten zijn de afgelopen jaren inhoudelijk niet significant gewijzigd. Er wordt hier wel verwezen naar de hygiënecodes welke per sector door de eigen branchevereniging worden opgesteld en erkend door de NVWA.
Je las een premiumartikel van het Normec Foodcare Kenniscentrum. Smaakt het naar meer? Bekijk dan de mogelijkheden van het Kenniscentrum abonnement. Hiermee heb je direct toegang tot alle kennis.
Al jaren verandert er veel in de markt van vlees-, vis- en zuivelvervangers. Het aanbod in de supermarkten stijgt en zal de komende jaren alleen maar blijven stijgen. Producenten en verkopers van vervangers staan nog wel eens voor een uitdaging als het gaat om het geven van een juiste benaming aan plantaardige alternatieven. De benaming moet duidelijk voor de consument, niet misleidend en commercieel pakkend zijn, en bovenal voldoen aan Europese en landelijke wetgeving. Waar moet je op letten?
Voor de productgroep vleesvervangers is momenteel geen concrete wetgeving op Europees niveau. In april 2019 heeft de Landbouwcommissie van het Europees Parlement in Brussel gestemd voor een verbod op vleesnamen voor vegetarische producten, zoals groenteburger en vegaworstje. De Landbouwcommissie vindt dat plantaardige producten niet naar sommige dierlijke producten mogen verwijzen, omdat dit verwarrend zou zijn voor de consument. Maar het voorstel werd afgekeurd tijdens een stemming in het Europees Parlement. In 2021 besloot het Europees Parlement dat elke lidstaat zelf de regels met de benamingen van vlees- en melkvervangers mag bepalen.
In Verordening (EU) nr. 1169/2011 staat dat de Europese Commissie uitvoeringshandelingen zal vaststellen voor een aantal onderwerpen, onder andere over informatie met betrekking tot de geschiktheid van een levensmiddel voor vegetariërs of veganisten. Er is geen deadline voor deze uitvoeringshandelingen en het is niet bekend wanneer deze zullen worden gepubliceerd.
Voor producten met zuivelbenamingen bestaat al wel Europese wetgeving. Hiervoor geldt dat deze producten melk moeten bevatten. Zo mag een plantaardig alternatief voor zuivel met soja, geen sojamelk heten. Hierop is een aantal uitzonderingen in wetgeving vastgelegd, zoals kokosmelk en pindakaas. In oktober 2020 stemde het Europees Parlement in met nieuwe strengere eisen ten aanzien van het gebruik van zuivelbenamingen. Teksten als “plantaardige vervanger van melk”, “yoghurtsmaak” en “romig” zouden na invoering van de wijzigingen alleen voor zuivelproducten of producten met zuivel gebruikt mogen worden. Maar na veel bezwaren vanuit onder andere de industrie is het voorstel ingetrokken.
In Nederland heeft het ministerie van VWS een beleidsstandpunt ingenomen over de benaming van vegetarische producten. Dit standpunt, zoals te lezen in het handboek Etikettering van levensmiddelen, luidt voor vegetarische varianten van vlees- en visproducten:
er mag gebruik worden gemaakt van gebruikelijke benamingen als ”schnitzel”, “burger” en “worst” in de benaming van het product, mits het duidelijk is dat het om een vegetarische variant gaat. Dit betekent dat de benamingen “vegaschnitzel”, “vegaburger”, “vegetarische rookworst” zijn toegestaan;
Er mag gebruik worden gemaakt van diersoortnamen, zolang helder is dat het een vegetarische variant betreft. Dit betekent bijvoorbeeld dat benamingen als “vegetarische kipstukjes”, “vegetarische tonijn”, “vegetarische krabsalade” zijn toegestaan, maar niet uitsluitend de bewoording “kipstukjes”, “tonijn” en “krabsalade”.
Gereserveerde benamingen mogen alleen gebruikt worden bij producten die aan de wettelijke eisen voldoen die aan de gereserveerde benaming worden gesteld. In het Warenwetbesluit Vlees, gehakt en vleesproducten zijn gereserveerde aanduidingen vastgesteld voor diverse producten. Voor vlees, vleesproducten en vleesbereidingen zijn vastgestelde gereserveerde benamingen (aanduidingen) niet toegestaan in het gebruik voor vleesloze producten, ook niet in combinatie met ‘vegetarisch’. Ook het gebruik van foutief gespelde diersoortnamen of foutief gespelde gereserveerde benamingen is niet toegestaan. Zo zijn de aanduidingen vegetarisch gehakt en vegetarisch gehackt beide niet conform wetgeving. Voor de consument wellicht verwarrend; “vegetarische kip” kan wel in de schappen liggen, maar “vegetarisch gehakt” niet. De mogelijkheid om bij vegetarische vleesvarianten het gebruik van de term “vegetarisch” te verplichten wordt nader onderzocht.
In België is er sinds 2020 een werkgroep actief die zich bezighoudt met vegetarische benamingen. In het eerste voorstel van deze werkgroep zou er een verbod worden ingesteld voor verwijzing naar dierlijke producten bij plantaardige alternatieven. Dit voorstel werd niet aangenomen, omdat dit de toegankelijkheid en promotie van vegetarische voeding in de weg zou kunnen staan. Bovendien werd het gevaar voor misleiding volgens de plantaardige sector overdreven. Door de onenigheid werd begin 2024 bekend dat er voorlopig geen nieuwe richtlijnen komen over de benamingen van vegetarische producten. België wacht verdere Europese regelgeving af.
Inmiddels is Duitsland de grootste markt voor plantaardige alternatieven en Duitse consumenten eten de op een na hoogste volumes aan plantaardige alternatieven. Hoewel het verbod op ‘misleidende’ termen als ‘vegetarische schnitzel’ al in 2016 door de Duitse minister op de agenda werd gezet is er vooralsnog geen landelijke wetgeving rondom benamingen van vervangers.
In 2016 werd door de Duitse deelstaatministers al wel een wettelijke definitie aangenomen voor veganistische en vegetarische levensmiddelen. ‘Veganistische levensmiddelen zijn levensmiddelen die geen producten van dierlijke oorsprong zijn en waarin in alle stadia van de productie en verwerking geen ingrediënten van dierlijke oorsprong (met inbegrip van additieven, draagstoffen, aroma’s en enzymen), technische hulpstoffen of andere stoffen, in al dan niet verwerkte vorm zijn toegevoegd of gebruikt. Vegetarische levensmiddelen zijn levensmiddelen die voldoen aan dezelfde eisen die gesteld worden aan veganistische levensmiddelen maar hierbij mag tijdens de productie wel gebruik gemaakt worden van melk, colostrum (biest), eieren, honing, bijenwas, propolis en wolvet (inclusief lanoline).’
Binnen Europa zien we dat definities gesteld door keurmerken, producenten en retailers vaak in lijn zijn met deze Duitse definities.
In Frankrijk was het gebruik van vleesnamen voor vegetarische producten in 2020 al per wet verboden. Die wet werd in 2022 echter tijdelijk opgeschort. Toch bleef er discussie en protest bestaan en besloot de Franse regering dat het verbod alsnog zou gelden. Op 26 februari 2024 publiceerde de regering versneld een decreet uit. In een nieuwe wet specificeert Frankrijk een lijst met namen die voorbehouden zijn voor dierlijke producten en daarom verboden zijn voor plantaardige eiwitproducten. Dit betekent dat termen als ‘ham’, ‘filet’ en ‘entrecote’ exclusief gereserveerd zijn voor producten van dierlijke oorsprong.
Er zijn twee uitzonderingen op de regel. Producten die een kleine hoeveelheid plantaardige inhoud bevatten, zoals cordon bleu of merquezworstjes, mogen wel vleesbenamingen gebruiken. Een merquezworstje mag bijvoorbeeld maximaal 2 procent plantaardig eiwit bevatten. De tweede uitzondering is dat producenten uit andere EU-landen wel vleesvervangers met vleesnamen in Frankrijk mogen blijven verkopen.
Producenten krijgen een jaar de tijd om namen aan te passen en de huidige voorraad te verkopen. Personen die de wet overtreden kunnen een boete krijgen van maximaal 1500 euro. Voor bedrijven kan deze boete oplopen tot 7500 euro.
Wil je meer weten? Lees dan hier verder:
Per 1 april 2024 is in Nederland er een nieuwe reclamecode ingegaan voor Alcoholvrije Varianten van Alcoholhoudende Dranken. Deze reclamecode, ook wel de afgekort tot RvAVA, vervangt de Reclamecode voor Alcoholvrij en Alcoholarm Bier (RvAAB). Daarnaast is de Reclamecode voor Alcoholhoudende dranken (RvA) na 10 jaar hernieuwd. Waar moet je allemaal rekening mee houden?
Naast de vervanging van de RvAAB, legt deze nieuwe reclamecode ook de reclame-uitingen aan banden voor andere alcoholvrije dranken die:
Daarnaast is de nieuwe reclamecode van toepassing op alle op het Nederlandse publiek gerichte reclame voor alcoholvrije varianten van alcoholhoudende drank. De algemene strekking van deze nieuwe reclamecode is dat er in reclames geen alcoholhoudende drank getoond mag worden naast de alcoholvrije variant. De naam van een alcoholhoudende drank mag alleen worden genoemd als het duidelijk is dat het geadverteerde product hier een alcoholvrije variant van is (bijvoorbeeld: “alcoholvrije variant van [merk]”).
Bij het tonen van het alcoholvrije product moet direct duidelijk zijn dat het om een alcoholvrije variant van de alcoholhoudende drank gaat en niet om de alcoholhoudende drank zelf. Dit moet ook worden benadrukt bij het in beeld brengen van merknamen of logo’s van bedrijven die ook alcoholhoudende dranken in de markt zetten.
Een groot deel van de reclamecode richt zich op het verbod op het promoten van alcoholvrije varianten van alcoholhoudende producten onder jongeren. Reclame mag zich niet specifiek richten tot jongeren, of jongeren tonen die jonger zijn of lijken dan 18 jaar. In de praktijk betekent dit dat het product niet gepromoot mag worden in samenwerking met personen die jonger dan 25 jaar zijn of lijken.
Om te voorkomen dat de reclame veel jongeren bereikt, is het voor bedrijven niet toegestaan om zich tot een publiek te richten dat voor meer dan 25% uit jongeren bestaat. De reclamecode verbiedt dan ook het tonen van reclame voor alcoholvrije varianten van alcoholhoudende dranken in media die door jongeren veel bekeken of gelezen worden zoals jongerenzenders, – tijdschriften of -websites.
Bij reclamevoering op social media moet er bij het adverteren gebruik worden gemaakt van een 18+ filter wanneer deze beschikbaar is. Bij het ontbreken van een filter moet de adverteerder zorgen dat er geen reacties geplaatst of likes gegeven kunnen worden door minderjarigen. Ook is er vastgelegd dat de adverteerder geen interactie mag hebben met content creators onder de 18, door bijvoorbeeld op posts te reageren of deze te liken. Momenteel is het niet toegestaan om te adverteren op TikTok, vanwege het ontbreken van een leeftijdsfilter en het grote aantal jongeren wat op dit medium actief is.
Als laatste zijn er ook een paar bijzondere bepalingen van toepassing voor alcoholvrije varianten van alcoholhoudende dranken met een alcoholpercentage van 0,1% tot en met 0,5%. Deze bepalingen komen grotendeels overeen met de Reclamecode voor Alcoholhoudende dranken (RvA). Zo mag er voor deze producten geen reclame worden gemaakt gericht op zwangere vrouwen en mag er geen verband worden gelegd tussen actieve verkeersdeelname en deze dranken. Wanneer er op een vervoersmiddel reclame gemaakt wordt, moet er in duidelijk leesbare tekst worden gewaarschuwd voor verkeersdeelname na consumptie van de drank.
Ook de RvA is na 10 jaar hernieuwd. Deze code is van toepassing op dranken met een alcoholpercentage van 0,5% of meer en alcoholvrije dranken welke gepresenteerd worden met een alcoholhoudende drank of waarbij het niet voldoende duidelijk is dat het om een alcoholvrije variant gaat. Verschillende bepalingen zijn aangescherpt, zoals voor reclamevoering richting minderjarigen. Daarnaast is ook reclame op social media onder de aandacht gebracht en ook hierbij moet er indien mogelijk gebruikt worden gemaakt van een 18+ leeftijdsfilter en is het adverteren op TikTok niet toegestaan.
Meer weten? Lees verder op volgende pagina:
Om ervoor te zorgen dat levensmiddelen duidelijk en correct geëtiketteerd worden bestaat er wetgeving. De belangrijkste regeling is de Europese Verordening (EU) nr. 1169/2011 voor voedselinformatie aan consumenten met algemene regels voor de etikettering van levensmiddelen, waaronder ook verse, onbewerkte groenten en fruit. Hoe ziet deze regelgeving eruit?
In de Europese Verordening (EU) nr. 1169/2011 geldt een aantal uitzonderingen wat betreft de etikettering van verse, onbewerkte groenten en fruit. Zo hoeft er geen lijst van ingrediënten te worden aangebracht, is de vermelding van de datum van minimale houdbaarheid niet verplicht en mag de voedingswaardevermelding worden weggelaten.
Dan blijven er nog een aantal verplichte vermeldingen over vanuit verordening (EU) nr. 1169/2011 zoals de naam en adres van de exploitant, benaming/aanduiding, de netto hoeveelheid en vermelding van de productiepartijcode.
Andere wettelijke eisen zijn vastgelegd in handelsnormen welke gelden voor alle verse groenten en fruit die worden geïmporteerd in de EU, verhandeld worden in de EU of worden geëxporteerd naar een land buiten de EU (een zogenaamd derde land). Deze handelsnormen zijn vastgelegd in de EU-verordening 543/2011 en in de EU-verordening 1333/2011. In deze handelsnormen vinden we de aanduidingen terug, ofwel de informatie welke op de verpakking moet worden vermeld.
Er geldt een aantal algemene voorschriften voor verse groenten en fruit. Zo moeten op iedere verpakkingseenheid, op één kant, duidelijk leesbaar en onuitwisbaar en van buitenaf zichtbaar, de volgende gegevens staan:
Aanduidingen moeten juist zijn, mogen geen aanleiding geven tot misvatting en worden vermeld in één van de 24 officiële EU-talen.
Naast deze algemene eisen geldt er voor 11 producten een specifieke handelsnorm, met enkele aanvullende vereisten. Deze 11 producten zijn:
Deze producten zijn aangifteplichtig voor kwaliteit bij import en export. Hiervoor geldt bijvoorbeeld dat de klasse, variëteit, sortering of aantal stuks verplicht vermeld moet worden op de verpakking. Dit zijn vermeldingen die voor producten zonder specifieke handelsnorm wel vrijwillig zijn.
De aanduidingsvoorschriften zijn dus afhankelijk van het soort product (algemeen of specifiek), maar ook het soort verpakking is bepalend voor welke elementen er vermeld moeten worden en op welke manier. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen omverpakkingen (bijvoorbeeld een doos met losse appels), open verkoopverpakkingen (bijvoorbeeld een open doosje frambozen), voorverpakkingen (bijvoorbeeld een flowpack paprika’s) en stuksverpakkingen (bijvoorbeeld kropsla in folie).
De open verkoopverpakking, voorverpakking en stuksverpakking zijn consumentverpakkingen. We treffen deze aan in de supermarkt. Deze verpakkingen moeten dan ook volledig, juist en afzonderlijk worden aangeduid. Voor open verkoopverpakkingen en stuksverpakkingen geldt geen aanduidingsverplichting wanneer deze al correct en volledig op de omverpakking aanwezig is en andersom.
Er bestaat nog een categorie, namelijk producten waarvoor geen handelsnorm van toepassing is. Dit betreft onder andere verse kruiden, gedroogde en gefermenteerde producten en producten bestemd voor donatie. Deze producten zijn niet aangifteplichtig voor kwaliteit bij import en export.
Verwerkte groente- en fruitproducten en gerijpte bananen vallen niet onder artikel 76, lid 1 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 en ook niet onder een specifieke handelsnorm. Omdat gebleken is dat de etikettering van de oorsprong van belang is voor de consument om deze in staat te stellen om weloverwogen keuzes voor duurzaam voedsel te maken, werd besloten dat de etikettering van de oorsprong ook verplicht moet worden voor producten die na eenvoudige processen als drogen of rijpen bestemd zijn voor rechtstreekse consumptie.
Daarom is de oorsprongsvermelding verplicht vanaf 1 januari 2025 voor gedroogde vijgen, rozijnen, krenten, gerijpte bananen. Vanaf deze datum geldt verplichte oorsprongsvermelding ook voor producten die als groenten en fruit worden aangemerkt en zijn vermeld in deel IX van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 1308/2013 die een bewerking hebben ondergaan die verder gaat dan de mate van bijsnijden als bedoeld in de geldende specifieke norm van de VN/ECE, of niet intact zijn in de zin van de algemene handelsnorm en klaar zijn om rechtstreeks vers of gekookt te worden geconsumeerd.
Meer weten? Lees hier verder:
In Verordening (EU) nr. 1169/2011 is vastgelegd welke voedselinformatie verplicht vermeld moet worden op etiketten van levensmiddelen. Alcoholische dranken moeten hier ook aan voldoen. Echter zijn niet alle verplichtingen van toepassing op alcoholische dranken. Daarnaast zijn er nog andere wetten waar je mee te maken kan hebben. Wat moet je verplicht vermelden op een etiket van een alcoholische drank?
Voor dranken met een alcoholpercentage van meer dan 1,2% moet het effectieve alcoholvolumegehalte worden vermeld. Deze vermelding moet in hetzelfde gezichtsveld worden geplaatst als de benaming en de netto-hoeveelheid.
Het gehalte moet worden aangegeven door een cijfer met ten hoogste 1 decimaal, gevolgd door “% vol.” Het woord “alcohol” of de afkorting “alc.” mag ervoor worden vermeld. Bijvoorbeeld: alcohol 4,5% vol.
Het alcoholgehalte wordt bepaald bij 20⁰ Celsius. De toleranties die bij de vermelding van het alcoholgehalte zijn toegelaten, zijn opgenomen in bijlage XII van Verordening (EU) nr. 1169/2011.
Niet verplicht te vermelden info
Naast het alcoholpercentage, wordt in artikel 9 van Verordening (EU) nr. 1169/2011 aangegeven welke vermeldingen verplicht zijn. Bijvoorbeeld de benaming, allergenen en de netto-hoeveelheid. In sommige gevallen mogen deze verplichte vermeldingen worden weggelaten (artikel 16). Zo is voor dranken met een alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2% het vermelden van de voedingswaarde en ingrediënten niet verplicht. Vanaf 8 december 2023 geldt voor wijn dat vermelding van de voedingswaarde en ingrediënten wel verplicht zijn.
Voor dranken met een alcoholgehalte van 10 of meer volumeprocent, is de vermelding van de datum van minimale houdbaarheid niet vereist. Voor dranken met minder dan 10 procent alcohol is dit wel verplicht. Het vermelden van het zwangerschapslogo is geen wettelijke verplichting. De alcoholbranche stimuleert het toepassen hiervan wel.
Specifieke wetgeving
Naast Verordening (EU) nr. 1169/2011, kun je bij de etikettering van alcoholische dranken te maken krijgen met verschillende andere wetten. In het Warenwetbesluit Gereserveerde aanduidingen zijn een aantal beschermde product aanduidingen vastgelegd. Zo is vastgesteld waaraan bier moet voldoen om de aanduiding bier te mogen gebruiken. Ook zijn er eisen gesteld aan bijvoorbeeld de aanduidingen alcoholvrij bier, alcoholarm bier, oud bruin, pils, bok of bock, vruchtenwijn, korenwijn, advocaat, vieux, brandewijn en likorette. Ook in België is specifieke wet- en regelgeving van kracht. Een overzicht van alle regels vind je op de website van VAD ( Vlaams expertisecentrum voor Alcohol en andere Drugs).
In Verordening (EU) nr. 1308/2013 en Verordening (EU) nr. 2019/33 zijn eisen vastgesteld met betrekking tot de productie en in de handel brengen van wijn. Hierin staan ook eisen aan de etikettering en presentatie.
In Verordening (EU) nr. 2019/787 worden regels worden regels vastgesteld voor de definitie, de aanduiding, de presentatie en de etikettering van gedistilleerde dranken. Hieronder vallen bijvoorbeeld rum, whisky en wodka. Ook worden er in de verordening eisen vastgesteld voor de bescherming van de geografische aanduidingen van gedistilleerde dranken.
In Verordening (EG) nr. 1924/2006 is bepaald dat dranken met een alcoholgehalte van meer dan 1,2% niet voorzien mogen zijn van gezondheidsclaims. Voedingsclaims zijn alleen toegestaan als deze verwijzen naar een laag of verlaagd alcoholgehalte of naar een verlaagde energetische waarde.
In 2019 heeft de Europese gedistilleerd sector een ‘Memorandum of Understanding’ over de etikettering van sterke dranken aangeboden aan de Europese Commissie. Ze verklaren dat zij in de komende jaren de hoeveelheid energie (kJ/ kcal) en ingrediënten zullen gaan vermelden op de etiketten. Ook de bierindustrie heeft een Memorandum of Understanding ondertekend, waarbij ze verklaren dat in 2022 op alle bierflessen- en blikjes de energie-inhoud en ingrediënten worden vermeld.
In 2021 publiceert de Europese Commissie het Europees Kankerbestrijdingsplan. De Europese Commissie wil een verplichte vermelding van de ingrediënten en de voedingswaarde op etiketten van alcoholhoudende dranken vóór eind 2022 en gezondheidsinformatie en -waarschuwingen op etiketten vóór eind 2023. Dit is pas echt verplicht als het in de wetgeving is opgenomen, wat nu nog niet het geval is.
Wil je meer weten? Lees dan verder op volgende pagina’s: